Beren en zalmen in Alaska

We waren nog geen maand in Atlin, of we waren alweer op reis. Niet omdat er in Atlin niet genoeg te doen is. Maar eind augustus was de laatste kans om nog iets mee te pikken van de jaarlijkse zalmtrek: de salmon run. Dat wilden we natuurlijk niet missen. In de omgeving van Atlin komen helaas geen zalmen voor – kennelijk zijn er toch teveel barrières tussen ons meer en de Yukon. Vroeger schijnen ze hier wel gezeten te hebben. Gelukkig zitten we hier vlakbij het hart van waar de salmon run het meest spectaculair is: Alaska.

kaartje 2

De rit naar Skagway, aan de kust in Alaska, duurt ongeveer 3,5 uur en is wonderschoon. Met name van het grensgebied, rond de beroemde White Pass, kunnen we maar geen genoeg krijgen. Maar ook onderweg is er genoeg te zien. Wildlife bijna gegarandeerd. Zo ook deze keer.

01_DSC_1793_to skagway

Dit prachtige zwarte beertje zagen we op ongeveer een uur rijden van Atlin. Tien minuten daarna zagen we de eerste eland. Tien minuten dáárna de eerste lynx. Beide waren net iets te snel voor de camera – maar onmiskenbaar en geweldig mooi. Wat een land.

Ook op andere vlakken biedt zo’n rit overal vermaak. Zoals deze sticker op de deur van het café van Jake’s Corner (dat de lekkerste cinnamon roles verkoopt die je je maar kunt voorstellen):

01b_IMG_3192_to skag

04_DSC00263_to skag

Aan het prachtige Tagish Lake (zie boven) waren we getuige van de laatste stuiptrekkingen van een enorme bosbrand, die al wekenlang woedt. Hier in het noorden van BC is dat een zeldzaamheid, maar in het zuiden staan er bossen al maandenlang in brand. De hele provincie heeft dit jaar te maken met extreme hitte en droogte, net als Noordwest-Europa.

02_DSC00264_to skag

03_DSC_1821_to skagway

De White Pass was weer als vanouds prachtig. De pas is overigens niet vernoemd naar de witte sneeuw, maar naar meneer White, een ingenieur die een belangrijke rol speelde bij de aanleg van de beroemde spoorlijn over de pas, de White Pass & Yukon Railroad. Dit huzarenstukje, waar tienduizenden mannen aan werkten, werd in no-time aangelegd tussen 1898 en 1900. Nu hoefden al die arme sloebers niet meer met hun honderden kilo’s bagage te voet over de pas te trekken, op weg naar de goudvelden van de Klondike en de Yukon. Vandaag de dag boemelt er nog een mooi treintje overheen, deels over houten bruggen, langs gapende afgronden. (De moeite waard! Zie ook blogpost mei 2016: Uitstapje naar Alaska.)

05_DSC00270_to skag

In Skagway kampeerden we twee dagen in een zijdal, Dyea, met een rivier die in een prachtige delta in het fjord uitkomt. (Klik op de fotootjes om ze groter te zien.)

 

 


15_P1260302_skag
16_DSC00300_skag

En in Skagway kun je vooral ook heel lekker vis eten. We aten in een restaurantje dat zo verstopt is in de oude haven dat alleen locals het kunnen vinden. En wij. Ook de zeearenden pikken in de haven graag een visje mee. We zagen de arend in het plaatje hieronder in een spectaculaire schroevendraaier afdalen, middenin de haven, en met een zalm in zijn klauwen ervandoor gaan.

We maakten een prachtige wandeling boven Skagway. In een beekje zagen we deze enorme zalm die langzaam stroomopwaarts zwom, op weg naar de paaigronden. Dit is zo’n exemplaar dat al half uit elkaar aan het vallen is. Alleen nog even paaien, en dan sterven. Als hij niet voor die tijd al wordt opgegeten door een beer of arend.

Veel prachtigs tijdens deze wandeling: rechtsboven een rups van een walstropijlstaartvlinder (hier een exoot), rechtsonder een rups van een rusty tussock moth. Kijk in de grote versie eens naar die wonderlijke borsteltjes aan zijn antennes! Middenonder een western columbine, nog op het nippertje in bloei. Verder veel Alaskaans wilgenroosje (uitgebloeid maar met prachtig rood verkleurende bladeren), framboos, kleine wilde roosjes, vossenbessen. Een pracht van rood en groen.

Maar omdat we hier geen echte salmon run troffen, en ook geen beren, besloten we met de ferry een stadje verderop te gaan kijken, in Haines. Haines is kleiner en minder toeristisch dan Skagway, en via de weg alleen te bereiken vanuit het hoge noorden. Met de ferry ben je er in een uur vanuit Skagway – een prachtige tocht door de fjord.

31_DSC_1873_skagway

Boven: kraaien op zoek naar mosselen in de vloedlijn. Onder: mannetje harlekijneend. Bij de haven van Skagway.

32_DSC_1892_skagway

In Haines kampeerden we in het hart van berenland: Chilkoot State Park. De camping ligt aan een meer, dat via een beek is verbonden met de zee. In die beek vissen beren en vissers zij aan zij. Tenminste, volgens de foldertjes. Toen wij hier twee jaar geleden waren, was het vrij rustig en zagen we in de verte één grizzlybeer. Deze keer hoopten we op meer geluk. Voor de speurders onder ons: wat is hieronder gebeurd…?

DSC_1954_haines

Deze keer was het prachtig raak! Een moeder grizzly met haar drie jongen was aan het vissen bij een fishing weir, een soort hek in het water dat de passerende zalmen door een smalle goot dwingt. Op sommige plekken gebruikt men zo’n weir (spreek uit: ‘wier’) om zalm te  vangen – hier om ze te tellen, voor wetenschappelijk onderzoek. Maar de weir werkt ook als een magneet op beren. Aan de bovenstroomse kant van de weir zakken uitgeputte zalmen tegen het hek aan om even uit te rusten, en laten zich dan relatief gemakkelijk vangen door hongerige beren.

Moeder nam haar jongen ook mee de weg op. Hier ontvouwde zich een wonderlijk tafereel: dertig toeristen die keurig afstand hielden, met een groepje beren dat zich daar helemaal niets van aantrok en doodgemoedereerd op de mensen af liep – enkel geïnteresseerd in sappige scheuten en bessen langs de weg. De moederbeer kwam uiteindelijk binnen vijf meter afstand langs, terwijl wij achteruit deinsden. Ieder normaal mens denkt: véél eerder wegwezen. Het blijven per slot van rekening wilde dieren, die respect en ruimte verdienen en die onberekenbaar kunnen zijn. Maar op deze plek, waar beren en mensen inderdaad naast elkaar vissen, zijn de beren volstrekt niet geïnteresseerd in de mensen. In ons groepje stond ook een ranger, die het een en ander uitlegde en nauwlettend het gedrag van de moederbeer in de gaten hield. Geen enkel probleem, deze afstand, vond hij.

Later die middag zagen we dezelfde moederbeer nog even in de baai aan zee, waar ze op haar rug ging liggen om haar jongen te voeden. Heel bijzonder om te zien – en ook wat relaxter, vanaf een wat normalere afstand. Plus nog een fraaie jonge bonusbeer vlakbij de camping.

DSC_2209_haines

Zeearend, blauwe gaai en een Tlingit-totempaal langs een ceremonieel stukje van de Chilkoot River.

De tocht met de ferry terug naar Skagway viel in het water, want die ferry had – zoals wel vaker in deze ruige streken – zes uur vertraging. Dat zou betekenen dat we niet voor middernacht bij de grensovergang zouden zijn, en dan mag je er niet meer langs. Lastig, aangezien Nienke deze avond per se terug moest zijn in Atlin om drukproeven van een tijdschrift te controleren – ja, het kan verkeren; het lijkt hier dan wel één grote vakantie, maar het werk gaat ook gewoon door… Daarom besloten we de ferry te annuleren, en terug te rijden naar Atlin – een enorme maar schitterende omweg, via Haines Junction en Whitehorse.

kaartje 3
DSC00442_haines
DSC00443_haines

DSC00445_haines

DSC00447_haines

IMG_6097_skag

Even gestopt voor een hamburger in het schilderachtige Haines Junction, met op de achtergrond de bergen van Kluane National Park.

IMG_6102_haines

Spannend rijden als de schemering inzet: steekt er geen beer of eland de weg over? Teun reed geconcentreerd en koelbloedig….

DSC00460_haines

… en spotte deze elk (Noord-Amerikaans edelhert), die braaf aan de bosrand bleven staan.

DSC00455_haines

Onderweg ook nog een lynx, een eland en een stekelvarken langs de weg! Om middernacht waren we thuis. Precies op tijd om de drukproeven te controleren 🙂

Het eerste wat de jongens de volgende ochtend wilden doen: de oude roestige beverklem uitproberen, die we in Alaska uit een rivier hadden geplukt. Wat een akelig stuk gereedschap… Zelfs als je hem met een stok laat dichtklappen, doet het zeer aan je handen, zo groot is de klap. Alleen papa mag de klem spannen. Mama waagt zich er niet aan. Die neemt liever nog een kopje koffie.

P1260308_skag

 

Advertenties

Terug in Atlin!

We zijn hier alweer zes weken! Maar achter de computer zitten lukt maar niet. Het is buiten veel te mooi. En er zijn veel te veel leuke mensen die ons uitnodigen voor barbecues, vistripjes en klusprojecten… Kortom, we zijn koortsachtig bezig de laatste vleugjes nazomer mee te pikken voordat de winter inzet. En dat is al bijna… Op 31 augustus viel de eerste sneeuw op Atlin Mountain, aan de overkant van het meer. En vannacht hadden we de eerste vorst. Het water in het bakje op de veranda was bevroren. Hadden we met de auto weg gewild, dan hadden we moeten krabben.

Zo begon het: op 2 augustus vlogen wij over de ijskap van Groenland, via Vancouver naar Whitehorse in Yukon.

P1260183_vliegreis

Vanaf daar is het nog twee uur rijden naar het zuiden, over een doodlopende weg, naar ons dorpje Atlin, net over de grens van Brits Columbia. In Atlin (300 inwoners) woonden wij in 2016 al zes maanden. Zo ongelooflijk mooi en indrukwekkend… dat een halfjaar niet genoeg was. Ditmaal zijn we hier een jaar!

kaartje

Hoe dat zo gekomen is, hoe de twijfels en blinde hartstocht en koppigheid en wensdromen elkaar in ons hoofd hebben afgewisseld, dat vertellen wij nog weleens… Maar first things first: we zijn er weer! Ditmaal niet in de afgelegen vallei in de piepkleine cabin van Kate & Kate, de dames die ons ooit naar Atlin lokten. Maar wel in een smaakvol, maf, Pippi-Langkous-achtig houten huis aan het meer, zo’n vijf kilometer buiten het dorp. Dit is de voorkant van het huis, gezien vanaf de kant van het meer.

0795_huis

Je parkeert aan de achterkant. En die auto… Haha! Die auto hebben wij gekocht. Een Chevy Blazer Fourwheeldrive, via de plaatselijke online Marktplaats. Ja, je kunt maar beter goed voorzien zijn.

Het huis heeft geweldig uitzicht op het meer en de berg aan de overkant. Hoewel er hier en daar wel wat bomen voor staan… Maar die zijn ook fijn, want ze zitten vol met allerlei vrolijke meesjes, vliegenvangertjes, boomklevers, zangertjes, junco’s en ook eekhoorns. Die zijn allemaal verbazend tam en komen massaal op ons voederhuisje af. Want het voederseizoen is begonnen!

Het huis heeft een open vide, waar wij zelf slapen. De jongens slapen op een uitschuifbank in de woonkamer.

En het stookseizoen is begonnen!

IMG_6064_home

En dat betekent: hout hakken. We kunnen hier ons hart ophalen. Er ligt nu een paar kuub, maar dat is bij lange na niet genoeg voor de winter. De hele houtschuur moet vol… dus we zullen nog een keer of wat het bos in moeten om een paar hele bomen te halen. Do as the locals do… Gelukkig hebben we buren met wie we dat samen kunnen gaan doen.

IMG_6170_home
IMG_6169_home

Vanaf ons huis loop je zo de berg op… Monarch Mountain, ca. 1400 meter hoog (het meer ligt op 700 meter). Klik op de collage om de foto’s groter te zien…

 

En aan het einde van onze weg, de Warm Bay Road, liggen de warme bronnen waar je het hele jaar door in kunt zwemmen. Nou ja, warm… lauw is een betere omschrijving. Deze keer lieten de volwassenen dat genoegen dus even aan zich voorbijgaan. Die laafden zich liever aan het bizarre ecosysteem, dat goed gedijt bij het warme zwavelrijke water.

Halverwege de Warm Bay Road ligt Palmer Lake, een betoverend meer met een paar kleine sub-meertjes die door bevers zijn gemaakt. Daar kun je geweldig kanoën. Met dank aan onze vrienden Cathie en Jack, van wie wij deze mooie kano mochten lenen…

 

Hier nog wat kleine losse impressies van Life around Atlin:

Como Lake en, rechtsonder, cultureel erfgoed aan The Big Lake.

 

Pine Creek Falls, en goldpanning in Spruce Creek:

Frambozen plukken bij onze buurman Steve, om jam te maken en in te vriezen:

Onze outhouse! Raven op Monarch Mountain, pannenkoeken eten, en houtbewerken:

Herfst bij het meer! En fietsen naar het dorp. De terugweg is een hele opgave:

En nog meer huisvlijt:

 

 

IMG_6154_home