Kamperen in totale leegte

Begin september, voordat de herfst in alle glorie zijn intrede deed, maakten we een kampeertocht zoals je die niet veel maakt in je leven. Zo’n kampeertocht waarbij je iedere ochtend wakker wordt en denkt: dít is waarvoor kamperen is bedoeld. Niet voor rijtjescampings met caravans en vieze douchehokjes. Niet voor de kookgeuren en geluidsoverlast van de buren. Maar om ergens middenin een natuurgebied helemaal alleen te zijn. Om ergens te kunnen komen waar je anders simpelweg niet kunt komen. Op plekken die zo afgelegen zijn, dat je ze alleen kunt bereiken door een paar dagen te lopen of te kanoën. Zoals deze plek, ons hoofddoel tijdens deze kampeertocht:

P1260817

En dáár dan wakker worden, je kop uit de tent steken, en helemaal alleen zijn in een overweldigend landschap. Je wassen met ijskoud water uit de beek, koffie drinken met klonterige poedermelk, plakkerige havermout eten, het nét iets te koud hebben omdat de zon nog achter de berg is, nét niet helemaal genoeg ontbijten omdat de rantsoenen beperkt zijn, maar toch volmaakt gelukkig zijn. Ontbijten met fenomenaal uitzicht. Wilde dieren begluren vanaf de tent. De kinderen loslaten in de ideale speeltuin. Dat is het punt van kamperen. Voor ons dan. (Maar laten we niet snobberig doen – we bewaren ook veel goede herinneringen aan Europese campings hoor, in of op weg naar mooie gebieden, of met vrienden of familie. Maar graag delen we hier ons idyllische ideaalplaatje. De harde matjes en koude nachten verzwijgen we even voor het gemak.) 

Het plaatje hierboven is zo ongeveer de eenzaamste kampeerplek waar we ooit gestaan hebben. Zelfs tijdens onze trektochten in Alaska was er altijd wel een weg of een wilderness lodge binnen een straal van, zeg, twintig kilometer. Hier was helemaal niets. We hadden ons namelijk door onze vriend Philippe met een motorboot laten afzetten aan het zuidelijkste puntje van het Atlinmeer. Dat is 65 km ten zuiden van Atlin, precies halverwege de rechte lijn naar Juneau, dat aan de kust van Alaska ligt. Op die plek zijn Atlin en Juneau de dichtstbijzijnde plaatsen. Wegen zijn er nergens.
Kaartje

Ons doel was de Llewellyn Glacier, een uitloper van het gigantische Juneau Icefield, dat grotendeels in Alaska ligt. De Llewellyn Glacier is vanuit Atlin te zien en lokt als een magneet, vooral vanaf de bergtoppen. Die uitloper schijnt een van de mooiste plekjes te zijn van het Atlin Provincial Park. Daarvan kregen we onderweg overigens ook wat adembenemend mooie stukken te zien. Philippe liet ons de scenic route zien, achter Theresa Island langs, onder Cathedral Mountain door, en vervolgens door de schilderachtige Second Narrows weer terug naar het zuidelijke deel van het Atlinmeer. Een tocht van twee uur over spiegelglad water.

Philippe zette ons vervolgens af in een prachtige ondiepe baai, op de plek waar een droge rivierbedding in het grote meer uitkomt. Tot acht jaar geleden liep hier een grote vlechtende gletsjerrivier, maar die neemt nu een andere loop, sinds er in 2010 een enorme brok van de gletsjertong is afgebroken. Daarbij is het Llewellynmeer grotendeels leeggelopen en zijn er honderden ijsbergen gestrand. Het waterniveau is nu een meter of tien lager dan toen – en de meeroever is nu een bizar maanlandschap. Maar daarover later meer.

Allereerst die droge rivierbedding waar we aan land gingen – wat een paradijselijk plekje.

P1260634
P1260635

Philippe had ons een minikajak meegegeven – een gouden greep! Jelle was helemaal verkocht. En omdat de baai zo ondiep was, mocht hij van ons zijn eigen gang gaan, na een klein proeftochtje samen met Nienke in één bootje. Dat laatste leek instabieler dan Jelle maar alleen laten gaan… Links zie je Teun en Bram bij onze prachtige kampplek aan het water.

P1260636
P1260638

Het was zulk lekker weer, het ondiepe water zo warm en de modder zo aanlokkelijk dat de zaken al snel uit de hand liepen…  En dat terwijl het water even verderop maar drie graden is…

P1260646  P1260660

Meteen die eerste middag maakten we in die brede riviermonding een prachtige wandeling. Overal de pluizen van uitgebloeide achtster, extra fraai met de laagstaande zon.

DSC00996 DSC00997

In een verre hoek van de delta baanden we ons een weg door dicht struikgewas en stonden we opeens aan een bevermeertje. Daar troffen we de indrukwekkendste beverkanalen die we ooit gezien hadden: kanalen die de bevers graven om de bomen die ze landinwaarts omknagen, makkelijker naar het water te kunnen vervoeren. Zulke kanalen hadden we al weleens eerder gezien, maar nog nooit twee meter breed en honderd meter lang.

Teun en Jelle lopen terug naar onze kampplek aan het water, met hout voor het kampvuur op de schouders:

P1260682

Dromer Bram loopt achteraan, zijn blonde koppie een perfecte camouflage in een vlakte vol stralende pluisjes:
P1260685

Al gauw hadden we een knapperend vuurtje – geen overbodige luxe, want beide jongens hadden natuurlijk natte schoenen. De een was in een beverkanaal gestapt, de ander was wat onhandig aan land gegaan met de kajak (en had overigens ook de kajak laten wegwaaien in de wind – moeders kon erachteraan, wadend tot de borstkas in water van drie graden – maar dat had heel makkelijk veel erger kunnen wezen, als we het wegdrijvende bootje een minuut later hadden opgemerkt).
P1260705

Best lastig, om schoenen te drogen bij een vuurtje zonder ze in de fik te laten vliegen. Tussendoor was er voor Jelle nog even tijd voor een snelle peddel – nog even genieten van het late avondlicht en het uitzonderlijk gladde meer. Is dit nou dat levensgevaarlijke meer waar iedereen ons altijd voor waarschuwt…?

P1260693

P1260689

Teun kookt pasta met zalm en broccoli, een klassieker van thuis die in de openlucht toch altijd net iets lekkerder smaakt:

P1260707

P1260711

In Europa slapen de jongens gewoonlijk samen in de kleine tent, en wij samen in de grote. Maar hier in berenland vinden we dat toch niet zo veilig. Voor het geval het op het moment supreme wat uitmaakt: we slapen kruislings –  in elke tent een kind en een ouder, de pepperspray in de aanslag bij het hoofdkussen. Best gezellig. En ook bij het in paniek ’s nachts moeten plassen is het handiger dat er een ouder bij ligt die even snel de ritssluiting kan vinden.

P1260712

De rest van deze trip – het kamperen bij de gletsjer met uitzicht op het ijsbergenmeer – houden jullie nog even tegoed…  Het moet niet te gek worden, in één blogpost… Hier nog wat nabranders:

Bram met wolvenpoep, die we hier om de paar honderd meter vinden:

P1260666

Moeders met brandhout:

DSC01015

Stilleven met afwas:

DSC_2602

Advertenties

5 gedachtes over “Kamperen in totale leegte

  1. Wow, wat is het ongelofelijk fantastisch allemaal… Wij zijn een beetje bang dat jullie nooit meer terugkomen in de mensenwereld…

    Dikke kus uit zomers Amsterdam (23 graden…) VMAJ

    Like

  2. Leuk dat contrast met de reclame waar jullie blog mee wordt afgesloten. Salinda Resort in Phu Quoc Island – The Pearl Island of Asia Vast niet zo eenzaam en adembenemend. Dank voor jullie nieuwe blog. 😘

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s