Poolzeetrip deel 2

Op weg naar de Noordelijke IJszee waren we een extra dagje blijven hangen in het schilderachtige Tombstone Territorial Park, om een kleine skitocht te maken richting dit uitzicht.

DSC_9127

Maar daarna lokte het uitgestrekte noorden. Hieronder een kleine overzichtskaart. Even voor de beeldvorming: Dawson City, hier onderin het kaartje, ligt zo’n 700 km ten noorden van onze woonplaats Atlin. En vanaf Dawson City is het nog ongeveer 900 km naar Tuktoyaktuk, ons einddoel aan de poolzee. De donkerblauwe route is de heenweg; in lichtblauw zie je de kriebelende terugweg door de delta van de machtige Mackenzie River. Jawel, over een heuse ice road.

Kaartje

Vlak ten noorden van Tombstone troffen we ons eerste echte wildlife: drie prachtige Dall sheep. Waarschijnlijk twee wijfjes en een jong van vorig jaar, maar het was moeilijk te zien. De kleine kereltjes wilden graag meekijken door de telelens, terwijl de rest van het gezelschap maar weer eens wat dode bomen ging neerhalen, voor de houtkachel.

P1020620

DSC_9176

P1020623

Daarna ontvouwde zich een van de mooiste landschappen van de rit: het begin van de Peel Watershed. De beroemde rivier waar zoveel om te doen is: het is nu nog een prachtig, gigantisch, ongerept natuurgebied, met allerlei traditionele en spirituele waarden van de inheemse bevolking. Maar er zit ook olie in de grond. Het laatste woord is er nog niet over gezegd, maar het lijkt erop dat 80 procent van de Peel voorlopig veilig is. Heel bijzonder om dit gebied nu eens met eigen ogen te zien.

DSC05947
Het dal van de Ogilvie River, een zijrivier van de Peele.

P1020624Uitzicht op de Peele River en de Ogilvie Range daarachter. En een raaf ervoor.

DSC_9200
DSC05955

De weg liep hier over een kronkelende bergrug waarvandaan je aan alle kanten waanzinnig uitzicht had – naar rechts op de Peele, die zich in de verte bij de Mackenzie voegt, en naar links op een onafzienbaar, golvend landschap van muskeg: vochtig mossig heidemoeras met wilgenstruikjes en ruige sparretjes. Hier zou je in deze tijd van het jaar de rendieren van de beroemde Porcupine Herd moeten kunnen zien, met in hun kielzog de witte Arctische wolven – maar helaas, niets en niemand liet zich zien.

P1020629

De laatste benzinepomp was in Dawson City, en we haalden het net niet tot de eerstvolgende, in Eagle Plains… Maar gelukkig hadden we jerrycans met benzine bij ons. Want je wist maar nooit. Wat een afstanden. Wat een logistiek. En wat een benzineslurpend monster.

Na Eagle Plains (‘Population: 14’. Benzinestation en hotel, verder niks) reden we echt de Arctic binnen. De vegetatie werd steeds lager en schaarser, de wind kouder en harder, de uitzichten weidser.

DSC05965

P1020639

Die wind, die baarde ons nog wel zorgen. Want hoe zet je hier in vredesnaam je tent op, in dit open landschap? De dame in Eagle Plains had ons gewaarschuwd: er is een storm op komst, en waarschijnlijk wordt de weg over de Wright Pass, naar Northwest Territories, morgen of overmorgen afgesloten… Met een beetje geluk zouden wij er net op tijd overheen zijn. De camping die we hadden uitgezocht (Rock River, vlak voor de pas) was weliswaar nog afgesloten voor het winterseizoen, maar lag wel mooi beschut in een vallei tussen hoge bomen. We konden prima voor de slagboom kamperen… Nadat we even een paar kuub sneeuw hadden weggeschept.

P1020645

DSC05972

De volgende dag stormde het inderdaad waanzinnig. Op dit soort momenten realiseerden wij ons nog eens extra hoe kwetsbaar je bent in dit landschap, en hoe fijn het is om met twee auto’s en twee gezinnen te zijn. Het was nu niet koud, ‘slechts’ een graad of tien onder nul, maar deze tijd van het jaar kan het hier zomaar min 30 zijn, met dagenlange sneeuwstorm. Als je dan langs de kant van de weg komt te staan, met een lekke band of lege accu, dan is redding niet altijd nabij. Hoe fijn is het dan om ’s avonds met een biertje of rum-choco bij dat houtkacheltje te zitten, met snurkende kindjes op hun veldbedjes, en reisgenoten met sterke verhalen over hoe het er hier óók aan toe kan gaan…

DSC05983

DSC06001

De storm woedde vooral op het stuk van de route richting de Wright Pass: de spectaculaire pas die de grens vormt tussen Yukon en Northwest Territories. Je klimt boven de boomgrens uit, de bomen worden steeds schaarser, tot er een ruig maanlandschap overblijft. Niet met scherpe pieken, maar juist met afgeronde toppen en diep ingesneden dalen. Tussen de flarden sneeuwstorm door piepte soms de zon tevoorschijn, wat een sprookjesachtig gezicht was. De wolken lagen als een deken over het landschap heen.

DSC06003
DSC05997

DSC05977

Na de pas daal je af richting Fort McPherson – nog steeds staan daar verrassend veel bomen. Fort McPherson ligt aan de Peel River, die we over het ijs moesten oversteken! De eerste spannende river crossing – we wisten niet 100 procent zeker of de ice bridge wel open zou zijn. In voor- en najaar zijn er een paar weken waarin het ijs te dun is om eroverheen te rijden, maar te dik om de ferry weer in de vaart te nemen. We hadden geluk: we konden er nog overheen! Niet veel later was er een tweede crossing (zie foto hieronder): over de Mackenzie River, bij Tsiigehtchic – een schilderachtig plaatsje.

DSC06021

Daarna was het niet ver meer naar Inuvik, tot voor kort het einde van de weg. Nu loopt de highway helemaal door naar Tuktoyaktuk, wat het toerisme in Inuvik alleen maar goed heeft gedaan. Het stadje heeft 3.200 inwoners, van wie 2/3 inheems. Van die groep is 2/3 Inuvialuit (westelijke Inuit) en 1/3 Gwich’in (First Nations – het woord ‘indianen’ is hier niet langer politiek correct).

Inuvik doet zijn best om een fleurig, modern provinciestadje te zijn, maar als je goed kijkt zie je toch veel treurigheid. Vervallen gebouwen, voortuinen vol schroot, erbarmelijke verzamelingen van magere sledehonden. Veel mensen zagen we er niet op straat – daarvoor was het toch te koud. Wat doen al die mensen de hele dag…? We vermoeden dat er veel overheidsgeld naar Inuvik vloeit.
P1020712

Na Inuvik begon de onmetelijke toendra. Vooral de prachtige luchten maakten indruk. We reden onder een wolkendeken uit en kwamen weer in de zon, die om 6 uur ’s avonds nog hoog aan de hemel bleek te staan. Wonderlijk, want het was precies 21 maart, de dag waarop dag en nacht overal op aarde ongeveer even lang zijn, namelijk 12 uur. Pas ná 21 maart verwacht je dat de dagen hier in het poolgebied langer zijn dan op lagere breedten. Anyone…?

P1020650

P1020655
P1020654

En daar waren ze dan: de beroemde pingo’s van Tuktoyaktuk. De hoogste is maar liefst 50 m hoog. In Nederland hebben we pingoruïnes: meertjes die zijn ontstaan doordat ijsbrokken na de ijstijd in het landschap achterbleven, en pas veel later smolten. In het poolgebied heb je nog steeds ‘levende’ pingo’s. Ze zijn niet per se in de ijstijd ontstaan, maar zijn een verschijnsel van permafrost: een ijslens in de bodem trekt vocht aan en blijft groeien, onder de juiste omstandigheden.

P1020665

DSC_9211

P1020672

DSC06062

En daar was hij dan, de bevroren Arctische Oceaan! Wat een wonderlijk landschap. Woorden schieten tekort.

DSC06064

Wat ook tekort schoot: de tijd, de temperatuur en een campingplek uit de wind. Zeven uur ’s avonds, min 20 en een bulderende storm. Dus we chickenden out en checkten in bij de enige plaatselijke B&B die open was, genaamd ‘The end of the road’. Eigenlijk was het geen B&B, maar een accommodatie voor ploegen die in de olie werken, of voor het militaire station met radiomasten. Een gemeenschappelijke woonkamer, keuken en verder tweepersoonskamers. Ideaal: we konden ons eigen potje koken, want een restaurant was er natuurlijk niet. Het hele dorpje was totaal uitgestorven. Ook hier: wat doen al die mensen overdag…?

P1020675

De volgende dag bekeken we het wonderlijke dorpje Tuktoyaktuk: 1000 inwoners, vrijwel 100 procent Inuvialuit. We hebben letterlijk NIEMAND gezien! Alleen de (non-native) eigenaar van de B&B. Iedereen zat binnen de storm uit. Als journalist had ik natuurlijk even bij een paar mensen moeten aanbellen voor een praatje, maar ja, daar ben ik dan toch te weinig initiatiefrijk voor. Dan maar rondrijden en stiekeme plaatjes maken van de huizen.

P1020679

P1020676
P1020695

P1020692

P1020690

Wat we natuurlijk ook wilden doen: een wandeling maken over de bevroren poolzee. We vermoedden dat je er waarschijnlijk ook wel met je auto overheen kon rijden, maar we zagen nergens sporen, dus dat risico namen we maar niet.

DSC06071

Wandelen was wel een uitdaging: niet alleen vanwege de kou en de storm, maar ook vanwege het gebrek aan perspectief! Het was lastig om de overgang tussen sneeuw en lucht te zien. En het was lastig om reliëf in de sneeuw te zien. Je struikelde makkelijk over kleine richteltjes of afstapjes. En een paar hoge sneeuwheuvels die we in de verte meenden te zien, bleken in werkelijkheid piepkleine sneeuwhoopjes te zijn, slechts tien meter verderop!
P1020687

P1020689
DSC06082

Helaas hielden we het niet heel lang vol – daarvoor hadden we simpelweg niet de juiste poolkleding. Wel een heel goed gedachte-experiment om je dan eens te verplaatsen in de vroege poolreizigers, zoals Nansen en Amundsen, en hoe die in een vergelijkbare ijzige leegte een slede voorttrokken richting het eeuwige niets. Op hoop van zegen.
DSC06085

We brachten ook een klein bezoekje aan de plaatselijke (open!) vuilnisbelt, in de hoop er wellicht een schooierende poolvos aan te treffen. Helaas. Ook geen ijsberen – maar dat was misschien maar goed ook. Alleen een club acrobatische raven, die zich goed vermaakten tussen het huisvuil.

DSC_9225
P1020701

En zo aanvaardden wij de terugtocht. De doorsteek dwars door de bevroren Mackenzie Delta houden jullie nog even van ons tegoed. Hieronder nog wat losse impressies — droomlandschap bij strijklicht.

~~~~~~

 

DSC06044

P1020708

DSC06105

 

P1020548

DSC06146

P1020644

 

Advertenties