Bizons, beren en warme bronnen

 

Het was hoog tijd om weer eens met vakantie te gaan. Deze keer geen bescheiden tripje van vijf dagen, maar gewoon lekker 2,5 week. Een vakantie in twee delen werd het, oost en west, aan elkaar geknoopt om onszelf een inpaksessie en twee keer 100 km Atlin Road te besparen. Over deel twee van de vakantie later meer (spoiler: zeekajakken in Alaska!). Nu eerst ons oostelijke uitstapje, naar Liard Hot Springs Provincial Park. Dat is het park waar Marty en Jeanette, de eigenaren van ons prachtige huis hier in Atlin, elk zomerhalfjaar als rangers werken. Zij hadden ons uitgenodigd om eens langs te komen. Dat lieten wij ons natuurlijk geen twee keer zeggen.

Liard

De Google Map is wat pessimistisch; het is niet bijna 9, maar ca. 7 uur rijden naar Liard. Dat knipten we op in twee dagen. Twee zéér regenachtige dagen, met een motel-overnachting in Teslin om niet meteen met natte tenten te zitten. Regen of niet, het is prachtig daar op de grens van BC en Yukon.

Ja, je ziet het goed, daar lopen wilde bizons rond! Zomaar langs de weg. Ze zijn door overbejaging een tijdlang verdwenen geweest, maar na herintroductie nu weer bijzonder talrijk. We zagen er minstens tien op de heenweg. De jongens hielden het nauwkeurig bij, met tekeningen en turfstreepjes (links Bram, rechts Jelle).

Ze turfden niet alleen bizons, maar ook een vos (1), zwarte beren (4) en… grizzlyberen (3)! Dat waren een moederbeer en haar jongen van twee jaar terug. Ze graasden eerst in de rechterberm, staken toen de weg over na keurig links en rechts kijken, en gingen vervolgens volkomen relaxed hun gang in de linkerberm. Wat een geweldige waarneming.

605

Een ware safari dus, die kletsnatte rit naar Liard. Let op de bijzondere tekening van de rode vos hieronder – en op de zwarte beer die zijn hand gebruikt om de bloemen in zijn mond te proppen!

En het bleef gestaag regenen, die twee reisdagen én de drie dagen in Liard. We hadden in het park welgeteld drie momenten waarop het even droog was: tijdens het tent opzetten, tijdens ons eerste bezoek aan de warme bronnen, en tijdens het tent afbreken. Geluk bij een ongeluk dus! Tussendoor hadden we veel van dit soort natte maar ook wel weer knusse kampeermomenten:

Liard Hot Springs heeft een indrukwekkend stel warme bronnen die, in tegenstelling tot die in Atlin, écht warm zijn. Dat levert een bijzonder ecosysteem op, met een weelderige plantengroei, endemische vissen en kleurrijke mineralenmoerassen. Een paradijs voor plantenliefhebbers. Maar helaas is het park grotendeels afgesloten voor het publiek: helemaal beschermd. Jammer, maar ook wel begrijpelijk.

Het publieke gedeelte beperkt zich tot de poelen waar je in mag zwemmen – en de boardwalk ernaartoe, door het moeras heen. De poelen zijn werkelijk betoverend, middenin het regenbos. Het hoofdbassin is betimmerd, met badhokjes en al, maar dat hebben ze best mooi gedaan. Er is een gradiënt van heet (te heet om zelfs maar een teen in te steken) naar lauwwarm. Voor elk wat wils. Wie wegzwemt van de betimmering, komt al gauw terecht in een doolhof van half overgroeide kreekjes.

En wat kun je in de stromende regen nu beter doen dan ronddobberen in warm water, midden tussen de paardenstaarten, varens, kamperfoelie en drieteenspechten? Wij, die normaal te nuchter zijn om wellness lang leuk te vinden, waren er niet weg te slaan. Vooral het verkennen van de smalle kreekjes vonden we leuk – hoewel het water daar wel snel kouder werd. Oh, hoe heerlijk om dan weer terug te zwemmen naar die weldadige warmte…

Wonderlijk genoeg wordt je huid er niet rimpelig van, ook niet na een paar uur. Dat schijnt te komen door de mineralen in het water. Dankzij het hoge zwavelgehalte ruikt het er heerlijk moerassig (Bram: “…naar scheetjes!”) – en worden zilveren trouwringen pikzwart, ontdekten we.

En dan weer pasta koken in de regen en om halfnegen je slaapzak in om weer op te warmen. Want die bronnen mogen dan wel warm zijn, op de camping was het een magere tien graden. Maar er was wel wildlife te zien. Die groene tentjes achter de bizon, die zijn van ons.

646

En ondanks de regen (of misschien wel dankzij?) wist Teun in het moeras deze prachtige plaat te maken – onze eerste eland met gewei!

613

Maar drie hele dagen ronddobberen, dat was ons toch te gortig. Op de derde dag maakten we dus een uitstapje naar een naburig natuurpark, Muncho Lake, ongeveer 50 km naar het zuidoosten. En daar kwamen we zowaar terecht in een heel ander ecosysteem: de Northern Rockies! Compleet met ruige bergen, kale morenes en alpiene flora!

Maar toen waren we zo vaak en zo lang natgeregend dat het ook wel weer best was om weg te gaan. Ondanks de goede zorgen van onze eigen rangers Marty en Jeanette, die onze moed erin hielden met mooie verhalen, zelfgebakken koekjes, gratis brandhout, ranger-buttons, kleurplaten, en loeppotjes om natuurvondsten in te bekijken.

Gestage regen op de terugweg, maar ook genoeg moois te zien!

Maar ook wel weer zodanig klaar met de natte kampeerspullen dat we ons vertrouwde motel in Teslin nog maar eens opzochten… “Please do not bring your wet camping gear into the room…”

655

En zo eindigde onze vakantie deel I met droge spullen. Wie benieuwd is naar deel II (zeekajakken met bruinvissen en zeeleeuwen (en met kleuters), kamperen in écht gaaf oerbos, en ontbijten met bultruggen op 20 m afstand), moet nog even geduld hebben… Die 1500 foto’s moeten we nog even uitzoeken. Hieronder als troost nog wat impressies van Liard.

(Nienke)

665

Advertenties