Van wind en glimmers

Aangezien Lake Atlin dit jaar niet is dichtgevroren, weten heel wat dieren het meer al vroeg te vinden. Vroeger dan normaal. Grote zaagbekken, wilde eenden en brilduikers zijn al sinds februari op het meer te zien. Ook de vissers zijn vroeg. Zo mocht ik afgelopen zondag mee met een ervaren visser in een snelle boot die van alle snufjes was voorzien. Eerlijk  gezegd heb ik, sinds ik van mijn opa een bamboe hengel kreeg, nooit meer enig serieus vistuig gehanteerd. Het leek mij dus verstandig om de kunst eerst af te kijken.

DSC_3270-bewerktEr gaat een wereld voor mij open. Ten eerste de voorbereiding. Ik word door een vriendin van ons voorgesteld aan Bernie.  Bernie is gearriveerd in een enorme SUV met caravan-opzet-stuk en daarachter nog een trailer met een luxe motorboot erop. Speciaal voor de gelegenheid komt hij even op en neer  uit Whitehorse (bijna 200 km hier vandaan).

DSC_3275-bewerkt

Na ongeveer een uur is de boot in gereedheid gebracht en kan het ding te water gelaten worden. Intussen is ook het vistuig keurig uitgestald: twee hengels met elk een enorme zinker en een forse haak met glimmend metalen plaatjes als lokaas.

DSC_3272-bewerktSpeciale houders aan weerszijde van de boot houden de hengels op hun plek, zodat je alleen naar de punt van de hengel hoeft te kijken, om te zien of het raak is. Met een beetje geluk kun je op het meer zalmforellen van een kleine meter vangen. Op het schermpje van de ‘fishfinder’ wordt met kleine visjes aangegeven wat zich zoal onder je bevindt.

DSC_3286-bewerktOndertussen hebben we ons losgemaakt van de kant en snellen we met 90PK naar de overkant van het meer. Daar gaat de motor op de pruttelstand en varen we met twee hengels aan weerszijden, als een Urker kotter met sleepnetten, langs de oevers van een van de vele idyllische eilandjes die Atlin Lake rijk is. Na een uurtje pruttelend rondvaren en staren naar een hengelpunt zijn we toe aan een stevige lunch: hotdogs van elandenworst, gebraden boven een vuurtje op het kiezelstrand. De wind trekt intussen aan.

DSC_3298-bewerktNa het eten varen we stuiterend en rollend over het meer. We doen nog enkele dappere pogingen om iets te vangen: verschillende dieptes, ander lokaas (felle kleurtjes, groter, kleiner). Intussen probeer ik een beeld te krijgen van de knowhow die komt kijken bij deze ‘sport’. Dat blijkt niet heel  eenduidig. Bernie vist normaal in juni op het meer en weet dan precies waar hij wezen moet. Nu tast hij in het duister. En dan het lokaas. Soms vist hij een jaar zeer succesvol met een bepaalde glimmer om het jaar erna met dezelfde helemaal niets meer te vangen.

DSC_3282-bewerktMaar uiteindelijk is het vandaag vooral de wind die bepalend is voor ons gebrek aan succes. Na nog een uurtje bonken, schommelen en natte sprays houden we het voor gezien.  Als de boot weer op de trailer ligt is Bernie nog een uur bezig om zijn vistuig weer netjes op te bergen. Ik moet nog een beetje wennen aan deze manier van tijdverdrijf, geloof ik…

Teun

Advertenties

Van warme bronnen en stekelvarkens

De boomstekelvarkens beginnen actief te worden! Ze houden geen echte winterslaap, maar houden zich in de winter wel koest, meestal in een boom of in hun hol. Nu het echt lente wordt, beginnen ze rond te scharrelen. We hebben er al drie gezien. Ongelooflijk schattige dieren zijn het, een soort enorme cavia’s met stekels die er wollig en aaibaar uitzien. Maar dat zijn ze allerminst; de hond van onze vriendin Stephanie moest onder narcose om 1.200 stekels uit zijn neus en kop te laten verwijderen door de dierenarts…

Volgens onze ex-buurman Philippe zijn boomstekelvarkens erg smakelijk (zolang je bij het prepareren de stankklieren weet te vermijden). Groot, niet zo schuw en gemakkelijk te schieten: ideaal ‘survival food’ dus. Maar wij vinden ze daarvoor veel te schattig. Dit exemplaar zat rustig in de berm toen wij langsreden, een meter of twintig van de weg. Wij natuurlijk uitstappen en er naartoe sluipen – de jongens vonden het prachtig. Parmantig hobbelde de stekelcavia ervandoor, sneller dan je zou verwachten, om zich te verstoppen onder een paar oude planken. De kleine kraaloogjes keken ons nieuwsgierig aan. Maar verder liet hij zich natuurlijk niet meer zien.

DSC_3263-bewerkt

Toen we hier nog maar net aan Warm Bay Road woonden, moesten we natuurlijk de warme bronnen opzoeken aan het einde van de weg. Dat is zo’n twintig kilometer rijden, met aan je rechterhand het grote meer en aan je linkerhand een indrukwekkende bergketen. Halverwege vind je tussen die bergen en de weg ook nog een keten van lieflijke meertjes, samen Palmer Lake genoemd, deels verscholen in het bos. Daar schijn je prachtig te kunnen kanoën en zeer goed te kunnen vissen. Als het ijs weg is, moeten we dat maar eens proberen. (Teun heeft zijn visvergunning al gekocht… Hij is een dagje mee wezen vissen met een bootje op het grote meer, maar er stond zo veel wind dat de vissen niet wilden bijten… Op het beschutte Palmer Lake, hieronder, schijn je dat probleem niet te hebben. Is ook veel veiliger kanoën met kinderen. Voor het grote Atlin Lake, 30 bij 120 kilometer, heb je meer aan een zeekajak.)

126

Aan het eind van de Warm Bay Road is een baai waar een warme beek in uitkomt. Die beek ontspringt een paar honderd meter verderop, een eindje hoger op de helling, bij een lieflijk weitje. Bewoners hebben daar – zo te zien al honderd jaar geleden – een damwandje aangelegd met planken, keien en grond. Daardoor is er een ondiep bassin ontstaan, met het formaat van een flink kleuterzwembad en ook ongeveer die diepte. In het midden borrelt warm water naar boven. Nou ja, warm – lauw, zullen we maar zeggen. Geweldig! Vooral als je kleuters bij je hebt! Iedereen rukt zich de kleren van het lijf, ook al is het maar 10 graden en ligt er sneeuw. En dan krijg je dit:

165

(Voor wie zich afvraagt wat Bram daar om zijn arm heeft: dat is geen zwembandje, maar een waterdichte zak. Bram moest zijn hand droog houden, want hij had – op de eerste dag in ons nieuwe huis – zijn vinger zodanig tussen de deur gekregen dat we de weekenddienst van de plaatselijke kliniek even zijn gaan uittesten. Het vlezige topje van zijn middelvinger lag eraf. Maar het is wonderwel genezen en nu is er al bijna niets meer van te zien.)

Dankzij de warme bron loopt het planten- en dierenleven hier een paar weken voor op de rest van het ecosysteem. Overal waar de sneeuw smelt is het dor en bruin, maar in en rond de bron groeien frisgroene blaadjes. Vooral waterkers, mmm. Bram heeft er heerlijk van gegraasd, goed tegen de scheurbuik. En er zwemmen piepkleine rode garnaaltjes in de bron. Volgens de bewoners zijn die er dit jaar voor het eerst – hoe dat dan opeens kan? Meegekomen aan eendenpoten, vanuit warmere streken?

Pa en moe hadden de warme bron na tien minuten wel weer gezien, maar de jongens kregen er geen genoeg van. Vooral Jelle – die hield het qua temperatuur het langst vol van ons allemaal, en bleef maar nieuwe dingen ontdekken. (“Hee! Hier is het het warmst, waar die belletjes naar boven komen!”)

Bram en Nienke gingen ondertussen een vuurtje stoken, terwijl Teun zich suf fotografeerde. Vooral toen het kouder werd en er allemaal prachtige nevels boven het water kwamen…

172

Maar na anderhalf uur vonden wij dat we dit koude en vermoeide mannetje maar even tegen zichzelf in bescherming moesten nemen… Dat werd lekker slapen, die avond:

171

Deze plek stond dus meteen met stip bovenaan ons favorietenlijstje. Een paar dagen later meteen weer erheen… Iets minder magisch, zonder sneeuw, zonder nevel, met mede-badgasten – maar dat mocht de pret niet drukken.

 

Ja, het is goed toeven hier aan Warm Bay Road.

 

183

192

147

154

175

176

174

(Nienke)

Droomhuis aan het meer

We zitten nu een week in ons droomhuis aan het meer en we zijn nog steeds niet gewend. Aan het asociale uitzicht, aan het houten design, aan de luxe van een warme kraan, douche en wasmachine.

151

Het huis (100 m2) ligt op een berghelling zo’n 50 meter boven het meer en 20 meter boven de weg. Die weg, de Warm Bay Road, loopt vanuit Atlin langs het meer zo’n 25 km naar het zuiden, zonder zijwegen, en loopt dan dood in de wildernis. Wij wonen zo’n vijf kilometer buiten het dorp. Aan één kant staat een buurhuis, op ca. 100 meter afstand buiten het gezichtsveld. Afgezien daarvan is er aan beide zijden een paar kilometer niks.

kaartje

De woonkeuken en badkamer zijn boven; beneden is de entree voor de vieze laarzen, met een enorme industriële houtkachel die het hele huis verwarmt. Beneden zijn ook de twee slaapkamers. Boven is een prachtige balustrade rond drie zijden van het huis. Aan de achterkant vind je ook nog een terras, een kruidentuin en een tweede kas – naast de fraaie kas aan de zijkant van het huis.

Hieronder zie je het huis van de voorkant, van de andere zijkant en gezien vanaf de eigen picknicktafel op de helling achter het huis. Die helling loopt uiteindelijk naar de top van Monarch Mountain.

En zo ziet het er vanbinnen uit, op de bovenverdieping. Dat kon slechter, vinden wij – zeker als je bedenkt dat we er beslist niet veel voor betalen. Hebben wij weer.

Zo ziet de rest van het huis eruit. Badkamer met bad en losse douche… Rechtsboven zie je Teuns kluskamer (!) met op de achtergrond de entree met de houtkachel. Daaronder het uitzicht vanuit de woonkamer naar het westen: Atlin Mountain. Daar zien we de zon nu achter ondergaan. En daaronder de veranda met uitzicht langs de kustlijn naar het noorden. Wij zouden wellicht wat van de bomen omhakken als het ons huis was, ten bate van het uitzicht… maar aan de andere kant genieten we zeer van de eekhoorntjes en vogels die juist die bomen graag uitkiezen. Er schijnen ook weleens uilen in te zitten…

Die kassen zijn leuk, zeg. Wij hebben geen groene vingers, denken we, maar dit is het moment om het uit te proberen. Zeker omdat de groenten hier in deze uithoek onbetaalbaar zijn (en soms al half beschimmeld als je ze koopt).

157

Ook onbetaalbaar, soms al over de datum en in elk geval droog, zoet en klef, is het brood. Daarom gaan we ook in ons nieuwe huis vrolijk door met dagelijks bakken.

144

Maar wees gerust, we zijn niet opeens alleen nog maar aan het huismussen. We gaan natuurlijk nog steeds elke dag naar buiten. Bijvoorbeeld naar boven, de helling op.

En naar beneden, naar het meer. Om bij het meer te komen moet je een paar honderd meter lopen, dwars door het bos, klauterend over omgevallen dennenbomen, door frambozenstruiken en soms nog wadend door de diepe papsneeuw – er is geen pad. Maar dan heb je wel je eigen keienstrandje, waar je heerlijk een vuurtje kunt stoken. Terwijl de jongens met stenen en takken gooien, koken wij pasta met broccoli en zalm in een pannetje op het vuur.

En we verkennen de omgeving van Warm Bay Road. Prachtig – en weer heel anders dan de vallei van de McDonald Lakes. En waarom Warm Bay Road zo heet? Dat heeft met warme bronnen te maken – maar daarover later meer.

126

125

153

(Tekening van Jelle voor opa en oma: arend, muis, spar, rendier,
vutje=vuurtje, worstje, Jelle, eekhoorn. 🙂 )

slaapkamer

185

186

184

136

150

 

 

Lente

Overal ligt nog sneeuw, maar de lente begint de strijd te winnen. Je ruikt de kale grond, je hoort overal druppend water, de zangvogels zijn druk in de weer en er vliegen zelfs vlinders rond, de laatste paar dagen. En dat terwijl het ’s nachts nog behoorlijk vriest. We hebben de afgelopen twee weken nog even extra ons best gedaan om de winter in ons op te zuigen, nu het nog kan. Nog even de laatste restjes Atlin in de winter.

Een van de absolute hoogtepunten was een skitocht die Teun en ik samen maakten bovenin de vallei. Heerlijk, de kinderen konden meerijden naar school met de buurman, dus wij stonden al om half negen op de ski’s, toen de zon nog achter de bergen was. Dat leverde die prachtige waarneming op van kariboe in de ochtendnevel, waar Teun al eerder over schreef. Maar ook deze mooie plaatjes (let op het ijs in baard en haren!):

Het grote voordeel van zónder jongetjes op pad gaan is, naast het feit dat je ook echt kilometers kunt afleggen, de oorverdovende stilte. Als je even stopt met het swoesj-swoesjen van je ski’s, dan hoor je helemaal niets. Geen menselijke geluiden, geen wind in de takken, geen vogels. Het dikke sneeuwpak lijkt alle geluiden nog eens extra te dempen. Pas als je langer stilstaat, hoor je af en toe het klokken van een raaf, het geratel van een boos eekhoorntje of het tsjik-a-die-die-die van een eenzame chickadee. Maar verder zijn de naaldbossen daar hoog in de vallei nog stil, in de ijzige greep van de winter.

Nee, dan de middagen als de jongetjes erbij zijn. Dan knetteren je trommelvliezen eruit. Hoe vaak we ze ook vragen om het een beetje rustig aan te doen, omdat we anders nóóit een lynx of een eland zien – ze vergeten het telkens weer en schreeuwen het uit van de sneeuwpret. “We hebben toch al een lynx en een eland gezien?”, zei Bram laatst heel ad rem. Nou ja, gelijk hebben ze: wie zou het hier stil bij kunnen houden?

Maar nu nemen we langzaam afscheid van de winter. En van ons romantische cabin life daar bovenin de vallei. Want per 1 april liep dat ten einde — we wonen nu in ons walgelijk mooie droomhuis aan het meer, met vijf keer zoveel vierkante meters en grandioos uitzicht over het meer. Maar we laten dat huis nog steeds even als een cliffhanger in de lucht hangen, want er zijn nog wat achterstallige cabinplaatjes die jullie moeten zien. Zoals van het paaseieren schilderen.

En van het genieten van de eerste lentedagen op de veranda. Teun leest het boek ‘De man en het hout’, over – hoe toepasselijk – de kunst van het houthakken.

Van de kunst van het houthakken en de laatste verse sneeuwval in de ochtendzon:

En van Jelle, die zijn eerste vogelhuisje timmerde. Nou ja, met een beetje hulp van papa:

Van de avonden in de cabin en van boeken lezen over het bouwen van houten huizen:

En van zomaar wat dagelijkse prioriteiten. Zoals het koud houden van appelcider en Yukon Gold. De oplettende lezer had die laatste al gespot op de foto van die bebaarde man met zijn boek op de veranda.

113

We gaan het missen, dat cabin life. Het brengt je in een bepaalde ‘state of mind’ die echt heel prettig is. De praktische zaken houden je alert en met beide benen op de grond. Zit er nog water in het reservoir, moet er nog hout worden gehakt of brood gebakken? Slingeren er geen dingen rond de hut die we kwijtraken als het vannacht onverwacht gaat sneeuwen? Leveren de zonnepanelen genoeg Watts of moeten we de generator aanzetten? Staat er nog eten open en bloot op de veranda? (Ja, de beren zijn weer wakker dus dat kan nu echt niet meer. Etenswaren moeten naar binnen, of, indien bederfelijk, achter slot en grendel in de schuur. De jongetjes mogen niet meer buiten ons gezichtsveld spelen. We hangen een busje pepperspray aan de gordel als we gaan wandelen. Maar nee, we maken ons geen zorgen.)

Vijf weken op 16 vierkante meter doet ook wat met je gezinsleven. Je zit meer op elkaars lip, en dat geeft soms natuurlijk irritaties – vooral als de energie- en geluidsniveaus van de jongere generatie door het plafond gaan. Maar gelukkig is er altijd ‘the great outdoors’ waar je ze heen kunt schoppen, desnoods in t-shirt en pyjamabroek, om even af te koelen. Dat werkt perfect. ’s Morgens gaan ze meteen naar buiten en ze spelen heerlijk rond de hut, urenlang. Daar hebben we juist weer oneindig méér ruimte dan thuis. Netto is de zaak dus eigenlijk heel goed bevallen. Het is ook wel extreem knus, namelijk. Alles op de vierkante meter: koken en eten en spelletjes doen en lezen en knutselen en tekenen en met lego spelen (ja, we hebben een zak lego toegestopt gekregen van een plaatselijke dame!).

Maar eerlijk is eerlijk, het is nu ook wel héél fijn om hier te zitten (tipje van de sluier – de rest volgt later):

En dan hier nog even zomaar wat foto’s. Gewoon, omdat het kan. Bij die luxe van dat nieuwe huis horen ook meer Mb’s via de wifi 🙂

074

069

085

084

083

121

106

111

117

123

122

114

Dierenleven

Het leuke van sneeuw is dat je een goede indruk krijgt van wat er zoal rondhobbelt op twee tot vier poten. Zonder ook maar een glimp van de eigenaars te hoeven zien, kun je aan de hand van de sporen zien wat ze hebben uitgevroten. Kleine spoortjes leiden naar een stammetje met een halfleeg gegeten dennenappel. Eekhoorn!

DSC_1194-bewerktFoto afvalberg eekhoorn

Vogelsporen met her en der wat afval van afgegeten boomknoppen en een uiterst droog keuteltje. Hier is een sneeuwhoen langs geweest.

Foto moerassneeuwhoen

DSC_0649-bewerktSporen geven aan wat je kan verwachten. Zo zagen we vandaag grote haakvormige voetsporen, alsof er een enorme koe voorbij was gekomen met vergroeide hoeven. De derde en vierde teen, die normaal boven de grond hangen bij de meeste hoefdieren, waren in sommige afdrukken te zien als twee puntjes. Typisch gevalletje kariboe.

DSC_0836-bewerktFoto kariboespoor

Iets geluidlozer dan eerst vervolgen we onze weg. Er schiet een grijsbruine schim tussen de bomen weg. Jawel! Een kariboe! Als we wat verder lopen zien we een heel groepje staan op een bevroren meer. Ze blijven even staan kijken. Dan gaan ze er met parmantige stapjes vandoor, waarbij ze hun poten optrekken alsof ze op een hete bakplaat lopen. Fraai gezicht.

DSC_0986-bewerktFoto kariboe op McDonald Lake

Ook de roofdieren zijn in sporen goed vertegenwoordigd: wolf (gewoon, langs de ‘grote’ weg), coyote (ook live gezien), vos, hermelijn, otter (ook live, rollend in de sneeuw) en vooral heel veel lynxensporen. Voor Europese begrippen redelijk ondenkbaar dat deze katachtige zo aanwezig is.

Compilatie roofdiersporen: lynx, wolf, otter

Enige dagen geleden stuitte ik op een open plek waar een wirwar van lynxensporen stond. Van aanwezige bomen was de bast afgekrabd en er waren zelfs afdrukken van hele lijven. Er liepen in ieder geval twee verse sporen van en naar de plek. Een plotselinge, woeste stoeipartij? Aanleiding genoeg om onze wildcamera daar een paar nachtjes te stallen. Wie weet…

DSC_0852-bewerktFoto wildcamera op locatie

Van iedereen krijgen we getuigenissen te horen over de meest waanzinnige waarnemingen van lynxen: wandelend door de tuin, zittend op de weg met drie jongen. Gelukkig hoeven we de verhalen niet langer knarsetandend aan te horen. Gisteren zagen we onze derde lynx midden op de dag. Het dier liep nietsvermoedend over een bevroren meer, totdat een auto stopte met een opgewonden gezin erin. Raampjes gaan open, een enorme toeter wordt naar buiten gestoken. Neerdrukken in de sneeuw? Nee, slecht plan. Dan maar gauw doorlopen naar het bos. Een deur slaat dicht. Een woest bebaarde man stapt gehaast uit. Gelukkig biedt het nabijgelegen bos voldoende schuilplaats om de wonderlijke achtervolger, die zich inmiddels met wilde gebaren een weg baant door de sneeuw, veilig te begluren. Gauw wegwezen. De bebaarde man glimlacht tevreden bij onderstaande resultaat.

DSC_1983-bewerktFoto lynx

De reden dat de lynx hier nu zoveel wordt gezien is dat de sneeuwschoenhazen, het hoofdvoedsel van de Canadese lynx, dit jaar op hun piek zitten. Hun sporen zie je echt overal in de sneeuw. Het aantal sneeuwschoenhazen bereikt elke zes jaar een piek, om vervolgens wegens voedselgebrek weer in te storten. Dit proces herhaalt zich elke keer opnieuw. De lynxen, die voor hun voedsel afhankelijk zijn van de sneeuwschoenhazen, nemen dan ook geleidelijk toe, totdat er geen sneeuwschoenhazen meer zijn en dan duikelt ook het aantal lynxen omlaag.

DSC_1847-bewerktFoto sneeuwschoenhaas

Uiteraard moet er ook even aandacht worden besteed aan de vogels. Zij die van lijstjes houden, moeten nog even geduld hebben. Het is nog erg rustig. We hebben eindelijk de eerste vogels op onze voederplek: mountain chickadees. Leuke meesjes, met een parmantig oogstreepje op hun zwarte kopje.

DSC_1139-bewerktFoto mountain chickadee en voedertoren

Drie minuten nadat ze hadden uitgevonden dat er wat te halen viel, zat de eerste al op mijn hand, om met een kieskeurige blik de inhoud te inspecteren. Zorgvuldig koos hij de zonnebloemzaden uit, die hij vervolgens met zijn pincetsnaveltje wegpikte en elders in een boompje van de schil ontdeed. Verbazingwekkend hoe zo’n meesje een energierijk zaad herkent, dat absoluut niet van nature voorkomt in zijn omgeving. Bizar.

Compilatie vogels: Amerikaanse zeearend, raaf,  grey jay, waterspreeuw

Verder zit er in het dorp bij de school van Bram en Jelle regelmatig een zeearend op een paal en spelen de raven tikkertje in de vrijwel verlaten straten. Her en der vliegen groepjes sneeuwgorzen op. Elke beek die zichzelf een beetje serieus neemt heeft zijn eigen waterspreeuw. De laatste haakbekken (soort dikke rode vink) zijn intussen vertrokken naar het noorden. Het wachten is nu op de eerste doortrekkers en zomervogels. De zeearend zit inmiddels op haar nest en de spruce grouse (soort korhoen) is al bezig z’n baltsplaats in te richten. Wordt vervolgd…

DSC_1783-bewerktFoto spruce grouse

Teun