Bijna weg

Het is af en toe nog wat onwerkelijk. Binnen een week zitten we met ons vieren in deze blokhut in Noordwest-Canada. En dan is het echt. Echt echt. Een avontuur waar we ons hele leven alleen maar van hebben durven dromen, maar dat ons nu opeens in de schoot geworpen is. Bergen, bossen, elanden, wolven, beren, kreken, gletsjers, allemaal in de achtertuin. (Foto’s – ook die hierboven in de balk – met dank aan Kate Harris!)

Atlin cabin outside      Atlin cabin outside 2

Precies het landschap waar Teun en ik warm van worden. Het landschap waarin we zes weken hebben rondgestruind tijdens onze huwelijksreis in Alaska, in 2009. Het landschap van ‘Into the Wild’ van Jon Krakauer, van Jack Londons ‘The Call of the Wild’ en ‘White Fang’. Het land van de Yukon, van de Klondike-goudkoorts, van de zalmen en de zeearenden en de blokhutten in eenzame valleien. En nu gaan we daar zomaar wonen, zes maanden lang.

Het toeval wil dat ik via mijn VN-congresverslaggeving (een prachtige freelancebaan) al tien jaar bevriend ben met Kate uit Toronto – en al vier jaar met een andere Kate, óók uit Toronto. Ook de beide Kates hebben elkaar via dit baantje leren kennen en ze zijn inmiddels met elkaar getrouwd. Twee van de meest inspirerende mensen die ik ken – zo warm en vrolijk, actief en breed geïnteresseerd. De ene Kate is assistant professor in Toronto, gespecialiseerd in het beleid rond natuurlijke hulpbronnen in Noord-Canada. De andere is schrijfster en avonturier. Ze fietste al eens dwars door de VS van west naar oost – en van Turkije via Kazachstan en een paar andere Stannen naar Tibet en uiteindelijk China. Tien maanden, tienduizend kilometer – en daarover schrijft zij nu een boek.

        

Dat schrijven doet ze vooral vanuit haar droomplek, de plek waar zij en Kate oud willen worden: het dorpje Atlin in British Columbia, op de grens met Yukon en Alaska. Atlin, zo bezweren beide Kates, is de mooiste plek op aarde. Waanzinnig geisoleerd, op 2,5 uur rijden van de dichtstbijzijnde stad (Whitehorse, in Yukon, met 40.000 inwoners). Atlin zelf heeft 500 inwoners, ligt aan een doodlopende weg in de bergen, heeft geen mobiele telefonie en wordt bestuurd door een raad van lokale Tlingit-indianen. Dáár willen we dus heen.

Atlin on the map 1

Al jaren hebben de Kates ons uitgenodigd om op bezoek te komen in Atlin. Want ze kennen onze voorliefde voor deze noordelijke wildernis. Maar naar West-Canada vliegen met kleine kinderen, dat doe je niet zomaar even voor een vakantie.

Maar toen werkte ik weer eens een week samen met de ene Kate, tijdens een congres in Bonn afgelopen november. En ik liet vallen dat Teun per 1 januari ging stoppen met zijn werk, en nadacht over wat te doen. ‘Kom op onze cabin passen!’, riep Kate onmiddellijk. ‘We zoeken iemand voor twee maanden, vanaf 1 maart!’ Meteen ja gezegd. Zonder Teun te raadplegen. Maar ook hij kreeg meteen kippenvel. ‘Laten we zes maanden gaan!’

Atlin cabin 2          View from cabin 2

Leerplicht geregeld, verzekeringen aangepast, huurder gevonden voor ons huis. Zo gemakkelijk gaat dat dus, een halfjaar er tussenuit. Zou iedereen eens moeten doen. Het ruimt lekker op, in je huis en in je hoofd. En intussen zijn we nu dus al drie maanden voorpret aan het beleven. Googelen over de omgeving. ‘The Call of the Wild’ herlezen. Heel veel warme kleren bestellen via Marktplaats, lekker wollen ondergoed voor de jongens. Maar veel kleding is ook dáár voor ons geregeld: de lokale vriendenkring van de Kates is al wekenlang voor ons aan het werk om kleding te verzamelen, kinderspeelgoed, autostoeltjes. En passant worden we ook al via de lokale Facebooksite door wildvreemden uitgenodigd om mee te gaan langlaufen en hondensleeën . Het voelt nu al als een warm badje, dat Atlin.

Nog vijf dagen! Nu alleen nog even mijn werk af maken. En het huis verder opruimen. De eerste grote tas is ingepakt! Vandaag is het -12 graden in Atlin. We kunnen niet wachten!

 

 

 

Advertenties

Trekbel

Sinds kort hebben we onze oude ‘ding-dong’-bel vervangen door een trekbel met rustieke uitstraling. Al jaren willen we dat, omdat de oude bel ons herhaaldelijk in de steek heeft gelaten en bovendien foeilelijk is. Waarom dan ineens dan toch tot aanschaf overgaan?

Sinds onze voorbereidingen voor Canada in volle gang zijn, zitten Nienke en ik bijna elke avond achter de computer op sites als Marktplaats om spulletjes te zoeken voor de grote reis. In de gang staan inmiddels drie paar ‘Sorels’, enorm lomp schoeisel dat nog het meeste weg heeft van de schoenen die de Kerstman draagt, inclusief nepbontrand (zie foto). Ze zijn vooral warm en waterdicht, dus ideaal voor de (smeltende) sneeuw.

DSC_0213-bewerkt

Regelmatig check ik mijn e-mail om te zien of er al iemand heeft gereageerd en wanneer ik de postbode mag verwachten. Laatst was het zover, maar aangezien ik onder een loeiende afzuigkap stond te koken en de jongens verdiept waren in een tekenfilm, hoorde niemand de veel te zachte ‘ding-dong’-bel uit de gang en vond ik later slechts een briefje van de postbode. Dat gaf mij zoveel ergernis dat ik onmiddellijk weer achter de laptop kroop en een trekbel bestelde. Sindsdien gaat geen postbode meer ongemerkt voorbij en gaan alle voorbereidingen onbelemmerd voort.