Baai met ijsbergen

DSC01021

Het was de bedoeling dat ons kamp aan de baai ons basiskamp zou zijn, waarvandaan we zes dagen in de buurt zouden gaan rondkijken. Eén van de dagtochten zou dan naar de gletsjer gaan, met het meer met de ijsbergen. Maar die dagtocht, heen en terug door zwaar terrein, leek ons wel erg lang voor de kleine mannetjes. Bovendien wilden we eigenlijk wel bij die gletsjer overnachten. Je kop uit de tent steken en dan die gletsjer zien. Dus we besloten al snel dat we ons basiskamp na één nacht zouden opbreken en met ons hele hebben en houwen naar de gletsjer zouden gaan.

P1260714

En dat was nogal wat, dat hebben en houwen, want we hadden niet ‘licht gepakt’. We dachten vooraf dat we op één plek zouden blijven, dus we hadden veel eten bij ons, plus suiker en kaneel in glazen potjes, blikken met bonen, en nog meer zware dingen waarvan het normaal niet in je bolle hoofd zou opkomen om die mee te nemen op een trektocht. Bovendien hadden we een enorme extra wollen deken bij ons, omdat we met onze zomerslaapzakken niet zo koudebestendig zijn.

DSC01024

DSC01023

Gelukkig hadden we een superdeluxe bagagekarretje geleend van Philippe, dat vrij terreinbestendig was. Maar al gauw kwamen we terecht in het vlechtende gedeelte van de rivierbedding, waar het vanwege de rolkeien toch wel een uitdaging werd. Om de beurt gingen pa en ma een eind terug of juist vooruit om porties bagage te shuttelen.

DSC01031

De jongens droegen ook een flink zware rugzak, dat moet gezegd worden. Ze hielden zich kranig – maar het landschap was dan ook opwindend. Kliffen die hoog boven ons uit torenden (met hier en daar een berggeit), ruige vergezichten, steile keienhellingen. En prachtige stenen en botten om te verzamelen. Zodat de bagage nog zwaarder werd 🙂

P1260717
DSC01034
P1260718
P1260719

Aan het eind van het dal gingen we rechts de hoek om, een spectaculaire smalle canyon in, om in het gletsjerdal te komen. We waren gewaarschuwd dat we in die canyon kniediep door het water zouden moeten waden, maar het was er kennelijk erg droog geweest, dus we konden zo doorlopen.
P1260720
P1260722
DSC01037
DSC01039

Op de foto hierboven zie je een passage waar je zelfs met kniediep waden niet doorheen zou komen, dus daar leidt het pad aan de linkerkant steil omhoog door een stukje felgroen, sprookjesachtig regenwoud.

P1260727

Aan de andere kant van dat stukje kloof (hieronder een terugblik naar waar we vandaan kwamen) kom je in het kale gletsjerdal.

DSC01048

En daar ontvouwde zich dan voor het eerst die enorme gletsjer aan onze blik. Het was vanaf daar nog een kilometer of twee naar de morene. Een pittig laatste eindje, maar Jelle hielp mee als een beer.

DSC01043

P1260730

En daar waren we dan. Het uitzicht vanaf de morene was nog indrukwekkender dan we hadden durven dromen. We besloten dan ook precies daar de tenten op te zetten; middenop de morene, met formidabel uitzicht naar beide kanten. Snel doorwerken, zodat we meteen een avondwandelingetje konden maken richting de gestrande ijsbergen.

Op de onderste foto is goed te zien dat het waterniveau redelijk recent (8 jaar geleden) nog een meter of tien hoger stond. Toen is het ijsmeer, door het afbreken van de punt van de gletsjer, heel plotseling grotendeels leeggelopen via een zijdal links om de hoek. Op de modderige ex-bodem groeien nu aarzelend de eerste pioniersplanten: voornamelijk Alaskaans wilgenroosje. Verder is het nog steeds, ook na bijna een decennium, een gladde modderkrater. Bijna buitenaards.

Mannetjes in het maanlandschap:
DSC01069
DSC01070

Afdrukken van beer en kariboe:
P1260753
P1260754

De volgende dag wandelden we een paar kilometer langs het gletsjermeer en weer terug. Een beeldimpressie.

DSC01121

En daarna: het mooiste kampvuur van de wereld. Door Teun gemaakt met een vonkenmaker. Success at last!!! Nienke was ook trots, want die had een paar dode sparrenbomen van een berghelling losgerukt, na een halsbrekende klautertoer.

Vlak voordat de zon achter de gletsjer onderging, baadde onze kampplek nog even in een gouden avondzon. Zo’n moment. Dat je denkt: dáárom sjouwen we ons een breuk met al die zooi door dat keienlandschap. Eén zo’n kampeerplek maakt meteen de hele tocht, het hele avontuur in Canada, ja eigenlijk het hele leven, de moeite waard. Zo’n moment.

P1260817

 

Hier, zoals gebruikelijk, nog even wat losse nabranders:

DSC01150

Berggeiten direct boven ons kamp, en chipmunks all around:

DSC01063

Teun filtert water uit de beek:

DSC01168

P1260823

Een dode mystery mammal. Bij thuiskomst opgezocht: een bushy-tailed woodrat. Nog nooit eerder gezien! De schedel is natuurlijk meegenomen… :-/

DSC01032

Als je niets anders hoort dan het knisperen van het kampvuur en het rommelen van afkalvende ijsbergen:

DSC01170

 

 

 

Advertenties

Kamperen in totale leegte

Begin september, voordat de herfst in alle glorie zijn intrede deed, maakten we een kampeertocht zoals je die niet veel maakt in je leven. Zo’n kampeertocht waarbij je iedere ochtend wakker wordt en denkt: dít is waarvoor kamperen is bedoeld. Niet voor rijtjescampings met caravans en vieze douchehokjes. Niet voor de kookgeuren en geluidsoverlast van de buren. Maar om ergens middenin een natuurgebied helemaal alleen te zijn. Om ergens te kunnen komen waar je anders simpelweg niet kunt komen. Op plekken die zo afgelegen zijn, dat je ze alleen kunt bereiken door een paar dagen te lopen of te kanoën. Zoals deze plek, ons hoofddoel tijdens deze kampeertocht:

P1260817

En dáár dan wakker worden, je kop uit de tent steken, en helemaal alleen zijn in een overweldigend landschap. Je wassen met ijskoud water uit de beek, koffie drinken met klonterige poedermelk, plakkerige havermout eten, het nét iets te koud hebben omdat de zon nog achter de berg is, nét niet helemaal genoeg ontbijten omdat de rantsoenen beperkt zijn, maar toch volmaakt gelukkig zijn. Ontbijten met fenomenaal uitzicht. Wilde dieren begluren vanaf de tent. De kinderen loslaten in de ideale speeltuin. Dat is het punt van kamperen. Voor ons dan. (Maar laten we niet snobberig doen – we bewaren ook veel goede herinneringen aan Europese campings hoor, in of op weg naar mooie gebieden, of met vrienden of familie. Maar graag delen we hier ons idyllische ideaalplaatje. De harde matjes en koude nachten verzwijgen we even voor het gemak.) 

Het plaatje hierboven is zo ongeveer de eenzaamste kampeerplek waar we ooit gestaan hebben. Zelfs tijdens onze trektochten in Alaska was er altijd wel een weg of een wilderness lodge binnen een straal van, zeg, twintig kilometer. Hier was helemaal niets. We hadden ons namelijk door onze vriend Philippe met een motorboot laten afzetten aan het zuidelijkste puntje van het Atlinmeer. Dat is 65 km ten zuiden van Atlin, precies halverwege de rechte lijn naar Juneau, dat aan de kust van Alaska ligt. Op die plek zijn Atlin en Juneau de dichtstbijzijnde plaatsen. Wegen zijn er nergens.
Kaartje

Ons doel was de Llewellyn Glacier, een uitloper van het gigantische Juneau Icefield, dat grotendeels in Alaska ligt. De Llewellyn Glacier is vanuit Atlin te zien en lokt als een magneet, vooral vanaf de bergtoppen. Die uitloper schijnt een van de mooiste plekjes te zijn van het Atlin Provincial Park. Daarvan kregen we onderweg overigens ook wat adembenemend mooie stukken te zien. Philippe liet ons de scenic route zien, achter Theresa Island langs, onder Cathedral Mountain door, en vervolgens door de schilderachtige Second Narrows weer terug naar het zuidelijke deel van het Atlinmeer. Een tocht van twee uur over spiegelglad water.

Philippe zette ons vervolgens af in een prachtige ondiepe baai, op de plek waar een droge rivierbedding in het grote meer uitkomt. Tot acht jaar geleden liep hier een grote vlechtende gletsjerrivier, maar die neemt nu een andere loop, sinds er in 2010 een enorme brok van de gletsjertong is afgebroken. Daarbij is het Llewellynmeer grotendeels leeggelopen en zijn er honderden ijsbergen gestrand. Het waterniveau is nu een meter of tien lager dan toen – en de meeroever is nu een bizar maanlandschap. Maar daarover later meer.

Allereerst die droge rivierbedding waar we aan land gingen – wat een paradijselijk plekje.

P1260634
P1260635

Philippe had ons een minikajak meegegeven – een gouden greep! Jelle was helemaal verkocht. En omdat de baai zo ondiep was, mocht hij van ons zijn eigen gang gaan, na een klein proeftochtje samen met Nienke in één bootje. Dat laatste leek instabieler dan Jelle maar alleen laten gaan… Links zie je Teun en Bram bij onze prachtige kampplek aan het water.

P1260636
P1260638

Het was zulk lekker weer, het ondiepe water zo warm en de modder zo aanlokkelijk dat de zaken al snel uit de hand liepen…  En dat terwijl het water even verderop maar drie graden is…

P1260646  P1260660

Meteen die eerste middag maakten we in die brede riviermonding een prachtige wandeling. Overal de pluizen van uitgebloeide achtster, extra fraai met de laagstaande zon.

DSC00996 DSC00997

In een verre hoek van de delta baanden we ons een weg door dicht struikgewas en stonden we opeens aan een bevermeertje. Daar troffen we de indrukwekkendste beverkanalen die we ooit gezien hadden: kanalen die de bevers graven om de bomen die ze landinwaarts omknagen, makkelijker naar het water te kunnen vervoeren. Zulke kanalen hadden we al weleens eerder gezien, maar nog nooit twee meter breed en honderd meter lang.

Teun en Jelle lopen terug naar onze kampplek aan het water, met hout voor het kampvuur op de schouders:

P1260682

Dromer Bram loopt achteraan, zijn blonde koppie een perfecte camouflage in een vlakte vol stralende pluisjes:
P1260685

Al gauw hadden we een knapperend vuurtje – geen overbodige luxe, want beide jongens hadden natuurlijk natte schoenen. De een was in een beverkanaal gestapt, de ander was wat onhandig aan land gegaan met de kajak (en had overigens ook de kajak laten wegwaaien in de wind – moeders kon erachteraan, wadend tot de borstkas in water van drie graden – maar dat had heel makkelijk veel erger kunnen wezen, als we het wegdrijvende bootje een minuut later hadden opgemerkt).
P1260705

Best lastig, om schoenen te drogen bij een vuurtje zonder ze in de fik te laten vliegen. Tussendoor was er voor Jelle nog even tijd voor een snelle peddel – nog even genieten van het late avondlicht en het uitzonderlijk gladde meer. Is dit nou dat levensgevaarlijke meer waar iedereen ons altijd voor waarschuwt…?

P1260693

P1260689

Teun kookt pasta met zalm en broccoli, een klassieker van thuis die in de openlucht toch altijd net iets lekkerder smaakt:

P1260707

P1260711

In Europa slapen de jongens gewoonlijk samen in de kleine tent, en wij samen in de grote. Maar hier in berenland vinden we dat toch niet zo veilig. Voor het geval het op het moment supreme wat uitmaakt: we slapen kruislings –  in elke tent een kind en een ouder, de pepperspray in de aanslag bij het hoofdkussen. Best gezellig. En ook bij het in paniek ’s nachts moeten plassen is het handiger dat er een ouder bij ligt die even snel de ritssluiting kan vinden.

P1260712

De rest van deze trip – het kamperen bij de gletsjer met uitzicht op het ijsbergenmeer – houden jullie nog even tegoed…  Het moet niet te gek worden, in één blogpost… Hier nog wat nabranders:

Bram met wolvenpoep, die we hier om de paar honderd meter vinden:

P1260666

Moeders met brandhout:

DSC01015

Stilleven met afwas:

DSC_2602

Beren en zalmen in Alaska

We waren nog geen maand in Atlin, of we waren alweer op reis. Niet omdat er in Atlin niet genoeg te doen is. Maar eind augustus was de laatste kans om nog iets mee te pikken van de jaarlijkse zalmtrek: de salmon run. Dat wilden we natuurlijk niet missen. In de omgeving van Atlin komen helaas geen zalmen voor – kennelijk zijn er toch teveel barrières tussen ons meer en de Yukon. Vroeger schijnen ze hier wel gezeten te hebben. Gelukkig zitten we hier vlakbij het hart van waar de salmon run het meest spectaculair is: Alaska.

kaartje 2

De rit naar Skagway, aan de kust in Alaska, duurt ongeveer 3,5 uur en is wonderschoon. Met name van het grensgebied, rond de beroemde White Pass, kunnen we maar geen genoeg krijgen. Maar ook onderweg is er genoeg te zien. Wildlife bijna gegarandeerd. Zo ook deze keer.

01_DSC_1793_to skagway

Dit prachtige zwarte beertje zagen we op ongeveer een uur rijden van Atlin. Tien minuten daarna zagen we de eerste eland. Tien minuten dáárna de eerste lynx. Beide waren net iets te snel voor de camera – maar onmiskenbaar en geweldig mooi. Wat een land.

Ook op andere vlakken biedt zo’n rit overal vermaak. Zoals deze sticker op de deur van het café van Jake’s Corner (dat de lekkerste cinnamon roles verkoopt die je je maar kunt voorstellen):

01b_IMG_3192_to skag

04_DSC00263_to skag

Aan het prachtige Tagish Lake (zie boven) waren we getuige van de laatste stuiptrekkingen van een enorme bosbrand, die al wekenlang woedt. Hier in het noorden van BC is dat een zeldzaamheid, maar in het zuiden staan er bossen al maandenlang in brand. De hele provincie heeft dit jaar te maken met extreme hitte en droogte, net als Noordwest-Europa.

02_DSC00264_to skag

03_DSC_1821_to skagway

De White Pass was weer als vanouds prachtig. De pas is overigens niet vernoemd naar de witte sneeuw, maar naar meneer White, een ingenieur die een belangrijke rol speelde bij de aanleg van de beroemde spoorlijn over de pas, de White Pass & Yukon Railroad. Dit huzarenstukje, waar tienduizenden mannen aan werkten, werd in no-time aangelegd tussen 1898 en 1900. Nu hoefden al die arme sloebers niet meer met hun honderden kilo’s bagage te voet over de pas te trekken, op weg naar de goudvelden van de Klondike en de Yukon. Vandaag de dag boemelt er nog een mooi treintje overheen, deels over houten bruggen, langs gapende afgronden. (De moeite waard! Zie ook blogpost mei 2016: Uitstapje naar Alaska.)

05_DSC00270_to skag

In Skagway kampeerden we twee dagen in een zijdal, Dyea, met een rivier die in een prachtige delta in het fjord uitkomt. (Klik op de fotootjes om ze groter te zien.)

 

 


15_P1260302_skag
16_DSC00300_skag

En in Skagway kun je vooral ook heel lekker vis eten. We aten in een restaurantje dat zo verstopt is in de oude haven dat alleen locals het kunnen vinden. En wij. Ook de zeearenden pikken in de haven graag een visje mee. We zagen de arend in het plaatje hieronder in een spectaculaire schroevendraaier afdalen, middenin de haven, en met een zalm in zijn klauwen ervandoor gaan.

We maakten een prachtige wandeling boven Skagway. In een beekje zagen we deze enorme zalm die langzaam stroomopwaarts zwom, op weg naar de paaigronden. Dit is zo’n exemplaar dat al half uit elkaar aan het vallen is. Alleen nog even paaien, en dan sterven. Als hij niet voor die tijd al wordt opgegeten door een beer of arend.

Veel prachtigs tijdens deze wandeling: rechtsboven een rups van een walstropijlstaartvlinder (hier een exoot), rechtsonder een rups van een rusty tussock moth. Kijk in de grote versie eens naar die wonderlijke borsteltjes aan zijn antennes! Middenonder een western columbine, nog op het nippertje in bloei. Verder veel Alaskaans wilgenroosje (uitgebloeid maar met prachtig rood verkleurende bladeren), framboos, kleine wilde roosjes, vossenbessen. Een pracht van rood en groen.

Maar omdat we hier geen echte salmon run troffen, en ook geen beren, besloten we met de ferry een stadje verderop te gaan kijken, in Haines. Haines is kleiner en minder toeristisch dan Skagway, en via de weg alleen te bereiken vanuit het hoge noorden. Met de ferry ben je er in een uur vanuit Skagway – een prachtige tocht door de fjord.

31_DSC_1873_skagway

Boven: kraaien op zoek naar mosselen in de vloedlijn. Onder: mannetje harlekijneend. Bij de haven van Skagway.

32_DSC_1892_skagway

In Haines kampeerden we in het hart van berenland: Chilkoot State Park. De camping ligt aan een meer, dat via een beek is verbonden met de zee. In die beek vissen beren en vissers zij aan zij. Tenminste, volgens de foldertjes. Toen wij hier twee jaar geleden waren, was het vrij rustig en zagen we in de verte één grizzlybeer. Deze keer hoopten we op meer geluk. Voor de speurders onder ons: wat is hieronder gebeurd…?

DSC_1954_haines

Deze keer was het prachtig raak! Een moeder grizzly met haar drie jongen was aan het vissen bij een fishing weir, een soort hek in het water dat de passerende zalmen door een smalle goot dwingt. Op sommige plekken gebruikt men zo’n weir (spreek uit: ‘wier’) om zalm te  vangen – hier om ze te tellen, voor wetenschappelijk onderzoek. Maar de weir werkt ook als een magneet op beren. Aan de bovenstroomse kant van de weir zakken uitgeputte zalmen tegen het hek aan om even uit te rusten, en laten zich dan relatief gemakkelijk vangen door hongerige beren.

Moeder nam haar jongen ook mee de weg op. Hier ontvouwde zich een wonderlijk tafereel: dertig toeristen die keurig afstand hielden, met een groepje beren dat zich daar helemaal niets van aantrok en doodgemoedereerd op de mensen af liep – enkel geïnteresseerd in sappige scheuten en bessen langs de weg. De moederbeer kwam uiteindelijk binnen vijf meter afstand langs, terwijl wij achteruit deinsden. Ieder normaal mens denkt: véél eerder wegwezen. Het blijven per slot van rekening wilde dieren, die respect en ruimte verdienen en die onberekenbaar kunnen zijn. Maar op deze plek, waar beren en mensen inderdaad naast elkaar vissen, zijn de beren volstrekt niet geïnteresseerd in de mensen. In ons groepje stond ook een ranger, die het een en ander uitlegde en nauwlettend het gedrag van de moederbeer in de gaten hield. Geen enkel probleem, deze afstand, vond hij.

Later die middag zagen we dezelfde moederbeer nog even in de baai aan zee, waar ze op haar rug ging liggen om haar jongen te voeden. Heel bijzonder om te zien – en ook wat relaxter, vanaf een wat normalere afstand. Plus nog een fraaie jonge bonusbeer vlakbij de camping.

DSC_2209_haines

Zeearend, blauwe gaai en een Tlingit-totempaal langs een ceremonieel stukje van de Chilkoot River.

De tocht met de ferry terug naar Skagway viel in het water, want die ferry had – zoals wel vaker in deze ruige streken – zes uur vertraging. Dat zou betekenen dat we niet voor middernacht bij de grensovergang zouden zijn, en dan mag je er niet meer langs. Lastig, aangezien Nienke deze avond per se terug moest zijn in Atlin om drukproeven van een tijdschrift te controleren – ja, het kan verkeren; het lijkt hier dan wel één grote vakantie, maar het werk gaat ook gewoon door… Daarom besloten we de ferry te annuleren, en terug te rijden naar Atlin – een enorme maar schitterende omweg, via Haines Junction en Whitehorse.

kaartje 3
DSC00442_haines
DSC00443_haines

DSC00445_haines

DSC00447_haines

IMG_6097_skag

Even gestopt voor een hamburger in het schilderachtige Haines Junction, met op de achtergrond de bergen van Kluane National Park.

IMG_6102_haines

Spannend rijden als de schemering inzet: steekt er geen beer of eland de weg over? Teun reed geconcentreerd en koelbloedig….

DSC00460_haines

… en spotte deze elk (Noord-Amerikaans edelhert), die braaf aan de bosrand bleven staan.

DSC00455_haines

Onderweg ook nog een lynx, een eland en een stekelvarken langs de weg! Om middernacht waren we thuis. Precies op tijd om de drukproeven te controleren 🙂

Het eerste wat de jongens de volgende ochtend wilden doen: de oude roestige beverklem uitproberen, die we in Alaska uit een rivier hadden geplukt. Wat een akelig stuk gereedschap… Zelfs als je hem met een stok laat dichtklappen, doet het zeer aan je handen, zo groot is de klap. Alleen papa mag de klem spannen. Mama waagt zich er niet aan. Die neemt liever nog een kopje koffie.

P1260308_skag

 

Terug in Atlin!

We zijn hier alweer zes weken! Maar achter de computer zitten lukt maar niet. Het is buiten veel te mooi. En er zijn veel te veel leuke mensen die ons uitnodigen voor barbecues, vistripjes en klusprojecten… Kortom, we zijn koortsachtig bezig de laatste vleugjes nazomer mee te pikken voordat de winter inzet. En dat is al bijna… Op 31 augustus viel de eerste sneeuw op Atlin Mountain, aan de overkant van het meer. En vannacht hadden we de eerste vorst. Het water in het bakje op de veranda was bevroren. Hadden we met de auto weg gewild, dan hadden we moeten krabben.

Zo begon het: op 2 augustus vlogen wij over de ijskap van Groenland, via Vancouver naar Whitehorse in Yukon.

P1260183_vliegreis

Vanaf daar is het nog twee uur rijden naar het zuiden, over een doodlopende weg, naar ons dorpje Atlin, net over de grens van Brits Columbia. In Atlin (300 inwoners) woonden wij in 2016 al zes maanden. Zo ongelooflijk mooi en indrukwekkend… dat een halfjaar niet genoeg was. Ditmaal zijn we hier een jaar!

kaartje

Hoe dat zo gekomen is, hoe de twijfels en blinde hartstocht en koppigheid en wensdromen elkaar in ons hoofd hebben afgewisseld, dat vertellen wij nog weleens… Maar first things first: we zijn er weer! Ditmaal niet in de afgelegen vallei in de piepkleine cabin van Kate & Kate, de dames die ons ooit naar Atlin lokten. Maar wel in een smaakvol, maf, Pippi-Langkous-achtig houten huis aan het meer, zo’n vijf kilometer buiten het dorp. Dit is de voorkant van het huis, gezien vanaf de kant van het meer.

0795_huis

Je parkeert aan de achterkant. En die auto… Haha! Die auto hebben wij gekocht. Een Chevy Blazer Fourwheeldrive, via de plaatselijke online Marktplaats. Ja, je kunt maar beter goed voorzien zijn.

Het huis heeft geweldig uitzicht op het meer en de berg aan de overkant. Hoewel er hier en daar wel wat bomen voor staan… Maar die zijn ook fijn, want ze zitten vol met allerlei vrolijke meesjes, vliegenvangertjes, boomklevers, zangertjes, junco’s en ook eekhoorns. Die zijn allemaal verbazend tam en komen massaal op ons voederhuisje af. Want het voederseizoen is begonnen!

Het huis heeft een open vide, waar wij zelf slapen. De jongens slapen op een uitschuifbank in de woonkamer.

En het stookseizoen is begonnen!

IMG_6064_home

En dat betekent: hout hakken. We kunnen hier ons hart ophalen. Er ligt nu een paar kuub, maar dat is bij lange na niet genoeg voor de winter. De hele houtschuur moet vol… dus we zullen nog een keer of wat het bos in moeten om een paar hele bomen te halen. Do as the locals do… Gelukkig hebben we buren met wie we dat samen kunnen gaan doen.

IMG_6170_home
IMG_6169_home

Vanaf ons huis loop je zo de berg op… Monarch Mountain, ca. 1400 meter hoog (het meer ligt op 700 meter). Klik op de collage om de foto’s groter te zien…

 

En aan het einde van onze weg, de Warm Bay Road, liggen de warme bronnen waar je het hele jaar door in kunt zwemmen. Nou ja, warm… lauw is een betere omschrijving. Deze keer lieten de volwassenen dat genoegen dus even aan zich voorbijgaan. Die laafden zich liever aan het bizarre ecosysteem, dat goed gedijt bij het warme zwavelrijke water.

Halverwege de Warm Bay Road ligt Palmer Lake, een betoverend meer met een paar kleine sub-meertjes die door bevers zijn gemaakt. Daar kun je geweldig kanoën. Met dank aan onze vrienden Cathie en Jack, van wie wij deze mooie kano mochten lenen…

 

Hier nog wat kleine losse impressies van Life around Atlin:

Como Lake en, rechtsonder, cultureel erfgoed aan The Big Lake.

 

Pine Creek Falls, en goldpanning in Spruce Creek:

Frambozen plukken bij onze buurman Steve, om jam te maken en in te vriezen:

Onze outhouse! Raven op Monarch Mountain, pannenkoeken eten, en houtbewerken:

Herfst bij het meer! En fietsen naar het dorp. De terugweg is een hele opgave:

En nog meer huisvlijt:

 

 

IMG_6154_home

 

Road trip met een kano – deel 2

Wat losse eindjes had u nog van ons tegoed, ruim een jaar nadat we zijn teruggekeerd uit Atlin. Bijvoorbeeld de tweede helft van onze roadtrip met een kano! We hadden al wel verteld van het bezoek aan het goudzoekersstadje Whitehorse, het wildwatervaren op de Takini River en de waanzinnige vierdaagse kanotocht in de Alsek Valley van Kluane National Park, een van de ruigste landschappen die we ooit gezien hebben. Hier nog even het kaartje van de driehoek die we maakten:

Haines Jct

We waren gebleven bij ons eerste doel na de Alsek Valley: Kathleen Lake, een prachtig blauw meer ingesloten tussen hoge pieken, nog steeds in Kluane National Park. Daar wilden we een nacht doorbrengen! Een eindje varen over het meer en dan een wild plekje zoeken om te overnachten. Maar dat liep even wat anders. Op Kathleen Lake waaide een bulderende wind en de golven waren meer dan een meter hoog… Hieronder op de foto’s ziet het er nog niet zo ruig uit… We legden dus ook nog vol goede moed de kano in het water en begonnen in te pakken… totdat we ons realiseerden dat het echt gekkenwerk zou zijn, met een volgeladen kano, ijskoud gletsjerwater en twee kinderen die niet kunnen zwemmen.

P1210771

DSC_2775

Daarom pakten we alles maar weer in en reden een klein eindje verder, alwaar we de kano in het water lieten in de Kathleen River en een stukje meevoeren naar Little Kathleen Lake, aan de andere kant van de weg. Dat was niet zo spectaculair als het grote zustermeer, maar wel heel lieflijk en beschut.

De tenten stonden er wat krap tussen de bomen, bovenop het struikgewas, maar een beter plekje was  zo snel niet te vinden. Inmiddels was het al knap laat geworden… Prachtige zonsondergang aan het meer.

P1210781

De volgende ochtend was het nog even aanpoten om stroomopwaarts weer terug te komen naar de auto. Dat werd ploeteren op sandalen!

P1210796

Maar de beloning mocht er wezen, want vlakbij de auto spotte Teun opeens…. een heel grote kat aan de overkant van de beek, op nog geen tien meter afstand! Doodkalm zat hij ons aan te kijken. Zo kalm zelfs, dat Teun hem – dapper wadend met statief en telelens – tot op een meter of vijf kon benaderen. Nienke, Bram en Jelle zaten intussen ademloos in de kano. Zoek de lynx in onderstaande foto…

P1210798

Rillingen langs je ruggengraat als je dit in de ogen mag kijken:

DSC_2857-bewerkt2

Niet veel later reden we in de auto verder naar het zuiden, langs de weg van Haines Junction (Canada) naar Haines (Alaska) – volgens velen de mooiste weg op aarde. Of dat helemaal zo is durven we niet te zeggen – het was ook wat bewolkt, dus we hebben het landschap niet in volle glorie kunnen bewonderen. Maar indrukwekkend was het zeer zeker… (klik op de foto’s om ze groter te zien).

Haines in Alaska is een wonderlijk toeristenstadje aan een fjord. Je kunt er over de weg alleen vanuit het noorden komen, dus vanuit Kluane, de richting waarvandaan wij ook kwamen. Of je vaart erheen vanuit Skagway, een uurtje varen. Het is dus een vrij geïsoleerd stadje. We besloten de drukte van Haines (en het festival dat er net werd gehouden) achter ons te laten en te gaan kamperen op het Chilkat-schiereiland, net ten zuiden van Haines. Je had daar prachtig uitzicht op ruige bergen en gletsjers, maar de camping lag teleurstellend weggestopt in het dichte bos. De volgende ochtend maakte veel goed, want: de zee was spiegelglad dus wij besloten er een tochtje op te kanoën!

Haines

Die avond reden we door naar het andere plaatselijke State Park: Chilkoot, net ten noorden van Haines. Hier is de beroemde Chilkoot River, die Chilkoot Lake verbindt met de fjord, en waar rond deze tijd van het jaar veel beren zouden moeten vissen… We zouden dan nog net een stukje van de zalmentrek moeten kunnen meemaken.

We kampeerden in Chilkoot State Park weer in een dicht bos, maar ditmaal wel dichtbij het water. Dat leverde dit prachtige tochtje op, helemaal in ons eentje op het meer:

En waar wijst Teun naar, daar in die foto rechtsonder? Jawel, naar paaiende zalmen! We troffen een paar kleine, ondiepe inhammen in het dichte regenwoud, waar kleine beekjes in het meer kwamen. Dat is blijkbaar precies het habitat waar hitsige zalmen het liefst bij elkaar komen. Het leverde een heftig spektakel op, met enorme zalmen die luidruchtig heen en weer schoten onder de boot door, heen en weer, over elkaar heen, onder luid gespetter. Wat een ervaring – ook voor de jongens!

DSC_3036

In die inhammen vonden we op de oevers ook allemaal grote berenhopen en prachtige arendveren… Aan land gaan was daar wat riskant, omdat je maar nooit weet wie er nog meer naar de zalmen komt kijken… Maar Teun heeft het er toch een paar keer op gewaagd, vooral omdat Bram die veren té mooi vond om te laten liggen. Inmiddels liggen ze in Vogelenzang in zijn vitrinekast, keurig de grens over gesmokkeld bij Skagway en op de vliegvelden…

Niet alleen de inhammen met zalmen, maar ook de rest van het meer was sprookjesachtig mooi. Niemand anders te zien… alleen een eenzame bever.

En, of je het gelooft of niet, een zeehond, op jacht naar zalm! Die is dus de hele Chilkoot River opgezwommen en vertoeft hier doodgemoedereerd in zoet water.

DSC_3129

Die avond ging Teun nog op berensafari langs de Chilkoot River, maar zonder succes. De dag daarop lukte het beter! Nog steeds niet de enorme aantallen die vissers daar soms schijnen te zien (en waar ze helaas soms mee in conflict komen…) maar toch zeer indrukwekkend: een moeder grizzly met twee grote jongen.

DSC_3156

DSC_3151

DSC_3162

En ook de grindvlakte van de delta van de Chilkoot River was erg mooi… overal grote berenpoten, overal arendveren en overal zeehonden die op zalm aan het jagen waren.

De ferry van Haines terug naar Skagway was deze keer heel ‘gewoontjes’ – geeneens orka’s of springende bultruggen, zoals de vorige keer! Maar toch altijd prachtig om door die smalle, spectaculaire fjord te varen met káns op zeezoogdieren. Daar kan toch weinig tegenop.

Als kleine bonus van deze prachtige twaalfdaagse rondreis maakten we te voet (kano bleef voor de verandering even op de auto) nog een tweedaagse tocht in de bergen, precies op de grens tussen Alaska en Yukon. Daar ligt, halverwege de White Pass, een prachtige waterval, International Falls, waarvan wij al eerder hadden gezien dat we daar dolgraag een keertje wilden kamperen. Wel nog even spannend, met de kleine mannetjes met rugzakken op de rug, maar zij deden het boven verwachting goed! Wat wil je ook, in zo’n spannend landschap… Hier gingen we steil naar beneden, door het dal en dan langs die rivier weer omhoog. De waterval ligt net over het zadel heen, buiten beeld.

P1210914

Prachtige bloemenweitjes met alpenflora. Inmiddels was er een kille mist komen opzetten, dus met mutsen, dassen en wanten aan kookten we ons potje aan de rivier.

De volgende ochtend was het nog steeds mistig, maar de zon brak er na een paar uur op spectaculaire wijze doorheen. En dat leverde me een landschap op! We liepen nog een eind omhoog richting de eigenlijke Falls, zonder tent, en daarna via de kampeerplaats weer terug naar de auto.

DSC_3223

Van daaraf in twee uurtjes weer richting Atlin gereden. De laatste vakantie afgesloten. Of… misschien nog een paar dagen kanoën op het grote Atlinmeer…?

P1210968

 

Losse eindjes en nieuwe plannen

Het is bijna niet te geloven, maar we zijn al weer ruim een jaar terug uit Atlin. Het leven in Vogelenzang is vorig jaar augustus meteen weer met ons aan de haal gegaan alsof we nooit weggeweest waren. Dat kwam natuurlijk vooral door de razende sneltrein van school, vriendjes, zwemles en werk. Maar gelukkig valt er in Nederland ook gewoon heel veel te genieten. Zwemmen in zee, naar het theater, naar de duinen en het landgoed, en natuurlijk lieve familie en vrienden. Het is zeker geen straf om terug te zijn.

Intussen denken we wel elke dag met veel weemoed aan dat ándere leven, aan die andere lifestyle, aan die andere natuur, daar aan de andere kant van de oceaan. Alsof een deel van ons hart daar nog een beetje ligt, hoe fijn het hier thuis ook weer is.

Daarom hebben we afgelopen zomervakantie in Zweden een beetje Canadaatje gespeeld. Een week met kano wild gekampeerd in Glaskogen-natuurreservaat. En een week in een huisje dat niet onderdeed voor de blokhut van Kate en Kate. Aan een privémeer met eigen bootje. En een beer op het terrein, getuige de uitwerpselen! Een heerlijke idyllische vakantie.

 

Maar u raadt het al, daar blijft het niet bij. We zijn druk bezig met onze plannen voor onze volgende Atlin-retreat. Wie ons een beetje kent, zal dat niet verbazen. Aan veel mensen hebben we het ook al verteld – eigenlijk meteen vorig jaar al. We zijn er de mensen niet naar om echt te emigreren, onder andere vanwege familie, vrienden en Nederlandstalig werk. Maar we willen wel graag zo veel mogelijk van twee walletjes eten. Daarom gaan we ons avontuur nog eens herhalen. En dan voor een heel in plaats van een half jaar.

De plannen waren eerst nog vaag maar zijn nu concreter: het wordt het schooljaar 2018-2019! De eerste horde is genomen: de school in Atlin heeft een ‘letter of acceptance’ geschreven voor de jongens. Daarmee kunnen we hun studievisum gaan regelen. Ja, zij moeten deze keer een officieel visum hebben. Voor de preschool hoefde dat in 2016 nog niet. Zelf gaan Teun en ik opnieuw op een toeristenvisum. Mijn werk als freelance journalist met Nederlandse opdrachtgevers valt onder een uitzonderingsregel: daarmee hoef je geen werkvisum te hebben, sterker nog, je krijgt het niet eens. Het is nog even spannend of het moeilijk is om onder die omstandigheden voor de jongens een studievisum te krijgen. En dat toeristenvisum is maar 6 maanden geldig en dat moeten we dus halverwege verlengen.

In de tussentijd… is ons blog van Atlin 2016 nog niet helemaal af! Er missen nog een paar verhalen – de tweede helft van onze roadtrip met kano, inclusief kampeertocht in de bergen op de grens tussen Alaska en Yukon, en nog een losse blog over het leven in Atlin. Als die af zijn, dan kunnen we dit blog in zijn geheel laten printen als fotoalbum… en verder gaan met de plannen voor het volgende avontuur!

De cameraval

Voor ons vertrek naar Canada zaten we ons al te verheugen. Wat zou er te zien zijn als je een cameraval ophangt bij je huis in de wildernis? Welke dieren blijken er dan ineens rond het huis te spoken bij nacht en ontij, terwijl je zelf niets vermoedend op één oor ligt?

DSC_0852-bewerktDe cameraval

De verwachting was vooraf dat veel van het gedierte zich moeilijk zou laten zien. We hadden toen niet kunnen vermoeden dat je voor het meeste wild helemaal geen cameraval nodig hebt. Maar, voor dat je als lezer teleurgesteld je ogen van het scherm laat dwalen, wil ik toch even de aandacht vragen voor de foto’s die de val uiteindelijk opleverde. Ik moet wel opmerken dat het niet meeviel om dieren voor de camera te krijgen. Rond de blokhut was het blijkbaar ook ‘s nachts doodstil. Daar konden de met pindakaas besmeerde takjes in het vizier van de camera ook niets aan veranderen. Alleen de honden van de buren waren zo vriendelijk om af en toe voorbij te hobbelen. Verder slechts lege beelden. Was het dier te snel? Een bewegende tak? We zullen het nooit weten.

DSC_0691-bewerkt

Sporen van spelende lynxen

Nadat de blokhut en omgeving na ettelijke pogingen geen glimp van iets wilds had opgeleverd, nam ik drastische maatregelen. Ik vond een besneeuwd veldje waar overduidelijk meer dan een lynx was langsgekomen. Er was zelfs gestoeid, getuigen de poot en vachtafdrukken in de sneeuw. Paaltje met zalmolie geplaatst, camera dagen laten staan. Niets.

V.l.n.r. boven naar onder: hond betrapt, camera betrapt en boys up to no good…

Hoewel je als reiziger te allen tijde elk product dat naar eten riekt ver uit je buurt lijkt te moeten houden, in verband met nieuwsgierige beren, lijkt dat voor cameravallen niet op te gaan. Leek, liever gezegd. Want toen we uiteindelijk naar ons tweede huis bij Lake Atlin verhuisde, begon de camera val succes te boeken.

IMAG0040 (10)-bewerktWazige vlek blijkt berenneus…

Het duurde even voor we  deze wazige hadden ontcijferd, maar wie goed kijkt, ziet de neus en het oog van een zwarte beer, die de lens van de camera komt knuffelen. De voormalige composthoop  bleek in het vroege voorjaar een magneet voor wilde dieren.

Zwarte beer en vos (grijze variant van de rode vos) op bezoek bij de composthoop

Toen ik ’s ochtends vroeg een keer naar het toilet stommelde, zag ik ineens een witstaarthert in de tuin liggen. Lekker herkauwend op z’n dooie akkertje. Ook toen stond de camera in de tuin:

IMAG0060

Uiteraard probeerden we steeds nieuwe plekken, en nieuwe tactieken: met lokaas, op wildpaadjes, bij plekken met duidelijke sporen van wild.  Uiteindelijk bleek het neergelegde gratenskelet van een zalm aantrekkelijk voor een reeks uiteenlopende dieren.

Voor goede ogen, v.l.n.r. boven naar onder: chipmunk, rode eekhoorn en muis

Met als klapstuk…

 

De lynx!

 

Over bevers, beren en andere beesten

Je hoeft hier niet ver weg  voor je eersteklas natuurmomenten. Soms heb ik het gevoel dat ik in een van de spectaculaire BBC-documentaires ben beland. Heel af en toe schakel ik de filmfunctie van mijn camera in om dat gevoel te versterken. Het heeft wel wat, dat filmen. (Helaas kan ik de filmpjes niet zo op het blog zetten, dus die houden jullie te goed).

DSC_0456
Bever met een missie

Laatst bijvoorbeeld, toen ik na vele pogingen om de bevers bij een naburig plasje vast te leggen, ineens een doorbraak beleefde. Tot dan toe gingen de knagers vaak precies aan de andere kant van het plasje zitten als ik net dacht hun favoriete plek te hebben gevonden. Maar deze keer had ik gezien dat ze druk met hun dam bezig waren en ik besloot het nog maar weer eens te proberen. Dit keer kwam er al na twee minuten een bever aan gezwommen, die zich niets aantrok van de in blauwe jas gehulde gedaante aan de kant. Sterker nog, het dier ging vlak naast mij de kant op en ik kon precies zien welke kruiden de bever naar binnen werkte. Paardenstaart bijvoorbeeld. En frambozenblaadjes en wilg. Ik kreeg er zelf bijna trek in.

 

DSC_0462
Bever etend op 2 meter van mij vandaan

Intussen heb ik al heel wat van dit beverpaar kunnen zien en vastleggen. De dam aan de westzijde van de plas had versterking nodig. Avond aan avond waren de bevers bezig om modder van de bodem te scheppen om die vervolgens tussen kin en poten geklemd de kant op te duwen. Als zich een aardige hoop had gevormd, werd deze zorgvuldig met de voorpoten aangeduwd. Af en toe werd er een tak of een kleine boomstam in de modderbrij geduwd om het geheel tot een stevig bouwwerk te maken. Het gat dat aanvankelijk in de dam zat werd zo vakkundig gedicht. De beverdammen zijn in het algemeen zo stevig dat je er rustig op kunt lopen (waarmee ik het zeker niet wil aanmoedigen!).

 

Het bouwen van een dam; vlnr: modder wordt zwemmend tussen voorpoten en kin getransporteerd, op de gewenste plek gestort, aangeduwd en uiteindelijk met de voorpoten aangestampt.

Een andere interessante waarneming was de bouw van een nieuwe burcht. Bevers leggen rond de burcht takkenhopen in het water als wintervoorraad. Het is de bast van de takken die als voedsel dient. Wanneer het water bevriest, kunnen ze makkelijk vanuit de burcht onder het ijs door zwemmen om even een takje te halen. Een soort natuurlijke koelkast dus. Wat mij opviel was dat één van de takkenhopen voor de burcht na de winter nog steeds in omvang toenam. Zodanig, dat het op een serieuze burcht begon te lijken.

DSC_1656
Vlnr: oude voedselvoorraad, nieuwe burcht, met gras overgroeide oude burcht .

Nu zwemmen de bevers regelmatig met verse twijgen en duiken onder bij de grote takkenhoop. Dat duidt er ten eerste op dat de takkenhoop een onderwateringang heeft, zoals dat hoort bij een serieuze burcht. Ten tweede betekent het brengen van verse takken naar de burcht dat er hoogstwaarschijnlijk jongen aanwezig zijn die de bast van de kleine takjes als voedsel krijgen. Goed opletten dus of er binnenkort jonge bevers bij de burcht ronddobberen.

DSC_1700-bewerkt

 

 

Dagelijkse  bezigheden van de bevers: takjes knagen, bast van stammen eten (hmmm), grondig vacht poetsen en stammetjes in de dam duwen

De bevers zijn niet de enigen met kroost. Over fladderen jonge vogels rond. Ons balkon dient als voederplaats voor jonge junco’s en grey jays. De robins (grote lijsters met rode borst) zijn gestopt met zingen en vliegen nu rond met allerlei insecten in hun bek. Tot aan libellenlarven toe, die ze handig van de oever van het bevermeertje plukken.

DSC_1424-bewerkt

American robin (soort lijster) met libellenlarve

De wegkanten zijn in de vroege zomer ideaal voor grazende gezinnen omdat ze vol staan met verse planten en struiken. Zo zagen we weken geleden ineens een grizzlyberenmoeder met haar drie jongen langs de weg scharrelen. Ze deden zich te goed aan de bloemen van locoweed, een familielid van de sperzieboon, maar dan anders. Bekend om zijn effect op vee: ‘loco’ betekent gek en dat is wat vee wordt van het eten van het plantje. Beren blijkbaar niet, al is het gescharrel met je kleuters langs de weg niet erg verantwoord te noemen.

Over onverantwoord gescharrel gesproken…

DSC_0473

Deze wilde hondachtige maakte het helemaal bont. Nienke zag vanuit een ooghoek een wolf in de berm liggen. Niet dood maar springlevend. Terwijl wij in blinde paniek de auto probeerden te keren, in de veronderstelling dat het dier er als een haas vandoor zou gaan, bleek hij doodgemoedereerd op weg naar ons toe! De wolf drentelde wat rond de auto en ging vervolgens midden op de weg lopen waarbij het aanstormende verkeer (dat hier gelukkig zeer beperkt is) moest uitwijken. Wij stonden ondertussen ook nog eens op de verkeerde weghelft, half in de greppel met afgeslagen motor, terwijl ondergetekende onder deze penibele omstandigheden probeerde de National-Geographic-plaat-van-het-jaar te maken. Gelukkig zijn automobilisten hier over het algemeen vrij beheerst. Glimlachend informeerde een geduldige tegenligger of de plaatjes een beetje gelukt waren.

Intussen was de wolf alweer in de berm aan het rondscharrelen en enkele minuten later verdween het dier in het bos, nog een keer omkijkend. We waren allemaal behoorlijk ondersteboven van deze waarneming.

DSC_0538-bewerkt.jpg

Van mensen in het dorp hadden we al gehoord over een wolf langs de weg, maar dat was alweer weken terug. Natuurlijk is het vreemd dat zo’n wild dier dit gedrag vertoont. Waarschijnlijk is hij in het verleden gevoerd. Hoe het ook zij, het is en blijft een prachtig wild dier en het is heel bijzonder om een wolf zo diep in de ogen te kijken. Wat een blik. Oordeel zelf.

DSC_0497-bewerkt1

En hoe zit het met de elanden? Het is een feit dat er zeer veel geschikt landschap is rondom Atlin en het is opvallend is dat we tot nu toe relatief weinig elanden hebben gezien. Zeker geen stieren met enorme geweien, zoals je altijd op de plaatjes ziet. De Tlingit zeggen dat er vroeger veel meer elanden waren dan nu. Helaas zijn er nog geen getallen bekend en dus blijft de overheid ongelimiteerd vergunningen verstrekken aan jagers om elanden te schieten. En je raadt het al: juist de elanden met grote geweien worden het eerst geschoten.

DSC_9212-bewerkt

Gelukkig vingen we een glimp op van dit kalf en zijn moeder, veilig grazend in de verte in een van de vele moerasjes. Laten we hopen dat het een meisje is…

 

Road trip met een kano

Een hiaat in het blog, u moet het ons maar vergeven, want: we waren weer eens met vakantie! De locals hadden ons al tijdenlang aangeraden om eens naar het plaatsje Haines Junction te rijden, in Yukon, aan de voet van het indrukwekkende Kluane-gebergte. Daarvandaan loopt de weg zuidwaarts naar Haines in Alaska, aan de kust. Die weg moet de mooiste in de hele wijde omgeving zijn. Met de ferry kun je dan weer van Haines naar Skagway: een recept voor een geweldige road trip. Normale mensen doen dat in twee, drie dagen (of één – volgens Google Maps is het 7 uur), dus wij dachten: we gaan twaalf dagen. Dan kunnen we onderweg mooi overal stoppen en avonturen beleven. En dat is gelukt!

Haines Jct

Vanuit Atlin reden we eerst naar Whitehorse (30.000 inwoners, de hoofdstad van Yukon). Dat hadden we nog nooit echt goed bekeken, dus we besloten er een dagje te blijven. We logeerden twee nachten in het huis van Cathie en Jak, die op dat moment zelf in Atlin waren. En Whitehorse is leuk! Bol van de goudzoekershistorie. Hier kwamen de mensen tijdens de Gold Rush van 1897-1900 massaal op adem na hun barre tocht over de White Pass. Vervolgens reisden ze dan met een raderboot zoals deze hieronder (de SS Klondike) over de Yukon naar Dawson City, en naar de Klondikerivier met zijn goudbeladen zijarmen.

0009

Whitehorse is overigens vernoemd naar de stroomversnellingen in de Yukon, die met hun wit-schuimende golven doen denken aan de wapperende manen van een wit paard.

Het stadje heeft een erg leuk natuurmuseum, Beringia genaamd, gewijd aan hoe het er hier uitzag ten tijde van de ijstijden. Toen lag de zeespiegel een stuk lager dan nu, omdat er zoveel water was opgesloten in de ijskappen die grote delen van het noordelijk halfrond bedekten. Je kon van Siberië naar Alaska lopen over een brede landbrug, die we nu Beringia noemen. Daar graasden mammoeten en steppewisenten, die werden bejaagd door sabeltandkatten – en, rond het eind van de laatste ijstijd, door de vroege Noord-Amerikanen, afkomstig uit Siberië. Tijdens de voorlaatste ijstijd vond je er reuzenbevers – hieronder op schaal nagemaakt. Die mammoeten op de linkerfoto waren ook een groot succes.

Vlak ernaast was het transportmuseum. Er boeiend om je te realiseren hoe de wildernis stukje bij beetje bereikbaar werd, eerst te voet en per hondenslee, later per boot en trein, toen via de Alaska Highway (wat een project…) en ten slotte per bushvliegtuig. Je ziet ook wat er mis ging – en waarom de bush van Yukon nu nog steeds voor 99% onbegaanbaar is.

En er was een historisch treintje, waar we natuurlijk een ritje mee maakten. Het liep over het smalspoor dat in vroeger tijden het eindpunt was van de White Pass & Yukon Railroad, de waanzinnige spoorlijn door de bergen waar we eerder al een stukje van deden (zie blog ‘Uitstapje naar Alaska’). Nu rijdt er in de stad een 100 jaar oud Portugees wagonnetje overheen, voor de toeristen. Ach ja. Leuk voor jong en oud, dat historische waterfront, met mooi uitzicht op de Yukon.

Lekker uit eten, ook wel weer eens leuk na maandenlang bonen en pasta! De volgende dag verlieten we Whitehorse richting Alaska Highway. Eerst nog even een tussenstop bij het Yukon Wildlife Preserve, een enorm safaripark met inheemse diersoorten. Een beetje gekunsteld natuurlijk, maar in een prachtig landschap – en toch ook weleens leuk om die berggeiten, blue sheep, muskusossen, rendieren en elk (het enorme Amerikaanse edelhert) van heel dichtbij te zien. Ook erg leuk: de grondeekhoorntjes die graag meesnoepten van het voer van de grote grazers. Die piepten steeds tevoorschijn vanonder de voederbakken.

Tijd voor het echte avontuur! In een last-minute briljante opwelling had Teun voor vertrek geroepen: waarom nemen we eigenlijk de kano niet mee? Dus dat deden we, hupsakee op het dak. Dat opende tal van mogelijkheden onderweg. Eigenlijk stond ook peddelen op de Yukon op ons verlanglijstje, maar dat bewaren we voor een volgende keer (als we ons hebben ingelezen over waar de stroomversnellingen zitten). Maar ook halverwege Whitehorse en Haines Junction kun je leuk kanoën. Ook dat was eigenlijk een opwelling. We stonden te kamperen bij Kusawa Lake (zie kaartje), wat op zichzelf een beetje een afknapper was. Prachtig landschap, maar een beetje een redneck-camping waar tot diep in de nacht luide muziek werd gedraaid. Waren we maar gaan wildkamperen! Maar de ranger die langskwam, deed ons een mooi idee aan de hand. Waarom gaan jullie niet een eindje de Takini River afzakken? Die hadden we op de heenweg al zien stromen in een prachtige vallei.

Geweldig idee. Teun bracht de auto hemelsbreed ruim tien kilometer stroomafwaarts (over de kronkelende rivier was de route circa anderhalf keer zo lang) – en rende in sportkleren terug. Had hij meteen zijn trainingsschema afgewerkt.

Een prachtige rivier, die Takini. De buitenbocht is hier en daar uitgesleten in een hoge steilwand van wit zand en grind (zie tweede foto in onderste rij hierboven – als je erop klikt dan zie je hem groter). In de binnenbochten liggen prachtige zompige moerasjes. Het water stroomt behoorlijk hard en is heldergroen. Het is technisch niet lastig varen – je kunt je heel relaxt laten meevoeren. Maar er is één beruchte stroomversnelling, de Jaws. De ranger had nota bene gezegd: die kunnen jullie best varen. Maar bij het beginpunt waren kenners die het ons toch afraadden, zeker met kleine kinderen en met onze loodzware kano die je nooit meer uit het water krijgt als hij zinkt. We gingen, bij het bewuste punt, dus eerst maar even aan land om de Jaws van bovenaf te bekijken. Wat gaaf!! Bij Teun en mij begon het erg te kriebelen. Maar na enig wikken en wegen (samen eraf varen, kinderen bij deze aardige mensen op het strandje achterlaten…?) toch maar besloten de kano langs de stroomversnelling te dragen. Volgende keer misschien!

Teruggaan naar de redneck-camping wilden we niet, dus hup: kampeerspullen in de kano geladen en naar de overkant van de rivier gevaren om daar de tent op te zetten. Fijne beslissing. Heerlijk toch, dat wildkamperen.

0044

En dat gingen we in de dagen die volgden nog eens dubbeldwars beleven. Doel van dit deel van de reis was Kluane National Park, het enorme berggebied dat aansluit op de parken Wrangell-St.Elias (Alaska) en Tatshenshini-Alsek (BC) – die samen het grootste beschermde natuurgebied ter wereld vormen, met 8,5 miljoen hectare. Eindeloze bergen, gletsjers, rivieren en meren, voor het overgrote gedeelte zonder wegen of paden. Hoe dring je daarin door met kleuters? In een kano!

In het bezoekerscentrum hadden we ons daarover laten voorlichten, een permit gekocht en bearproof containers meegekregen om ons eten in te bewaren. ‘Heeft u wel een stevige fourwheeldrive die hoog op de wielen staat?’, vroeg de dame nog. Ja, die hebben we! En dat was maar goed ook, zie hieronder. Het beginpunt van onze kanoroute lag circa 15 km het park in – en da’s op deze manier een uur rijden. Stoer zeg – dat moeten wij die niet van auto’s houden, hier toch even eerlijk opbiechten…

Zo reden we langs de rivier de Dezadeash richting de beroemde Alsek Valley. Ons plan was om vanaf Camp #1 in het kaartje hieronder (de enige plek waar je een boot te water kunt laten) zuidwaarts de Dezadeash af te peddelen, tot waar deze zich bij de Kaskawulsh River voegt. Camp #4, daar wilden we kamperen. Maar tegen de tijd dat wij van start gingen, was het al zo laat dat we al snel inzagen dat we dat op die eerste dag niet zouden halen. Dan maar kijken hoe ver we kwamen. Het werd Camp #2, vier kilometer verderop.

0046

Want: het stormde namelijk behoorlijk – en we hadden de wind pal tegen. Van stroom méé was helaas niets te merken. Hoge golven klotsten soms de kano in, best spannend. Soms kwamen we ondanks keihard peddelen geen centimeter vooruit. Dan maar de boot uit en trekken, in het ondiepe maar ijskoude water!

Maar het was zeer de moeite waard: steeds verder die wildernis in peddelen, terwijl je weet dat je de enige bent die op dat moment een permit heeft voor die hele vallei – en dus alleen bent in een gebied van honderden vierkante kilometers. Nou ja, alleen…

0214

0052

Na twee uur ploeteren hielden we het voor gezien bij wat op onze kaart stond als Camp #2: een schiereilandje. Vanaf de rivier leek het alleen maar ondoordringbaar broekbos te zijn, maar vanuit de baai achter het schiereiland kon je zien dat er een ware kampeeroase achter lag: vlak, droog en vol geurende alsem. Geen vast campingplekje met vuurplaats of iets dergelijks – maar wel het enige kampeerbare stuk grond langs dit stukje rivier. Perfect. Bram helpt mee om de tentjes op te zetten.

De volgende dag bulderde wind nog net zo hard, pal tegen. Dan maar vaak stoppen om even te spelen aan land – en om M&M’s en mueslirepen te snacken!

En dan Camp #4! Wat prachtig! Indrukwekkend hoe die beide dalen bij elkaar komen en dan verder samen de Alsek Valley vormen. Tussen de pluimpjes van de uitgebloeide achtster zetten wij onze tentjes op, aan de rand van de eindeloze vlakte, in de luwte van een morene. Daar hadden we eindelijk rust van de bulderende wind en konden de mutsen af. De kleine mannetjes zagen natuurlijk weer aanleiding om te gaan zwemmen.

De Kaskawulsh is een enorme gletsjerrivier, die vlechtend over een brede grindvlakte stroomt. Dat zie je niet zo vanaf het waterniveau, maar wel als je een eindje de helling op loopt. Dat deden Bram en ik die avond – Bram was niet te stuiten en wilde per se naar de top van de heuvel! Een steile klim, die hij dapper en enthousiast volbracht. Op de linkerfoto zie je rechts in beeld een dennenbosje aan het water – daar ongeveer staan onze tentjes. Van rechts komt de Dezadeash, recht van voren de Kaskawulsh, en samen stromen ze als Alsek verder naar links, uiteindelijk helemaal naar de Pacific. Er zijn mensen die dat raften, in een week of drie! Links zie je Profile Mountain.

Teun maakte die avond ongeveer hetzelfde tochtje, maar verkende niet de heuveltop maar de canyon die erachter lag.

0220

We hadden graag een rustdag willen inbouwen, en een dagje willen spelen op die samenvloeiing van rivieren, maar we wisten niet zeker of we wel in één dag zouden kunnen terugpeddelen naar de auto. En je moet je strikt aan het aantal dagen van je permit houden, anders gaan ze je zoeken met een helikopter. Daarom toch de volgende ochtend de tenten maar weer ingepakt, onder toeziend oog van een slechtvalk die pal onder onze neus een geelpootruiter sloeg.

0221

We gingen natuurlijk wel eerst nog even een ochtendtochtje maken. De Kaskawulsh een eindje opvaren, dat wilden we. Op de stoere rivier zelf maakten we geen schijn van kans, dat merkten we al snel, maar in het aangrenzende vloedbos kwamen we een heel eind. Het smeltwater van de Kaskawulsh-gletsjer stroomde tot voor kort voornamelijk door een ander dal, en deze rivier hier was toen heel bescheiden. Maar door het terugtrekken van de gletsjer verlegde de stroom zich en nu loopt al het water door deze vallei. Daardoor zijn de oeverbossen nu ondergelopen. De bomen zullen vast afsterven, maar nu kun je er nog tussendoor varen. De vegetatie remt de stroming grotendeels, maar het blijft ploeteren. Even aan land kijken, en daarna: wiehoeeee, met de rivier mee terug! Wel uitkijken dat we de bocht niet misten, en verder de Alsek mee ingesleurd werden… maar dat ging goed.

Helemaal in één keer terugvaren lukte inderdaad niet, na deze ochtendexcursie (natuurlijk was de bulderende wind – die we nu in de rug gehad zouden hebben – gaan liggen), dus het was goed dat we een extra dag hadden. Nu konden we rustig aan doen en onderweg nog wat aan land gaan. Vooral als je vijf of zes bent is dat fijn – dan is de aandachtsspanne in de boot niet heel lang. Maar dat is prima.

We kampeerden deze keer illegaal op een plek aan de westkant van de rivier, een kilometer of twee ten zuiden van waar de auto stond. Weer op zo’n prachtige alsemvlakte met wilgenroosjes. Teun zag ’s avonds nog deze jongen – de eerste eland met een fiks gewei. Teun maakte het arme beest zodanig aan het schrikken dat het pardoes vlak langs het kamp galoppeerde, zich luid krakend een weg door de bosjes baande om er vervolgens rennend door het water vandoor te gaan. Nienke zag het niet maar hoorde het wel vanuit de tent. Eerst was dat wat spannend (is het een beer??), maar het luide plonzen in de rivier deed al snel vermoeden dat het om een eland ging. Vervolgens kwam er weer iets aanstruinen, maar dat was Teun. Al met al een bijzondere auditieve ervaring…

De volgende dag nog een stukje peddelen terug naar de auto, en weer lekker fourwheeldriven dwars door de beken. Een prachtige rit met fenomenale uitzichten.

En zo reden we terug naar Haines Junction, waar we ons weer afmeldden bij het bezoekerscentrum. Maar de bearproof containers, die hielden we nog even, en we haalden meteen de volgende permit, want we wilden nog één dagje het park in peddelen, via het schilderachtige Kathleen Lake. Hoe dat afliep, en wat we verder beleefden langs de mooiste highway in de wijde omtrek, en hoe het is om te kanoen in Haines, op zee en met paaiende zalmen op een meer, dat vertellen we binnenkort.

(Nienke)

 

Hier nog wat overgebleven foto’s.

Takini River:

0029

Eerste aanblik van de Kluane-bergen vanaf de Alaska Highway:

0077

Dezadeash Valley:

0073

Bram met zijn geliefde arendveren:

0063

En met beverhoutjes, een andere grote hobby:

0232

Stilleven met kano:

0067

En tot slot Haines Junction – de splitsing van de weg naar Haines en de Alaska Highway naar Anchorage en Fairbanks:

0074

Life around Atlin

Je zou het bijna vergeten, met al die reisfoto’s van Alaska en van bisons: dat we tussendoor gewoon op één plek wonen. Terwijl dat nu juist een welbewuste keuze was. Niet steeds rondreizen, maar ook ergens een beetje wortelen. De omgeving en de mensen leren kennen. Ons thuis gaan voelen.

Daarom hier eerst, voordat we nog een laatste serie foto’s van Alaska over jullie uitstorten, en daarna die van de volgende vakantie (onze laatste! naar de bergen en de toendra in het noorden), een beeldverslag van ons leven hier in Atlin. Nou ja, de highlights daarvan tenminste. De regenbuien, de muggen, de vernielde mijnbouwdalen en de klierende jongetjes laten we gemakshalve even weg, zoals we eerder al uitlegden. En de raciale segregatie – daar hadden we het nog niet over gehad. Maar die reflectie, die komt nog wel een keer!

Daar gaat ‘ie dan. Om te beginnen: blije plaatjes van in, rond en boven ons huis. Met onze kolibrie Roosje, die naar binnen was gevlogen (maar zich gelukkig meteen klem vloog achter het gordijn).

 

Kanoën op Atlin Lake, vanuit de haven, naar een van de kleine eilandjes. Soms met jongetjes:

 

…maar soms ook zonder (eerst even koffie halen bij Leandra):

 

Kleine jongetjes op bezoek om te spelen, meestal met water in de tuin, en uiteindelijk vaak uitgeput met een filmpje:

 

Zwemmen in Atlin Lake – nou ja, pootjebaden in het ijskoude meer zelf, en badderen in de opgewarmde natuurlijke poeltjes:

 

Een avond mee met de boot van Philippe, Leandra en hun zoontje Justin. Barbecuen op Sandy Beach, aan de voet van Theresa Island. Elandenspiesjes, berenworstjes (ja echt!) en een heerlijke moot zalm.

 

Een dagje naar Carcross, rijk aan Tlingit-erfgoed, om een interview af te nemen over het beschermen van de Southern Lakes-kariboe – o.a. gesprek met een Tlingit-stamoudste:

 

Leren schieten met een luchtbuks bij John en Stephanie. Jelle schiet ‘pang’ precies tegen de gietijzeren pan die als schietschijf in de boom hangt!

 

Een dagje vissen op Palmer Lake samen met Rosie en haar zoontjes James en Oliver:

 

Vaderdag: een georganiseerde vader-zoon-vismiddag op Como Lake. De hele bekende bende van kleine jongetjes is aanwezig (en hun vaders):

 

Zomaar een avond pielen aan het beekje tussen de beide McDonald Lakes. Eten koken op de brander. En op de terugweg nog even stoppen om foto’s te maken van de prachtige vallei (uitzicht op Atlin Mountain en Lake) – en een stekelvarken te besluipen!

 

Mountainbiken (Teun) met o.a. Philippe en Leandra, bij Pine Creek…

0143

 

…en boven McDonald Lake Valley:

 

Kajakken (Nienke) met o.a. Philippe en Leandra, in de snelstromende rivier van Atlin Lake naar Tagish Arm. Teruglopen langs de historische spoorbaan uit de tijd van de goudkoorts: