School enzo

Wie ons een halfjaar geleden had gezegd dat wij ooit onze jongens zouden gaan homeschoolen, die hadden wij gierend van het lachen voor gek verklaard. Homeschoolen! Dat is toch iets voor weeïge antroposofen, of voor zwaar-orthodoxe christenen — in elk geval: voor mensen die denken dat hun kinderen niet goed af zijn in het reguliere onderwijs. Die vinden dat kinderen baat hebben bij meer vrijheid, of juist strikter toezicht, of andere regels, of meer individuele aandacht, dan school kan bieden. Wat zielig voor die kinderen!! En voor die ouders ook, zeg… 24 uur per dag je kinderen om je heen, je moet er toch niet aan denken.

Om een lang verhaal kort te maken: wij zijn aan het homeschoolen. Niet omdat er hier in de wildernis geen school is, want die is er wel (met 30 leerlingen). Maar omdat bleek dat wij bijna $40.000 dollar zouden  moeten betalen om de jongens hier een jaar te laten meedraaien. Daarvoor kunnen wijzelf tien jaar aan de universiteit van Vancouver studeren!

IMG_6141

Eerst even iets anders: de leerplichtambtenaar in Nederland. Die had ons de vorige keer (2016) toestemming gegeven om een halfjaar weg te gaan, omdat de kinderen hier in Atlin naar de ‘preschool’ zouden gaan. De preschool was qua niveau een soort crèche, en ook nog eens voor halve dagen. Het was geen enkel probleem dat dat geen vergelijk was met onze toch best serieuze groep 1 en 2. Ook geen probleem dat het schooljaar in Canada al op 15 juni was afgelopen, een maand eerder dan in Nederland.

Dat laatste bleek ditmaal wel een struikelblok te zijn. We hadden een keurige ‘letter of acceptance’ van de lagere school in Atlin, maar de leerplichtambtenaar gaf ons geen toestemming. Ja, wel als we op 16 juni zouden terugvliegen naar Nederland en de kinderen daar op 17 juni weer in de schoolbanken zouden zitten. Dat gingen we natuurlijk niet doen – teruggaan als de sneeuw net weg is, en als het noorden net ontluikt en roept: op vakantie!

Preschool in Atlin in 2016

“Maar u begrijpt toch wel dat u dan in gebreke bent?”, vroeg de leerplichtambtenaar. Eh, nee, dat begrepen we niet. Dus besloten we ons voor dit jaar (2018-2019) uit te schrijven uit Nederland. Dan heb je met de leerplicht niets meer te maken.

Bijkomend voordeel was dat we dan twaalf, in plaats van acht maanden konden gaan. Acht maanden is het maximum waarvoor je vrijstelling van leerplicht kunt krijgen, omdat je je officieel uit Nederland dient uit te schrijven als je langer dan acht maanden naar het buitenland gaat. Twaalf maanden dus, hoezee! De volle cyclus van de seizoenen. Beginnen waar we de vorige keer waren gebleven: in augustus, als de bladeren beginnen te verkleuren en de winter zich al aandient. Daarvoor namen we de rompslomp van het uitschrijven (belasting, KvK, hypotheekrenteaftrek, verzekeringen…) maar voor lief.

IMG_5881

Uitgeschreven! De papier-ellende is in werking gezet.

En toen was daar de school in Atlin. Al begin 2018, ruim op tijd, had de school de jongens ingeschreven. Van harte welkom waren we! Van schoolgeld werd met geen woord gerept. Toen wij daar in de visumformulieren een vraag over tegenkwamen, toch maar eens geïnformeerd. School is voor de Canadezen gratis, lazen we op internet, maar voor buitenlanders ook? Nee dus. Daar rolde die $40.000 uit de bus. Tien keer zoveel als elders in het land. Dat is omdat het zo ongelooflijk duur is om in het hoge noorden een school met 30 leerlingen te runnen – en dat bedrag slaan ze kennelijk hoofdelijk om, als ze het schoolgeld berekenen.

Maar, zo bleek na veel mailen en bellen met het hoofd van het schooldistrict, 1000 km verderop: die soep werd niet zo heet gegeten. De jongens zouden informeel mogen meedraaien met bepaalde activiteiten, zoals sport, cultuur en buitenlessen. En misschien ook wel taal en rekenen, in overleg met de lokale directeur en met de leraar – “als jullie zelf maar in de gaten houden dat ze niet gaan achterlopen, zodat de leraar geen extra tijd aan hen hoeft te besteden.” Prima!

IMG_6157

Bij aankomst in Atlin bleek die soep wél heet gegeten te worden – gloeiend heet zelfs. De directeur in Atlin wilde er helemaal niets van weten. Er was niets mogelijk. Ook geen informele regeling, waarbij de jongens soms zouden mogen aanschuiven, en wij een paar flinke duiten in een schoolfonds zouden storten, of Teun als gastdocent science-lessen zou komen geven. Niets van dat alles. De reden? Dat het scheve ogen zou geven bij de lokale bevolking. Daar geloven wij geen klap van. Iedereen die wij spreken, reageert op dit verhaal met ongeloof, afgrijzen en plaatsvervangende schaamte. Wat een gemiste kans, voor alle partijen!

Ik zou er nog veel meer over kunnen vertellen, over dat gesprek met die directeur, en hoe wij inwendig vloekend en zéér teleurgesteld de school verlieten, over de wederzijdse argumenten en de bureaucratie, maar laat maar. Nou, één dingetje dan nog: als een van ons twee een werkvisum had gehad, dan waren de jongens gratis naar school gegaan! Maar zo’n visum krijg je niet als zzp-er. Een baan overigens ook niet, als je al zou willen.

IMG_6195

Homeschoolen dus! Onvoorzien – maar natuurlijk hadden we sowieso het een en ander bij ons. Ook al waren ze hier wel naar school gegaan, dan hadden we nog qua taal- en rekenonderwijs, en nog wat zaken, hier zelf aan de bak gemoeten. Juf Natascha van school had ons voor vertrek bijgepraat over de leerdoelen voor groep 4 en 5 – en had, superaardig, een hele stapel werkbladen gekopieerd, onder meer voor ‘tempolezen’ en rekenen. Plus klokkijken en hoofdletterschrijven voor Bram. We hadden dus een goed gevulde schoolkoffer mee.

Maar het kwam maar niet op gang. We hadden allerlei ambitieuze plannen, maar geen structuur. Allemaal ideeën, maar eigenlijk geen idéé. De jongens wilden sporadisch wel aan de gang, maar vooral met timmeren, koekjes bakken en vingerhaken. Het was dus een hoop hangen en wurgen om ze aan het schrijven, rekenen en zelfs lezen te krijgen… Bovendien hadden we het eigenlijk ook te druk met het genieten van de nazomer. Zo veel mogelijk naar buiten, als een dolle op pad (naar Alaska, naar de omringende dalen, kamperen bij de gletsjer) om de laatste staartjes nazomer mee te pikken, voor de eindeloos lange en donkere winter zich zou aandienen.

Na drie weken modderen, en een almaar slechter wordende gemoedsrust en tanende autoriteit, bedachten we dit:

IMG_6315

En dat bleek de sleutel. Niet eens zozeer de structuur, want de kaartjes verhuizen nogal eens van dag, en de jongens hebben toch echt wel de neiging om alle leuke kaartjes eerst te doen. Maar meer vanwege het concrete, bevredigende principe: kaartjes verplaatsen van ‘te doen’ naar ‘gedaan’. En dan aan het eind van de week zoveel mogelijk kaartjes gedaan hebben – in elk geval meer dan je broer.

Jelle zag er meteen de lol van in, Bram had daar een paar weken voor nodig (op de foto hierboven ontbreekt bij hem nog de helft van de week, bijvoorbeeld 🙂  ) . Na een week goed werken mogen ze een mooie glittersticker uitzoeken… en bij een x-aantal stickers mogen ze, eh, daar moeten we nog even over nadenken. Op berensafari…? Houthakken met een echte bijl? Vissen? Fikkie stoken? Schieten met een echt geweer? Check, allemaal al gedaan.

IMG_6316

Van alles wat, van rekenen en ‘tempolezen’ tot hout bewerken en blokfluit spelen. Veel tekenen en knutselen. Er zijn een paar kaartjes (die met een gekleurde streep eromheen) die elke dag moeten – zoals lezen, dagboek, en even het weer noteren (temperatuur, wolken, wind (golven op het meer?) en hoe ziet de berg aan de overkant van het meer eruit?). De rest is een, twee of drie keer per week.

IMG_6320

Als je de tijden van de losse activiteiten bij elkaar optelt, zou je elke dag binnen een uur à anderhalf klaar kunnen zijn. Haha, dat is dus niet het geval. Het blijft hangen en wurgen. Er wordt veel geklaagd, geprotesteerd, uit het raam gestaard en ‘naar potloden gezocht’. Maar heel langzaam begint er toch wat te gebeuren. Als ze even vergeten dat het een opdracht is, dan komt er verrassend vaak een hoop ijver en enthousiasme naar boven. Ja, zelfs bij onze kleine dromer die nog niet echt het grote plaatje doorheeft.

Zijn grote broer, die redt zich eigenlijk vrij zelfstandig. Die heeft ook echt in de gaten dat zijn klas in Nederland nu zonder hem verder leert, en dat hij daar volgend jaar graag weer bij wil aanhaken.

IMG_6317

Er wordt vrij veel gelezen. In de e-readers… want stapels boeken mee, dat kon nu eenmaal niet. We downloaden van alles en – als we ze eraan herinneren, en ze er echt even voor neerzetten – dan is er opeens verrassend veel leesplezier. Ze pakken nog niet spontaan hun boek, en ik moet mezelf dwingen om dat OK te vinden. Niet iedereen is de kleine nerd die ik vroeger was. Deze jongens zijn vooral voor deze dingen te porren:

IMG_6318
DSC02591
IMG_6646

Jelle heeft, vrij zelfstandig, een timmerwerkbank gemaakt. En Bram… die is bezig met een gefiguurzaagde uil, die je ophangt aan touwtjes en die met zijn vleugels flapt als je aan een touwtje aan zijn buik trekt! Hij googelt zelf hoe dat werkt en hoe een oehoe er precies uitziet…

DSC02588

Dat was even een vrij praktisch verhaal… Een volgende keer geef ik graag een wat meer filosofische bespiegeling. Over ‘levenslessen’, tijd om te ontdekken wat je passies zijn, ‘in de leerstand blijven’, faalgedachten, laissez faire, projectie, sociale isolatie en cabin fever – en: 24/7 je kinderen om je heen, terwijl je zelf ook nog probeert te werken.

Wordt vervolgd…

IMG_6612

IMG_6633
IMG_6642

IMG_6630

 

 

 

 

 

 

 

Baai met ijsbergen

DSC01021

Het was de bedoeling dat ons kamp aan de baai ons basiskamp zou zijn, waarvandaan we zes dagen in de buurt zouden gaan rondkijken. Eén van de dagtochten zou dan naar de gletsjer gaan, met het meer met de ijsbergen. Maar die dagtocht, heen en terug door zwaar terrein, leek ons wel erg lang voor de kleine mannetjes. Bovendien wilden we eigenlijk wel bij die gletsjer overnachten. Je kop uit de tent steken en dan die gletsjer zien. Dus we besloten al snel dat we ons basiskamp na één nacht zouden opbreken en met ons hele hebben en houwen naar de gletsjer zouden gaan.

P1260714

En dat was nogal wat, dat hebben en houwen, want we hadden niet ‘licht gepakt’. We dachten vooraf dat we op één plek zouden blijven, dus we hadden veel eten bij ons, plus suiker en kaneel in glazen potjes, blikken met bonen, en nog meer zware dingen waarvan het normaal niet in je bolle hoofd zou opkomen om die mee te nemen op een trektocht. Bovendien hadden we een enorme extra wollen deken bij ons, omdat we met onze zomerslaapzakken niet zo koudebestendig zijn.

DSC01024

DSC01023

Gelukkig hadden we een superdeluxe bagagekarretje geleend van Philippe, dat vrij terreinbestendig was. Maar al gauw kwamen we terecht in het vlechtende gedeelte van de rivierbedding, waar het vanwege de rolkeien toch wel een uitdaging werd. Om de beurt gingen pa en ma een eind terug of juist vooruit om porties bagage te shuttelen.

DSC01031

De jongens droegen ook een flink zware rugzak, dat moet gezegd worden. Ze hielden zich kranig – maar het landschap was dan ook opwindend. Kliffen die hoog boven ons uit torenden (met hier en daar een berggeit), ruige vergezichten, steile keienhellingen. En prachtige stenen en botten om te verzamelen. Zodat de bagage nog zwaarder werd 🙂

P1260717
DSC01034
P1260718
P1260719

Aan het eind van het dal gingen we rechts de hoek om, een spectaculaire smalle canyon in, om in het gletsjerdal te komen. We waren gewaarschuwd dat we in die canyon kniediep door het water zouden moeten waden, maar het was er kennelijk erg droog geweest, dus we konden zo doorlopen.
P1260720
P1260722
DSC01037
DSC01039

Op de foto hierboven zie je een passage waar je zelfs met kniediep waden niet doorheen zou komen, dus daar leidt het pad aan de linkerkant steil omhoog door een stukje felgroen, sprookjesachtig regenwoud.

P1260727

Aan de andere kant van dat stukje kloof (hieronder een terugblik naar waar we vandaan kwamen) kom je in het kale gletsjerdal.

DSC01048

En daar ontvouwde zich dan voor het eerst die enorme gletsjer aan onze blik. Het was vanaf daar nog een kilometer of twee naar de morene. Een pittig laatste eindje, maar Jelle hielp mee als een beer.

DSC01043

P1260730

En daar waren we dan. Het uitzicht vanaf de morene was nog indrukwekkender dan we hadden durven dromen. We besloten dan ook precies daar de tenten op te zetten; middenop de morene, met formidabel uitzicht naar beide kanten. Snel doorwerken, zodat we meteen een avondwandelingetje konden maken richting de gestrande ijsbergen.

Op de onderste foto is goed te zien dat het waterniveau redelijk recent (8 jaar geleden) nog een meter of tien hoger stond. Toen is het ijsmeer, door het afbreken van de punt van de gletsjer, heel plotseling grotendeels leeggelopen via een zijdal links om de hoek. Op de modderige ex-bodem groeien nu aarzelend de eerste pioniersplanten: voornamelijk Alaskaans wilgenroosje. Verder is het nog steeds, ook na bijna een decennium, een gladde modderkrater. Bijna buitenaards.

Mannetjes in het maanlandschap:
DSC01069
DSC01070

Afdrukken van beer en kariboe:
P1260753
P1260754

De volgende dag wandelden we een paar kilometer langs het gletsjermeer en weer terug. Een beeldimpressie.

DSC01121

En daarna: het mooiste kampvuur van de wereld. Door Teun gemaakt met een vonkenmaker. Success at last!!! Nienke was ook trots, want die had een paar dode sparrenbomen van een berghelling losgerukt, na een halsbrekende klautertoer.

Vlak voordat de zon achter de gletsjer onderging, baadde onze kampplek nog even in een gouden avondzon. Zo’n moment. Dat je denkt: dáárom sjouwen we ons een breuk met al die zooi door dat keienlandschap. Eén zo’n kampeerplek maakt meteen de hele tocht, het hele avontuur in Canada, ja eigenlijk het hele leven, de moeite waard. Zo’n moment.

P1260817

 

Hier, zoals gebruikelijk, nog even wat losse nabranders:

DSC01150

Berggeiten direct boven ons kamp, en chipmunks all around:

DSC01063

Teun filtert water uit de beek:

DSC01168

P1260823

Een dode mystery mammal. Bij thuiskomst opgezocht: een bushy-tailed woodrat. Nog nooit eerder gezien! De schedel is natuurlijk meegenomen… :-/

DSC01032

Als je niets anders hoort dan het knisperen van het kampvuur en het rommelen van afkalvende ijsbergen:

DSC01170

 

 

 

Kamperen in totale leegte

Begin september, voordat de herfst in alle glorie zijn intrede deed, maakten we een kampeertocht zoals je die niet veel maakt in je leven. Zo’n kampeertocht waarbij je iedere ochtend wakker wordt en denkt: dít is waarvoor kamperen is bedoeld. Niet voor rijtjescampings met caravans en vieze douchehokjes. Niet voor de kookgeuren en geluidsoverlast van de buren. Maar om ergens middenin een natuurgebied helemaal alleen te zijn. Om ergens te kunnen komen waar je anders simpelweg niet kunt komen. Op plekken die zo afgelegen zijn, dat je ze alleen kunt bereiken door een paar dagen te lopen of te kanoën. Zoals deze plek, ons hoofddoel tijdens deze kampeertocht:

P1260817

En dáár dan wakker worden, je kop uit de tent steken, en helemaal alleen zijn in een overweldigend landschap. Je wassen met ijskoud water uit de beek, koffie drinken met klonterige poedermelk, plakkerige havermout eten, het nét iets te koud hebben omdat de zon nog achter de berg is, nét niet helemaal genoeg ontbijten omdat de rantsoenen beperkt zijn, maar toch volmaakt gelukkig zijn. Ontbijten met fenomenaal uitzicht. Wilde dieren begluren vanaf de tent. De kinderen loslaten in de ideale speeltuin. Dat is het punt van kamperen. Voor ons dan. (Maar laten we niet snobberig doen – we bewaren ook veel goede herinneringen aan Europese campings hoor, in of op weg naar mooie gebieden, of met vrienden of familie. Maar graag delen we hier ons idyllische ideaalplaatje. De harde matjes en koude nachten verzwijgen we even voor het gemak.) 

Het plaatje hierboven is zo ongeveer de eenzaamste kampeerplek waar we ooit gestaan hebben. Zelfs tijdens onze trektochten in Alaska was er altijd wel een weg of een wilderness lodge binnen een straal van, zeg, twintig kilometer. Hier was helemaal niets. We hadden ons namelijk door onze vriend Philippe met een motorboot laten afzetten aan het zuidelijkste puntje van het Atlinmeer. Dat is 65 km ten zuiden van Atlin, precies halverwege de rechte lijn naar Juneau, dat aan de kust van Alaska ligt. Op die plek zijn Atlin en Juneau de dichtstbijzijnde plaatsen. Wegen zijn er nergens.
Kaartje

Ons doel was de Llewellyn Glacier, een uitloper van het gigantische Juneau Icefield, dat grotendeels in Alaska ligt. De Llewellyn Glacier is vanuit Atlin te zien en lokt als een magneet, vooral vanaf de bergtoppen. Die uitloper schijnt een van de mooiste plekjes te zijn van het Atlin Provincial Park. Daarvan kregen we onderweg overigens ook wat adembenemend mooie stukken te zien. Philippe liet ons de scenic route zien, achter Theresa Island langs, onder Cathedral Mountain door, en vervolgens door de schilderachtige Second Narrows weer terug naar het zuidelijke deel van het Atlinmeer. Een tocht van twee uur over spiegelglad water.

Philippe zette ons vervolgens af in een prachtige ondiepe baai, op de plek waar een droge rivierbedding in het grote meer uitkomt. Tot acht jaar geleden liep hier een grote vlechtende gletsjerrivier, maar die neemt nu een andere loop, sinds er in 2010 een enorme brok van de gletsjertong is afgebroken. Daarbij is het Llewellynmeer grotendeels leeggelopen en zijn er honderden ijsbergen gestrand. Het waterniveau is nu een meter of tien lager dan toen – en de meeroever is nu een bizar maanlandschap. Maar daarover later meer.

Allereerst die droge rivierbedding waar we aan land gingen – wat een paradijselijk plekje.

P1260634
P1260635

Philippe had ons een minikajak meegegeven – een gouden greep! Jelle was helemaal verkocht. En omdat de baai zo ondiep was, mocht hij van ons zijn eigen gang gaan, na een klein proeftochtje samen met Nienke in één bootje. Dat laatste leek instabieler dan Jelle maar alleen laten gaan… Links zie je Teun en Bram bij onze prachtige kampplek aan het water.

P1260636
P1260638

Het was zulk lekker weer, het ondiepe water zo warm en de modder zo aanlokkelijk dat de zaken al snel uit de hand liepen…  En dat terwijl het water even verderop maar drie graden is…

P1260646  P1260660

Meteen die eerste middag maakten we in die brede riviermonding een prachtige wandeling. Overal de pluizen van uitgebloeide achtster, extra fraai met de laagstaande zon.

DSC00996 DSC00997

In een verre hoek van de delta baanden we ons een weg door dicht struikgewas en stonden we opeens aan een bevermeertje. Daar troffen we de indrukwekkendste beverkanalen die we ooit gezien hadden: kanalen die de bevers graven om de bomen die ze landinwaarts omknagen, makkelijker naar het water te kunnen vervoeren. Zulke kanalen hadden we al weleens eerder gezien, maar nog nooit twee meter breed en honderd meter lang.

Teun en Jelle lopen terug naar onze kampplek aan het water, met hout voor het kampvuur op de schouders:

P1260682

Dromer Bram loopt achteraan, zijn blonde koppie een perfecte camouflage in een vlakte vol stralende pluisjes:
P1260685

Al gauw hadden we een knapperend vuurtje – geen overbodige luxe, want beide jongens hadden natuurlijk natte schoenen. De een was in een beverkanaal gestapt, de ander was wat onhandig aan land gegaan met de kajak (en had overigens ook de kajak laten wegwaaien in de wind – moeders kon erachteraan, wadend tot de borstkas in water van drie graden – maar dat had heel makkelijk veel erger kunnen wezen, als we het wegdrijvende bootje een minuut later hadden opgemerkt).
P1260705

Best lastig, om schoenen te drogen bij een vuurtje zonder ze in de fik te laten vliegen. Tussendoor was er voor Jelle nog even tijd voor een snelle peddel – nog even genieten van het late avondlicht en het uitzonderlijk gladde meer. Is dit nou dat levensgevaarlijke meer waar iedereen ons altijd voor waarschuwt…?

P1260693

P1260689

Teun kookt pasta met zalm en broccoli, een klassieker van thuis die in de openlucht toch altijd net iets lekkerder smaakt:

P1260707

P1260711

In Europa slapen de jongens gewoonlijk samen in de kleine tent, en wij samen in de grote. Maar hier in berenland vinden we dat toch niet zo veilig. Voor het geval het op het moment supreme wat uitmaakt: we slapen kruislings –  in elke tent een kind en een ouder, de pepperspray in de aanslag bij het hoofdkussen. Best gezellig. En ook bij het in paniek ’s nachts moeten plassen is het handiger dat er een ouder bij ligt die even snel de ritssluiting kan vinden.

P1260712

De rest van deze trip – het kamperen bij de gletsjer met uitzicht op het ijsbergenmeer – houden jullie nog even tegoed…  Het moet niet te gek worden, in één blogpost… Hier nog wat nabranders:

Bram met wolvenpoep, die we hier om de paar honderd meter vinden:

P1260666

Moeders met brandhout:

DSC01015

Stilleven met afwas:

DSC_2602