Poolzeetrip deel 2

Op weg naar de Noordelijke IJszee waren we een extra dagje blijven hangen in het schilderachtige Tombstone Territorial Park, om een kleine skitocht te maken richting dit uitzicht.

DSC_9127

Maar daarna lokte het uitgestrekte noorden. Hieronder een kleine overzichtskaart. Even voor de beeldvorming: Dawson City, hier onderin het kaartje, ligt zo’n 700 km ten noorden van onze woonplaats Atlin. En vanaf Dawson City is het nog ongeveer 900 km naar Tuktoyaktuk, ons einddoel aan de poolzee. De donkerblauwe route is de heenweg; in lichtblauw zie je de kriebelende terugweg door de delta van de machtige Mackenzie River. Jawel, over een heuse ice road.

Kaartje

Vlak ten noorden van Tombstone troffen we ons eerste echte wildlife: drie prachtige Dall sheep. Waarschijnlijk twee wijfjes en een jong van vorig jaar, maar het was moeilijk te zien. De kleine kereltjes wilden graag meekijken door de telelens, terwijl de rest van het gezelschap maar weer eens wat dode bomen ging neerhalen, voor de houtkachel.

P1020620

DSC_9176

P1020623

Daarna ontvouwde zich een van de mooiste landschappen van de rit: het begin van de Peel Watershed. De beroemde rivier waar zoveel om te doen is: het is nu nog een prachtig, gigantisch, ongerept natuurgebied, met allerlei traditionele en spirituele waarden van de inheemse bevolking. Maar er zit ook olie in de grond. Het laatste woord is er nog niet over gezegd, maar het lijkt erop dat 80 procent van de Peel voorlopig veilig is. Heel bijzonder om dit gebied nu eens met eigen ogen te zien.

DSC05947
Het dal van de Ogilvie River, een zijrivier van de Peele.

P1020624Uitzicht op de Peele River en de Ogilvie Range daarachter. En een raaf ervoor.

DSC_9200
DSC05955

De weg liep hier over een kronkelende bergrug waarvandaan je aan alle kanten waanzinnig uitzicht had – naar rechts op de Peele, die zich in de verte bij de Mackenzie voegt, en naar links op een onafzienbaar, golvend landschap van muskeg: vochtig mossig heidemoeras met wilgenstruikjes en ruige sparretjes. Hier zou je in deze tijd van het jaar de rendieren van de beroemde Porcupine Herd moeten kunnen zien, met in hun kielzog de witte Arctische wolven – maar helaas, niets en niemand liet zich zien.

P1020629

De laatste benzinepomp was in Dawson City, en we haalden het net niet tot de eerstvolgende, in Eagle Plains… Maar gelukkig hadden we jerrycans met benzine bij ons. Want je wist maar nooit. Wat een afstanden. Wat een logistiek. En wat een benzineslurpend monster.

Na Eagle Plains (‘Population: 14’. Benzinestation en hotel, verder niks) reden we echt de Arctic binnen. De vegetatie werd steeds lager en schaarser, de wind kouder en harder, de uitzichten weidser.

DSC05965

P1020639

Die wind, die baarde ons nog wel zorgen. Want hoe zet je hier in vredesnaam je tent op, in dit open landschap? De dame in Eagle Plains had ons gewaarschuwd: er is een storm op komst, en waarschijnlijk wordt de weg over de Wright Pass, naar Northwest Territories, morgen of overmorgen afgesloten… Met een beetje geluk zouden wij er net op tijd overheen zijn. De camping die we hadden uitgezocht (Rock River, vlak voor de pas) was weliswaar nog afgesloten voor het winterseizoen, maar lag wel mooi beschut in een vallei tussen hoge bomen. We konden prima voor de slagboom kamperen… Nadat we even een paar kuub sneeuw hadden weggeschept.

P1020645

DSC05972

De volgende dag stormde het inderdaad waanzinnig. Op dit soort momenten realiseerden wij ons nog eens extra hoe kwetsbaar je bent in dit landschap, en hoe fijn het is om met twee auto’s en twee gezinnen te zijn. Het was nu niet koud, ‘slechts’ een graad of tien onder nul, maar deze tijd van het jaar kan het hier zomaar min 30 zijn, met dagenlange sneeuwstorm. Als je dan langs de kant van de weg komt te staan, met een lekke band of lege accu, dan is redding niet altijd nabij. Hoe fijn is het dan om ’s avonds met een biertje of rum-choco bij dat houtkacheltje te zitten, met snurkende kindjes op hun veldbedjes, en reisgenoten met sterke verhalen over hoe het er hier óók aan toe kan gaan…

DSC05983

DSC06001

De storm woedde vooral op het stuk van de route richting de Wright Pass: de spectaculaire pas die de grens vormt tussen Yukon en Northwest Territories. Je klimt boven de boomgrens uit, de bomen worden steeds schaarser, tot er een ruig maanlandschap overblijft. Niet met scherpe pieken, maar juist met afgeronde toppen en diep ingesneden dalen. Tussen de flarden sneeuwstorm door piepte soms de zon tevoorschijn, wat een sprookjesachtig gezicht was. De wolken lagen als een deken over het landschap heen.

DSC06003
DSC05997

DSC05977

Na de pas daal je af richting Fort McPherson – nog steeds staan daar verrassend veel bomen. Fort McPherson ligt aan de Peel River, die we over het ijs moesten oversteken! De eerste spannende river crossing – we wisten niet 100 procent zeker of de ice bridge wel open zou zijn. In voor- en najaar zijn er een paar weken waarin het ijs te dun is om eroverheen te rijden, maar te dik om de ferry weer in de vaart te nemen. We hadden geluk: we konden er nog overheen! Niet veel later was er een tweede crossing (zie foto hieronder): over de Mackenzie River, bij Tsiigehtchic – een schilderachtig plaatsje.

DSC06021

Daarna was het niet ver meer naar Inuvik, tot voor kort het einde van de weg. Nu loopt de highway helemaal door naar Tuktoyaktuk, wat het toerisme in Inuvik alleen maar goed heeft gedaan. Het stadje heeft 3.200 inwoners, van wie 2/3 inheems. Van die groep is 2/3 Inuvialuit (westelijke Inuit) en 1/3 Gwich’in (First Nations – het woord ‘indianen’ is hier niet langer politiek correct).

Inuvik doet zijn best om een fleurig, modern provinciestadje te zijn, maar als je goed kijkt zie je toch veel treurigheid. Vervallen gebouwen, voortuinen vol schroot, erbarmelijke verzamelingen van magere sledehonden. Veel mensen zagen we er niet op straat – daarvoor was het toch te koud. Wat doen al die mensen de hele dag…? We vermoeden dat er veel overheidsgeld naar Inuvik vloeit.
P1020712

Na Inuvik begon de onmetelijke toendra. Vooral de prachtige luchten maakten indruk. We reden onder een wolkendeken uit en kwamen weer in de zon, die om 6 uur ’s avonds nog hoog aan de hemel bleek te staan. Wonderlijk, want het was precies 21 maart, de dag waarop dag en nacht overal op aarde ongeveer even lang zijn, namelijk 12 uur. Pas ná 21 maart verwacht je dat de dagen hier in het poolgebied langer zijn dan op lagere breedten. Anyone…?

P1020650

P1020655
P1020654

En daar waren ze dan: de beroemde pingo’s van Tuktoyaktuk. De hoogste is maar liefst 50 m hoog. In Nederland hebben we pingoruïnes: meertjes die zijn ontstaan doordat ijsbrokken na de ijstijd in het landschap achterbleven, en pas veel later smolten. In het poolgebied heb je nog steeds ‘levende’ pingo’s. Ze zijn niet per se in de ijstijd ontstaan, maar zijn een verschijnsel van permafrost: een ijslens in de bodem trekt vocht aan en blijft groeien, onder de juiste omstandigheden.

P1020665

DSC_9211

P1020672

DSC06062

En daar was hij dan, de bevroren Arctische Oceaan! Wat een wonderlijk landschap. Woorden schieten tekort.

DSC06064

Wat ook tekort schoot: de tijd, de temperatuur en een campingplek uit de wind. Zeven uur ’s avonds, min 20 en een bulderende storm. Dus we chickenden out en checkten in bij de enige plaatselijke B&B die open was, genaamd ‘The end of the road’. Eigenlijk was het geen B&B, maar een accommodatie voor ploegen die in de olie werken, of voor het militaire station met radiomasten. Een gemeenschappelijke woonkamer, keuken en verder tweepersoonskamers. Ideaal: we konden ons eigen potje koken, want een restaurant was er natuurlijk niet. Het hele dorpje was totaal uitgestorven. Ook hier: wat doen al die mensen overdag…?

P1020675

De volgende dag bekeken we het wonderlijke dorpje Tuktoyaktuk: 1000 inwoners, vrijwel 100 procent Inuvialuit. We hebben letterlijk NIEMAND gezien! Alleen de (non-native) eigenaar van de B&B. Iedereen zat binnen de storm uit. Als journalist had ik natuurlijk even bij een paar mensen moeten aanbellen voor een praatje, maar ja, daar ben ik dan toch te weinig initiatiefrijk voor. Dan maar rondrijden en stiekeme plaatjes maken van de huizen.

P1020679

P1020676
P1020695

P1020692

P1020690

Wat we natuurlijk ook wilden doen: een wandeling maken over de bevroren poolzee. We vermoedden dat je er waarschijnlijk ook wel met je auto overheen kon rijden, maar we zagen nergens sporen, dus dat risico namen we maar niet.

DSC06071

Wandelen was wel een uitdaging: niet alleen vanwege de kou en de storm, maar ook vanwege het gebrek aan perspectief! Het was lastig om de overgang tussen sneeuw en lucht te zien. En het was lastig om reliëf in de sneeuw te zien. Je struikelde makkelijk over kleine richteltjes of afstapjes. En een paar hoge sneeuwheuvels die we in de verte meenden te zien, bleken in werkelijkheid piepkleine sneeuwhoopjes te zijn, slechts tien meter verderop!
P1020687

P1020689
DSC06082

Helaas hielden we het niet heel lang vol – daarvoor hadden we simpelweg niet de juiste poolkleding. Wel een heel goed gedachte-experiment om je dan eens te verplaatsen in de vroege poolreizigers, zoals Nansen en Amundsen, en hoe die in een vergelijkbare ijzige leegte een slede voorttrokken richting het eeuwige niets. Op hoop van zegen.
DSC06085

We brachten ook een klein bezoekje aan de plaatselijke (open!) vuilnisbelt, in de hoop er wellicht een schooierende poolvos aan te treffen. Helaas. Ook geen ijsberen – maar dat was misschien maar goed ook. Alleen een club acrobatische raven, die zich goed vermaakten tussen het huisvuil.

DSC_9225
P1020701

En zo aanvaardden wij de terugtocht. De doorsteek dwars door de bevroren Mackenzie Delta houden jullie nog even van ons tegoed. Hieronder nog wat losse impressies — droomlandschap bij strijklicht.

~~~~~~

 

DSC06044

P1020708

DSC06105

 

P1020548

DSC06146

P1020644

 

Trip naar de poolzee

In Canada kun je maar via één weg de poolcirkel passeren. Die weg is de roemruchte Dempster Highway, die vanaf het goudzoekersstadje Dawson City helemaal tot aan de poolzee loopt. Alle andere poolgebieden in Canada kun je alleen maar per boot of per vliegtuig bereiken. Dus dat was een uitgemaakte zaak: wij wilden de Dempster Highway rijden, helemaal tot the end of the road.

kaartje

Dat die tocht prachtig moest zijn, hadden we al van diverse mensen gehoord. Onze vrienden Kate & Kate hadden er al eens zeer poëtisch over verteld: “De schaal van het landschap is zo enorm”, zo citeer ik Kate H. in mijn boek De poolgebieden, “dat je je tegelijkertijd heel groots en heel nietig voelt. Je bent in het hart van de wildernis, met niemand anders binnen een straal van honderden kilometers, omringd door kariboes en met het noorderlicht boven je hoofd. Maar jouw leven is uiteindelijk maar een sneeuwvlokje in die eeuwigheid van ijs, lucht en bergen.”

DSC06226

Dus daarom stond die trip al drie jaar op ons verlanglijstje. Alleen… het is nogal wat, die tocht en die afstand. En dan in de winter… Sneeuwstormen, min 40, whiteouts, lekke banden, lawines – er kan je daar van alles overkomen en we zouden de eersten niet zijn die er jammerlijk zouden omkomen.

DSC05983

Daarom waren we totaal overrompeld toen onze vrienden Leandra en Philippe, de ouders van vriendje Justin, ons vroegen of wij die road trip samen met hen wilden ondernemen. Ook bij hen stond de poolzee hoog op de verlanglijst. En zij hebben een schat aan ervaring in de meedogenloze wildernis. Plus een legertent met houtkachel waar we met zijn zevenen in zouden passen. Een aanhangwagen om hout mee te vervoeren over de toendra. Een truck waar een halve schuur in past en waarmee je anderen uit een greppel kunt slepen. En een voorliefde voor vrolijke en gezellige avonturen – en voor lekkere koffie.

Dus daar gingen we, op 16 maart, richting het noorden. De eerste etappe bracht ons tot even voorbij Carmacks, alwaar we kampeerden in een buitenbocht van de bevroren Yukon, eenzaam in een bos.

Dag 2 bracht ons in Dawson City, waar in 1898 de goudkoorts losbrak na de vondst van goud in wat nu Discovery Creek heet, een kilometer of tien buiten het stadje. Dus waar anders kamperen dan daar, precies op die historische plek, precies aan die kreek?

DSC05806

Er lag behoorlijk wat sneeuw, dus we moesten eerst flink sneeuwruimen om de auto’s daar op het parkeerterrein te krijgen, en om de tent netjes te kunnen opzetten. Lekker even oefenen met de fourwheeldrive in de diepe sneeuw…

DSC05800

En meteen aan de bak met hout verzamelen voor de kachel… Want hier groeit weliswaar nog genoeg, maar wie weet hoe dat straks boven de poolcirkel zal zijn?

P1020552

Dawson is een wonderlijk stadje. In 1898 woonden er 40.000 mensen – maar een jaar later was de goudkoorts alweer voorbij en kelderde het inwonertal naar 8.000. Nu wonen er 1.400 mensen, in een decor van honderd jaar oud. Vervallen huizen, bizarre gevels, overal vergane glorie van scheefgezakte hotels, restaurants en theaters (klik op de foto’s hieronder om ze beter te kunnen zien). Deels zijn die in de zomer nog open, deels zijn ze permanent dichtgespijkerd. In de winter is het stadje in elk geval verlaten en guur.

In het zijdalletje waar we kampeerden, aan Discovery Creek, was ook het een en ander te beleven. Een klein openluchtmuseumpje, nu gesloten, waar nog volop gereedschap uit de goudkoortstijd te zien is.

En een dredge, een gigantische drijvende goudgraafmachine met monsterlijke schraapbakken aan een rupsband, waarmee ze hier op grote schaal de kreek afgroeven om vervolgens het goud van het grind te scheiden. Hij was in gebruik van 1913 tot 1959, en kostte miljoenen – maar bracht een veelvoud daarvan op. Tonnen aan goud.

DSC05812
P1020503

Na Dawson begon de pracht van de Dempster Highway. Na 80 km kwamen we in Tombstone Territorial Park – een waanzinnig berggebied, bekend om zijn karakteristieke pieken. Om die echt goed te zien, moet je verder het gebied in. Maar ook vanaf de highway was het landschap al fenomenaal. In de verte zie je wel de beroemdste piek liggen.

DSC05918
DSC05861

Hier bleven we twee nachten, om op de tussengelegen dag een mooie skitocht te kunnen maken, zo’n zeven kilometer het gebied in.

Hilarisch, een skitocht met kleine mannetjes. Ze hadden het zwaar, moesten allemaal ook wel een keertje huilen, maar uiteindelijk was er triomf. Afdalingen waarbij iedereen overeind bleef. Een spectaculaire klauterpartij in de diepe sneeuw. Gedroogde mango, koekjes, cashewnoten, worst. Plus een natte broek vanwege door het ijs heen zakken. Wat wil je nog meer…?
DSC05886


DSC05898

P1020602

Houthakken, dat wilden ze nog meer. Ze kregen er geen genoeg van.

hakken

En schaken, met ons zelfgemaakte schaakspel.

P1020608

En lezen.

P1020548

Maar: er moest ook een dagboekje gemaakt worden. 🙂

P1020499

… en ’s ochtends waren er pancakes….

P1020585

De rest van de tocht volgt in een tweede blog – want anders wordt het wat veel. Houd nog even geduld… Want er komen nog winderige bergpassen, pingo’s, eindeloze ijzige vergezichten, aardige locals, een slip in een greppel, een wandeling over de bevroren bevroren poolzee, rendiergeweien, rijden over ice roads (en er ook op kamperen), een lekke band en nog veel meer.

****

P1020614Afscheid van Tombstone in stralende zon.

DSC_8873Voorbereiding voor de road trip in onze kelder.

Winterslaap voorbij

De sneeuw is bijna weg: je ruikt de bosgrond weer, voor het eerst sinds ruim vijf maanden! De wilgenkatjes zijn op hun mooist en de eerste crocuses staan in bloei – helemaal geen krokussen, maar een prachtig paars wildemanskruid, overal op de berghelling.

P1030212_klein
P1030175_klein

De haakbekken (pine grosbeaks) zijn weg, nadat ze deze winter vaste gast waren bij onze voederplank. In ruil daarvoor zijn de meesjes nu met hun lenteliedjes begonnen (‘Cheeeeeeseburger!’). Trompetzwanen zwemmen op de plekken met open water. Vandaag zagen we de eerste chipmunk weer over de veranda rennen! Die is klaar met zijn winterslaap. Hoog tijd dat wij ook weer ontwaken – wat betreft dit blog, welteverstaan… Wat betreft avonturen, schoolwerk en ander werk hebben we niet stilgezeten, de afgelopen maanden.

P1030172_kleinEen robot bouwen en programmeren,
met Lego die we van school hebben geleend!

Overdag schoolwerk en van alles beleven, en dan ’s avonds van 20.00 tot vaak na 24.00 achter de computer om grote deadlines weg te werken. Want die hadden we allebei. Teun voor Vogelbescherming, ik voor NRC en voor een boekje over de vijftien Deltalanden waar Nederland aan ‘watersamenwerking’ doet, van Bangladesh tot de VS. Afijn. Het is gelukt. De deadlines zijn gehaald en we kunnen weer even iets rustiger ademhalen. En bloggen.

P1030170_kleinZonsondergang vanuit ons slaapkamerraam…
Het meer ligt nog grotendeels dicht!

Waar te beginnen met een update van ruim drie maanden…? Eerst maar eens een quote die ik vandaag optekende uit de mond van Jelle. Waarachtig ende letterlijk genoteerd:

“Mama, ik heb een joke bedacht! Er is een prinses in de jungle en die ziet een kikker. Ze denkt: als ik hem kiss dan turnt hij into a prince. Maar dan is ze dead want het is een poisonous frog!”

Om maar even te illustreren wat zo’n jaar doet met de taalvaardigheid van onze kinderen… aiiii. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit plaatsvond terwijl er een (Engelstalig) vriendje bij ons aan het logeren was, aan wie hij net die ‘joke’ in het Engels had verteld. Hij kan verder nog best in samenhangende zinnen spreken. Maar het is wel grappig dat er sinds kort in het Engels wordt gedroomd – en dat er af en toe écht woordjes Engels tussendoor piepen, ook als we gewoon met ons vieren zijn. Vooral in het vuur van een spel: jouw turn! Jij bent aan het cheaten! You’re it! Watch this! Heb jij mijn snowpants gezien?

P1020469_klein

Het Engels is bij beide jongens nu behoorlijk vloeiend. Mede dankzij een geweldige nieuwe ontwikkeling: de school heeft een nieuwe directeur! Eentje die het wél leuk vindt dat de jongens af en toe komen meedoen. Niet met taal en rekenen, maar wel met gym, lunchpauze, buitenspelen (dit alles twee keer in de week), show&tell, ski-les, ijshockey, en alle extra fun stuff, zoals een les in sneeuwholen bouwen, vertel-uurtjes over vroeger door ouderen uit het dorp, en knutselen voor Valentijnsdag.

P1020191_klein

Hierboven houden ze samen een ‘show & tell’ over de vogels die ze hebben gemaakt met Miss JoAnne, de geweldige juf bij wie ze elke dinsdagmiddag 3 uur les hebben, bij haar thuis. Met Miss JoAnne lezen ze boeken, schrijven ze daar verslagen over, en doen ze vooral veel aan knutselen. JoAnne is kunstenares. En de producten die de jongens maken, zijn daar ook naar (het schilderij is van haar, de vogels van de jongens):

3 Birds

Het is vooral erg leuk dat ze er zo een beetje bij horen, bij de klas (waar overigens slechts acht kinderen in zitten, tussen 5 en 10 jaar). Hun Engels gaat met sprongen vooruit en ze kunnen dus al lekker in het Engels bekvechten over wiens turn het is en wie er aan het cheaten is.

P1010894_kleine

Intussen zijn er ook weer waanzinnige reizen gemaakt – met als absoluut hoogtepunt een road trip naar de poolzee! Die reis verdient een apart blog (of twee). Eerst nog even wat random fotootjes… En onderaan wat leuke updates die de jongens voor school maakten, maar die vast ook voor een breder publiek interessant zijn…!

En nu de kop eraf is, zullen we langzaam het stuwmeer aan verhalen gaan wegwerken. Houd het blog maar weer in de gaten, de winterslaap is voorbij!

P1010753

P1010685Kamperen bij min 20 – met vrienden en een houtkachel!

P1010671

P1010845

P1010841

P1020401

P1020452

P1020463

P1020904Hoera voor de warme bronnen van Atlin!
Nou ja, lauw. Pa en ma bleven liever aan de kant.

De begeleidende brief die Jelle schreef bij de update voor zijn klas: Jelle begeleidende brief

De update van Jelle voor zijn klas: Update jelle

De update van Bram, iets recenter: Nieuwsbrief eind maart_Bram

 

 

 

 

Kerstbrief van Jelle

***Jelle heeft een brief geschreven aan zijn klas. Dat wil zeggen, hij heeft hem gedicteerd en ik heb het precies getypt zoals hij het zei. Als hij het zelf zou moeten schrijven, dan zou hij snel zijn interesse verliezen – dit is een betere manier om veel verhalen uit hem te krijgen! Dat schrijven oefenen we wel weer een andere keer. 🙂 ***

P1000490

Hallo groep 5! Hier is een berichtje van Jelle voor jullie!

Hoe gaat het met jullie? Hebben jullie een leuke kerstvakantie gehad? Hoe was het kerstdiner op school? Bij ons kerstdiner stond er elandneus op tafel. Ik heb het niet geprobeerd maar Bram wel. Het was niet bij ons thuis maar bij een mevrouw van de First Nations. Dat is het Canadese woord voor indianen. Maar zij zeggen niet meer indianen, want dat vinden ze niet beleefd.

P1000712

De elandneus was gestoomd in een grote pan en toen hadden ze alle haartjes eraf geplukt met de hand. Volgens mij was dat wel een priegelwerkje. Toen zag de neus eruit als een roze drilpudding. Zo groot als een voetbal. Die sneden ze in kleine stukjes. Bram vond het niet zo lekker. Het was heel vet en taai. Maar hij was heel flink en hij slikte het door. Dat vonden de mensen heel stoer en heel leuk.

P1000711

Er waren ook lekkere broodjes met kaneel en suiker. En kalkoen en ham. Van de kalkoen en ham heb ik veel gegeten. Ik vond het heel erg lekker. Er was ook zoete aardappel, dat is oranje. Wij hadden een enorme chocoladetaart meegenomen die we zelf hadden gebakken. Daar heb ik een groot stuk van gegeten.

DSC04020

De mensen vertelden allemaal grappige verhalen over het jagen op elanden. Er was een man en die had een eland in zijn gewei geschoten. De eland viel neer. Toen de man ernaartoe liep, was de eland weg. Alleen het ene gewei lag er nog. De volgende dag kwam er een andere man en die zei tegen die man dat hij een eland had geschoten met maar één gewei. Toen zei die andere man: laten we passen, want ik heb een eland geschoten maar toen bleek dat ik alleen het gewei had geraakt. En het paste en toen hebben ze de eland samen gedeeld.

En er was een andere man, die was 5 meter van een dak gevallen en had zijn been op veel plaatsen gebroken. De dokter zei: je zal nooit meer kunnen lopen. Maar de week erna heeft die man een eland geschoten middenin de wildernis, met zijn hele been in het gips. En nu loopt hij weer zo fris als een hoentje.

IMG_7006

Wij plassen niet op de wc maar op een speciale buiten-wc. Dat noemen ze hier een outhouse. Het is een houten huisje met een gat eronder. Daar valt je poep en plas in. En nu het vriest, komt er een hele grote poeptoren. Als die te hoog wordt, dan moeten we hem omduwen. Want anders raakt hij je billen. We hebben geen wc, omdat we hier in de winter weinig water hebben, want het beekje is bevroren. We hebben geen waterleiding zoals in Nederland. We hebben een grote plastic tank in de kelder. Een keer in de paar weken komt er een vrachtwagen om water uit het grote meer in die tank te doen. Wel 3000 liter. Maar daar moeten we dus heel zuinig mee zijn. We hebben in huis dus wel water voor de keuken, de douche en de wasmachine. Maar we douchen niet zo vaak. We wassen ons meestal met een kom water en een washandje. Net zoals de mensen vroeger in Nederland deden.

0798_outhouse

Hebben jullie veel cadeautjes met Kerstmis gekregen? Ik heb zelf een kerstboom omgezaagd in het bos en met een slee mee naar huis genomen. Er hangen allemaal mooie dingen in. De meeste hebben we zelf gemaakt. Wij hebben hier geen Sinterklaas gevierd, maar in plaats daarvan vierden we kerst. Er waren ook Sintpakjes met de post gekomen en die lagen ook onder de boom. En mijn tante had ook pepernoten en speculaaskruiden en chocolademunten opgestuurd.

Dit zijn de dingen die ik heb gekregen: lego, een elandje, kneedgum, een stuiterbal die licht kan geven, een mini-schildersezel met een wit doek en daar heb ik een mooi schilderij op gemaakt, een boek met gekleurde velletjes, een pak met ansichtkaarten die je zelf kan inkleuren, een scheetkussen, twee spelletjes, een Guinness Book of Records van 2019, dinosokken en twee chocoladeletters.

Ik heb een nieuwe sport. Ik doe aan ijshockey. Het is heel lastig want je moet keihard schaatsen en hockeyen tegelijk. Je kan je erg bezeren maar daar kan ik wel tegen. Het is heel lastig want de puck gaat heel snel. (Een puck is een soort van de voetbal voor ijshockey, maar dan plat en kleiner.) We ijshockeyen op een meertje in de buurt. Dat is nu dichtgevroren.

P1000705
DSC04194

Het grote meer is nog open. We hopen dat het dit jaar dicht gaat vriezen want dan kan ik naar Atlin Mountain schaatsen. De vorige keer dat we hier woonden, in 2016, was het meer niet dichtgevroren. Dat was voor het eerst in 40 jaar. Dat vond ik heel jammer. Is het bij jullie aan het vriezen? Ligt er al sneeuw?

Groetjes Jelle

PS Hieronder nog wat foto’s.

P1000096
DSC03269
P1000480
DSC03593
DSC04073

DSC03304Dit is onze vriezer. In die papieren pakjes zit elandenvlees.
Die grote dingen zijn zalmen. Die rode bolletjes zijn
frambozen. Onderin ligt bevroren boerenkool.

DSC03957Op de stenen bij het meer ligt veel ijs, van de golven. Dat kun je eraf halen
en eronder gaan zitten en dan ben je net een schildpad.

DSC04152We waren bij vrienden om midwinter te vieren, op 21 december.
Er was een groot vreugdevuur. We aten ham van hun eigen varken.
Er was ook vuurwerk maar toen lag ik al te slapen.

DSC04123Er is hier een ander jongetje dat thuis les krijgt, net als wij. Hij heet Xavier en hij is iets ouder dan Bram. We doen soms dingen samen. Hier deden we een project over diersporen. Zijn ouders hebben sledehonden. We hebben daar al eens een ritje mee gemaakt.

IMG_6890We hebben huisdieren! Namelijk wormen. We geven ze
groenteafval
. Ze hebben ook al baby’s gekregen.

P1000032Wij mochten helpen een halve eland in stukken te snijden. Sommige stukken
waren voor biefstuk of stoofvlees. De restjes gingen in de gehaktmachine.

P1000371Nog een dood dier: een hoen (spruce grouse). Die had papa langs de weg
gevonden. Hij was doodgereden door iemand anders. Maar hij was nog
heel
vers en helemaal heel. En heel lekker.

P1000644We gaan vaak naar dit uitzichtspunt boven ons huis.
Daar zijn rotsen waar je op kunt spelen.

DSC04179
P1000056
IMG_6953
Kerstkaart 2019

 

 

Warme bronnen en Northern Rockies

Time for a road trip!

DSC03557

Wij zijn niet zo van die autotypes, dus road trips zijn aan ons nooit zo besteed – maar voor één gebied maken we graag een uitzondering: Yukon en noordelijk BC. Er is iets met dat landschap, met die vergezichten, met de bossen en de bergen en de rivieren, wat ronduit betoverend is. Er is nauwelijks verkeer, dus je kunt rustig overal stoppen. Bovendien is het altijd één grote safari, wat de rit voortdurend spannend maakt, ook als je urenlang geen levend wezen ziet. Het kán immers altijd. Overal in de berm staan sporen van lynxen, wolven en elanden. Hier en daar zit een vos met zijn prooi in de berm. Ligt er een doodgereden haas langs de weg, dan zitten er raven en zeearenden bij, die bozig opvliegen als je langsrijdt. Ja, zo vinden wij een road trip geen straf.

DSC_5752-bewerkt

Deze keer stonden de warme bronnen van Liard River op het programma, een sprookjesachtige plek waar wij in 2016 al eens waren. Maar toen was het zomer en regende het onafgebroken. Nu wilden we weleens kijken hoe de bronnen er in de winter bij liggen. En we wilden deze keer nog een eindje verder doorrijden, naar de Northern Rockies.

aa_kaartje

Het begon al goed, want onze steile oprit was spekglad. Het schommelde al een tijdje rond het vriespunt, waardoor er een dikke laag glanzend ijs lag. De wegen worden keurig gestrooid, maar de oprit niet… Stapvoets naar beneden rijden bleek niet voldoende. We raakten in een slip, draaiden bijna 180 graden rond, nog altijd stapvoets, en knalden achterstevoren met de bumper tegen een boom. Gelukkig stond die boom er, want anders waren we misschien wel over het randje gegaan. De schade aan bumper en boom viel mee. Maar dat gevoel dat je achterwielen je voorwielen beginnen in te halen, in slow motion, en dat je er helemaal niets tegen kunt doen… brrrr.

P1000145

P1000147

Even strooien met gravel (een echte Canadees heeft altijd een schep in zijn auto), en we waren weer onderweg.

Liard River is ongeveer twee dagen rijden, dus we maakten een tussenstop in Teslin. Daar kun je heerlijk bizonburgers eten. Die komen van een farm, vermoeden we, maar ze zijn wel authentiek: dit zijn de wood bison van het grensgebied van Yukon en BC. Onderweg kom je alsmaar dit soort borden en elektronische waarschuwingen tegen:

DSC03305

En dit soort tronies!

DSC_5358

De beesten grazen bij voorkeur in de bermen van de highway, in groepjes van twee tot wel honderd exemplaren. Ze trekken zich van het verkeer niks aan. Soms staan of liggen ze midden op de weg. Moeders met kalfjes, hitsige pubers en strijdende mannetjes.

De tweede dag bracht veel sneeuw, dus we moesten langzaam rijden. Pas ’s avonds laat arriveerden we in de Lodge tegenover de Liard Hot Springs. Maar de lange rit was de moeite meer dan waard. Want o, die bronnen waren weer sprookjesachtig mooi, helemaal nu er sneeuw lag. Het was ongeveer min 10, dus natte haren en wimpers bevroren meteen. En er was geen kip, behalve wij.

DSC03401
DSC03327

De bronnen liggen middenin een moerassig natuurgebied, dat er dampend en frisgroen bij ligt, ook middenin de winter. Overal zijn warme poelen en beekjes. De hoofdpoel is bijna te heet om in te zitten. Van daaruit kun je een keten van kleinere poelen bereiken, die geleidelijk kouder worden. De warme dampen slaan neer op de omringende bomen als een dikke laag rijp: fantastisch mooi.

DSC03362

De kunst is dat je in de grote warme poelen zodanig opwarmt dat je op avontuur kunt gaan in de koudere kreken, tussen de ijspegels en de wonderlijke rijpformaties. Zodra je te veel dreigt af te koelen, ga je weer liederlijk onderuitliggen in het warmste gedeelte.

DSC03436
DSC03426
DSC03364

De heren vermaakten zich uitstekend met de heilzame modder, met hun frozen hair contest en met de kunstmatige waterval.

Pa en moe ook, overigens. Laatstgenoemde leerde zichzelf van haar aller-luiste kant kennen. Eerstgenoemde nam ook nog even de tijd om in zijn eentje het warme zwavel-ecosysteem te fotograferen.

DSC03358

Na anderhalve dag hadden we genoeg gesoakt. Tijd om door te rijden, richting de Northern Rockies. Al gauw werden we getrakteerd op de waarneming van de eeuw: een prachtige lynx die muizen aan het vangen was naast de weg. En daar onverstoorbaar mee doorging. Teun en Bram konden zelfs de auto uit stappen om hem van dichterbij te fotograferen.

DSC_5712-bewerkt


DSC_5714-bewerkt1

DSC_5717-bewerkt

In Muncho Lake Provincial Park, een uur rijden naar het zuiden, maakten we een korte wandeling naar een prachtig uitzichtspunt boven de vallei van de Trout River. Aan weerszijden liggen zouthoudende rotsformaties waar wilde schapen en andere hoefdieren op af komen: de Mineral Licks. Helaas zagen we geen wildlife – behalve dan de twee nogal luidruchtige aapjes die er misschien wel de oorzaak van waren dat we verder geen wildlife zagen.

Bij het uitzichtspunt moest Jelle even testen of je tong echt vastvriest als je in de bittere kou aan een ijzeren hek likt. Dat was het geval. “Maar het deed zo’n pijn dat ik me binnen één seconde weer losrukte.” (Er hoefde geen urine aan te pas te komen – voor wie Popular Music van Mikael Niemi heeft gelezen, overigens een absolute aanrader.)

DSC03513
DSC03518

Wildlife zagen we nog wel verderop langs de weg: een grote groep elk (Amerikaans edelhert), zo’n 30 stuks tegen de bosrand. Ons einddoel was het dorp Toad River (60 inwoners), dat een camping heeft met mooie en betaalbare houten hutjes. En een redneck-restaurant vol foto’s van jachttrofees en andere interessante uitingen.

P1000212

P1000213

De volgende dag hadden een volle dag om te spelen in de sneeuw, omdat we twee nachten in onze fijne cabin wilden blijven. Het was een stralende dag met een stralende temperatuur: min 25 graden! Zo’n temperatuur waarbij het vocht in je neus bevriest en je longen protesteren als je te diep inademt.

Dat legt wel even wat beperkingen op ten aanzien van wandelen. Stevig doorlopen lukt niet met deze leeftijdsgroep en met het steeds stilstaan voor diersporen en foto’s. Dus dan worden toch al gauw de vingers en tenen en neustopjes te koud… We hielden het dus bij een paar korte uitstapjes op mooie plekken langs de dampende, dichtvriezende rivier.

P1000223

P1000227


P1000241
P1000238

DSC03528

En toen was het alweer tijd voor de terugweg. Die legden we af in twee dagen – deze keer met een tussenstop in Watson Lake. En ook ditmaal met schitterende landschappen, mooi en minder mooi weer, en veel wildlife.

Toch lang niet gek, zo’n road trip.

DSC_5952-bewerkt

DSC_5870-bewerkt
DSC_5969-bewerkt

DSC03538
DSC03547
DSC03546
DSC_6089-bewerkt
DSC03541

P1000322
DSC_6118
DSC_6095

 

 

 

 

Brieven van de jongens

00_brief van BramGroetjes van Bram!

Hieronder van Jelle:
00_brief van Jelle

Hallo allemaal,

Hoe gaat het met jullie?

We hebben allebei ook al een brief geschreven, kijk maar, die zie je hierboven. Maar er is nog meer te vertellen. Mama typt maar wij zeggen wat ze moet typen.

We wonen in een houten huis op een helling. We kijken uit over het grote meer van Atlin. Atlin is het dorpje waar we vlak in de buurt wonen. Ons huis is vijf kilometer buiten het dorp. Het is vlak bij Alaska.

DSC02557

Aan de overkant ligt een besneeuwde berg: Atlin Mountain. Achter ons huis is ook een berg, Monarch Mountain. Daar zijn we al twee keer op geweest. De tweede keer was alles bevroren. We liepen over een bevroren meertje. Vanaf de top kon je veel andere bergen zien. En het grote meer.

DSC03031

We hebben veel dieren in de tuin. We hebben al een hert gezien en chipmunks (dat zijn kleine grondeekhoorntjes). En ik zag hoe een wezel met een muis vocht. We hebben ook veel vogels bij het voederhuisje. Ik heb ze geteld: 135 in een half uur. We moeten de zaadjes elke dag bijvullen. Kleine restjes eten geven we aan de grijze gaaien. Die komen uit je hand eten. Dat voelt heel grappig.

DSC02531
DSC02538

We zitten op karate. En we hebben ons examen gehaald:

DSC02618

DSC02614

DSC02624

We gaan elke dag hout hakken. Want we hebben een kachel. En anders vriezen we dood. Het is nu al in de nacht min 15 graden en overdag meestal min 7 of min 8. Er ligt veel sneeuw. We gaan ongeveer elke dag sleeën en sneeuwballengevechten doen. Alleen  meestal plakt de sneeuw niet omdat het hier zo koud is dat de sneeuw niet plakt.

houthakken

houthakken_2
DSC02542

We gaan niet naar school maar we krijgen thuis les. We doen tempolezen, rekenen, taal en spelling. En ook Squla op de iPad. Hout bewerken, met wol werken. Blokfluit spelen, Engels. Helpen afwassen en helpen koken of bakken. En we moeten elke dag in onze e-reader lezen (want we konden geen stapel boeken meenemen) en in ons dagboek schrijven. Meestal zijn we in een paar uur klaar. Daarna gaan we naar buiten.

Brams werkstuk over de veelvraat

IMG_6756

De oehoe van Bram en de specht van Jelle:

uil door Bram gemaakt

We maken elke dag wel een wandeling. Soms naar de top van een berg, of gewoon een vlakke wandeling, een paar kilometer. Dan zien we vaak eekhoorns, chickadees (dat zijn meesjes) en veel diersporen. Van konijnen, bevers, elanden, stekelvarkens, beren en vossen en soms een drol van een wolf of lynx. We hebben al twee keer een lynx zien oversteken en ook weleens een coyote. Een keer zagen we allemaal sporen van nagels van beren in bomen.

DSC02655

We hebben al veel beren gezien: zwarte beren en grizzly’s. Het record aan coolheid was een veelvraat (dat is een soort hele grote marter, heel zeldzaam en heel schuw. Die zagen we hoog in de bergen). En ook nog vier elanden naast elkaar aan het grazen, vier beren aan het vissen in de rivier, en vijf kariboes (dat zijn rendieren) hoog in de bergen. We zien ook vaak zeearenden en raven. Soms een visarend of een steenarend.

houthakken_3De Canadezen stoppen hun vriezer helemaal vol in de zomer en in de herfst: met eland, zalm, bessen, paddenstoelen en frambozen. Die halen ze allemaal uit de natuur. En groenten uit de tuin. Want veel groenten heb je hier niet in de winkel en die zijn heel duur. Dan hebben ze de hele winter genoeg te eten, als ze maar genoeg verzamelen!

Wij hebben ook veel vis in de vriezer. Die hebben we gekocht van mensen die ze zelf hebben gevangen. En heeeeel veel frambozen. Die hebben we zelf geplukt. Wel een stuk of duizend. En veel eland. Als biefstuk, gehakt en worstjes. Die hebben we gekregen van vrienden die jagers zijn. Bijna heel Atlin is een jager. In ruil daarvoor helpen wij dan bij die mensen in de tuin of gaan we voor ze houthakken.

We hebben gekampeerd hoog in de bergen. We hadden een waterfles in de tent en de volgende ochtend zat er ijs in! Ik had het vaak koud behalve als de zon op me scheen. En het duurde heel lang voor de zon opkwam omdat hij achter een berg zat.

kamperen in de herfstkleuren

We hebben ook zelf vis gevangen. Met een vriendin van papa en mama hebben we gevist in een bootje op het grote meer. Toen hebben we een grote en een kleine zalmforel gevangen. Ik heb ook geholpen met schoonmaken van de vis.

vissen op zalmforel op het gletsjermeer

vissen op het grote meer

zalmforel schoonmaken

Wij slapen in de woonkamer, want er is maar één slaapkamer en daar slapen papa en mama. Gelukkig hebben we een uitklapbed. Het is gezellig omdat de kachel brandt in de woonkamer.

IMG_6064_home

We gaan soms ook naar Whitehorse (dat is het stadje twee uur verderop. En dat is het aller dichtst bij ons dorpje vandaan). En daar zijn we naar een museum geweest over mammoeten en daarom hebben wij  nu twee enorm mooie posters in ons huis hangen.

P1270270
P1270293

Vandaag is er wel een laag sneeuw van een halve meter dik gevallen. We moesten heel veel sneeuw ruimen. Voor de lol hadden we paadjes gemaakt in de sneeuw met de sneeuwschuiver.
sleeen op de helling onder ons huis

Dag allemaal! We missen jullie heel erg. Gelukkig vliegt een jaar zo voorbij. We zijn nu al drie maanden weg. Maar we vinden het hier ook hartstikke leuk. Daaaag!

bij de gletsjer

Liefs,

Jelle en Bram

~~~~~

groetjes uit Atlin
DSC03020
piramide van sneeuwballen

punniken

IMG_6713
kanoen
wolf van origami
bergtocht in de sneeuw

 

 

Ruby Mountain – over goden, geweien en een veelvraat

Het was een gure dag en het regende pijpenstelen. Langs de kant van de weg, vlak buiten het dorp, liep een man zonder regenjas of paraplu. Op zijn lange, grijze haren droeg hij een baseballpet die was versierd met zwart-wit-rood borduursel in de inheemse Tlingit-stijl. Hij was niet aan het liften, maar we stopten toch, want hij zag eruit alsof hij op weg was naar Five Mile. Dat is de Tlingit-nederzetting (‘The Reservation’) vijf mijl buiten het dorp – veel te ver om te lopen met dit slechte weer. Ja, hij wilde graag meerijden.

art

Het werd een bijzondere rit. De man vertelde allerlei verhalen. Over Five Mile, waar we van harte welkom waren, ook op het heilige strand. En over de omgeving. Waren wij al eens naar het eind van de Ruby Valley geweest? Nee? Daar heb je drie slapende vulkanen. Zo moet het einde van de wereld eruitzien. En als het daar regent en de zon door de wolken breekt, dan is het alsof de goden tegen je praten. Het is de mooiste plek op aarde.

Bij zijn huis aangekomen haalde de man een enorme zalm uit zijn vriezer, die hij ons cadeau deed. Weigeren had geen zin. En, zei hij, niet vergeten: snel eens naar Ruby Mountain gaan en dan doorrijden zover je kunt!

Dat lieten wij ons geen twee keer zeggen. Meteen de volgende dag gingen we op weg. Het is een uur rijden in de vallei van de Pine Creek, langs Surprise Lake en dan linksaf langs de Ruby Creek.

DSC00608Pine Creek

DSC00619Ruby Creek

DSC00660Ruby Mountain

De vallei doet zijn naam eer aan: de beekbedding, de onverharde weg, de berghellingen: alles is er diep robijnrood.

Dit is het domein van de miners: benedenstrooms, waar de kreek in Surprise Lake uitmondt, wordt op industriële schaal goud gewonnen – een opengereten wonde in het landschap. Aan de andere kant van Ruby Mountain is lange tijd een zilvermijn geweest, die nu is verlaten. Het hogere gedeelte van de Ruby Valley is wat dat betreft nu rustig, maar er lopen wel allerlei onverharde wegen die in de jaren ’60 en ’70 zijn aangelegd door prospecters op zoek naar molybdeen. Naar verluidt zit er daar ruim 100 miljoen ton molybdeen in de grond, maar de winning is nooit van de grond gekomen: niet rendabel. De claim van destijds geldt nog wel; hetzelfde bedrijf is nu in de naburige Boulder Creek actief – en die ligt dan ook grotendeels overhoop. Hopelijk laten ze Ruby Creek voorlopig nog even met rust.

DSC00615

Hoe verder en hoger je komt, hoe slechter de weg wordt. In 2016 waren we al eens in deze vallei geweest, maar toen waren we omgekeerd bij een slagboom. Oh, gewoon de slagboom openmaken en verder rijden, was het nuchtere advies van onze lifter. De slagboom zit al sinds de jaren ’70 niet op slot en er kraait geen haan naar. Verder dus! Holderdebolder, tot je nauwelijks meer van een weg kunt spreken.

DSC00631

De lucht was grijs en er viel natte sneeuw. Recht voor ons zagen we een oude vulkaan opdoemen. En precies daarboven… scheurde opeens het wolkendek open en kwam de zon tevoorschijn. De natte sneeuw schitterde in het zonlicht. Wat een timing. Onze lifter had niets teveel gezegd… het was onaards mooi. De foto hieronder dekt nog niet één procent van de werkelijke pracht van dat moment.

DSC00632

Op de achterbank werd inmiddels zo luidruchtig geklierd, dat er maar één ding op zat: opsplitsen. Auto parkeren, de oudste met ma mee naar links, de jongste met pa mee naar rechts. Jelle, normaal gesproken met geen tien paarden mee te krijgen op een wandeling, had hoog op de helling een sneeuwveld gezien, en daar wilde hij naartoe. Prima! Een pad was er niet, dus dat werd klauteren.

Het sneeuwveld bleek een piepkleine hangende mini-gletsjer te zijn: onmiskenbaar meerjarig ijs, in een loodrechte, gelaagde muur met een sneeuwkapje erbovenop. We klommen erlangs tot we erboven uitkwamen, in een zadel dat schitterend uitzicht bood naar het Atlinmeer en zelfs naar de ijskap in Alaska.

P1260385
P1260393

En daar, precies op dat punt, vond Jelle een schitterend rendiergewei. Niet klein, verrot en afgekloven, maar groot, vers en puntgaaf. Ik heb nog niet vaak zo’n mooie gezien – en evenmin zo’n mooi voorbeeld van ‘een gat in de lucht springen’.

Daarna gingen we natuurlijk nog even onderaan het gletsjertje kijken…
P1260402

P1260403

P1260412
P1260411

Ondertussen aan de andere kant van de vallei:

DSC00638
DSC00644

DSC00654

~~~~

Inmiddels zijn we twee maanden verder en in de bergen ligt al een dik pak sneeuw. Hoe zou het nu zijn in de betoverende vallei? Hoog tijd om er weer eens te gaan kijken. Op de heenweg, langs de Surprise Lake Road, waren we net aan het klagen dat we hier nooit wildlife zagen toen we opeens een grote grizzly langs de weg zagen. Meneer (of mevrouw?) ging er schielijk vandoor, maar de prenten in de modder konden we nog even prachtig bekijken.

En ja hoor, de robijnrode vallei was nog even mooi – misschien zelfs nog mooier, met de besneeuwde hellingen.

DSC02727

We besloten niet helemaal door te rijden naar het eind van de weg, maar halverwege te parkeren om de flank van Ruby Mountain te beklimmen. Wie weet zelfs de top…?

Dat laatste bleek wat te ambitieus, omdat we steeds werden opgehouden door… wildlife!

DSC_4576Sneeuwhoenders in winterkleed

DSC_4510
DSC_4518Kariboes, vijf in totaal – hier drie vrouwtjes en een mannetje

En, als klap op de vuurpijl – wie ‘m herkent mag het zeggen:

DSC_4586

Een veelvraat! Die stond bij ons bovenaan het wensenlijstje – om óóit in ons leven eens te mogen zien, welteverstaan. Een veelvraat is zo’n beest dat niet alleen heel zeldzaam is, maar ook nog eens enorm schuw én enorm slim. Hij laat zich doorgaans nooit aan mensen zien. Ook hier had hij ons gemakkelijk kunnen ontgaan, ware het niet dat Teun valkenogen heeft als het op zulke dingen aankomt. Hij speurt voortdurend – bewust en onbewust – alle hellingen af, altijd op zoek naar iets afwijkends. In dit geval was dit een bewegend stipje op een besneeuwde graat, precies onder de top van Ruby Mountain!

DSC_4591

Heel ver weg, vandaar de wat vage uitvergroting, maar onmiskenbaar. Hij liep naar rechts over de graat, beloerde ons nog even vanaf het hoogste punt, en volgde toen de graat aan de andere kant naar beneden. Zie het stipje hieronder op de top, in silhouet tegen de lucht…

DSC_4601

Wij wilden proberen hem te ‘onderscheppen’ daar rechts onderaan die graat, maar de vogel was natuurlijk allang gevlogen. Die was waarschijnlijk binnen twee minuten afgedaald, over een stuk waar wijzelf een uur over gedaan zouden hebben… Het enige wat we nog aantroffen waren zijn kakelverse sporen.

DSC02738

Die volgden we een tijdje bergop – voor het uitzicht, maar ook gewoon, vanwege het gevoel in de voetsporen van een veelvraat te lopen. Op de plek waar hij nog geen tien minuten tevoren moet zijn geweest, in zijn vuistje lachend, met een omtrekkende beweging om ons heen. Daarna volgden we zijn sporen naar beneden. Met een hele grote boog – tot aan het begin van de graat. De cirkel was rond, we konden weg. Met een diepe zucht van genot. Want dit was toch wel weer een goddelijke dag, daar bij Ruby Mountain.

~~~~

DSC02745Jelles spoor naast dat van de veelvraat.
De bergbeklimmer zelf staat op de graat.

DSC02746Let op de wildpaadjes op de achtergrond!

DSC02749Rechtsvoor de print van de wolverine…

DSC02755
DSC02753

DSC02762

DSC02768
DSC02776Terugblik naar de top

DSC02777 Wildpaadjes in een stervormig patroon: ze leiden naar een mineraalhoudende rots
die de wilde schapen en kariboes als liksteen gebruiken.

DSC02781Wolfsklauw naast de blaadjes van arctische dophei

 

 

 

 

 

School enzo

Wie ons een halfjaar geleden had gezegd dat wij ooit onze jongens zouden gaan homeschoolen, die hadden wij gierend van het lachen voor gek verklaard. Homeschoolen! Dat is toch iets voor weeïge antroposofen, of voor zwaar-orthodoxe christenen — in elk geval: voor mensen die denken dat hun kinderen niet goed af zijn in het reguliere onderwijs. Die vinden dat kinderen baat hebben bij meer vrijheid, of juist strikter toezicht, of andere regels, of meer individuele aandacht, dan school kan bieden. Wat zielig voor die kinderen!! En voor die ouders ook, zeg… 24 uur per dag je kinderen om je heen, je moet er toch niet aan denken.

Om een lang verhaal kort te maken: wij zijn aan het homeschoolen. Niet omdat er hier in de wildernis geen school is, want die is er wel (met 30 leerlingen). Maar omdat bleek dat wij bijna $40.000 dollar zouden  moeten betalen om de jongens hier een jaar te laten meedraaien. Daarvoor kunnen wijzelf tien jaar aan de universiteit van Vancouver studeren!

IMG_6141

Eerst even iets anders: de leerplichtambtenaar in Nederland. Die had ons de vorige keer (2016) toestemming gegeven om een halfjaar weg te gaan, omdat de kinderen hier in Atlin naar de ‘preschool’ zouden gaan. De preschool was qua niveau een soort crèche, en ook nog eens voor halve dagen. Het was geen enkel probleem dat dat geen vergelijk was met onze toch best serieuze groep 1 en 2. Ook geen probleem dat het schooljaar in Canada al op 15 juni was afgelopen, een maand eerder dan in Nederland.

Dat laatste bleek ditmaal wel een struikelblok te zijn. We hadden een keurige ‘letter of acceptance’ van de lagere school in Atlin, maar de leerplichtambtenaar gaf ons geen toestemming. Ja, wel als we op 16 juni zouden terugvliegen naar Nederland en de kinderen daar op 17 juni weer in de schoolbanken zouden zitten. Dat gingen we natuurlijk niet doen – teruggaan als de sneeuw net weg is, en als het noorden net ontluikt en roept: op vakantie!

Preschool in Atlin in 2016

“Maar u begrijpt toch wel dat u dan in gebreke bent?”, vroeg de leerplichtambtenaar. Eh, nee, dat begrepen we niet. Dus besloten we ons voor dit jaar (2018-2019) uit te schrijven uit Nederland. Dan heb je met de leerplicht niets meer te maken.

Bijkomend voordeel was dat we dan twaalf, in plaats van acht maanden konden gaan. Acht maanden is het maximum waarvoor je vrijstelling van leerplicht kunt krijgen, omdat je je officieel uit Nederland dient uit te schrijven als je langer dan acht maanden naar het buitenland gaat. Twaalf maanden dus, hoezee! De volle cyclus van de seizoenen. Beginnen waar we de vorige keer waren gebleven: in augustus, als de bladeren beginnen te verkleuren en de winter zich al aandient. Daarvoor namen we de rompslomp van het uitschrijven (belasting, KvK, hypotheekrenteaftrek, verzekeringen…) maar voor lief.

IMG_5881

Uitgeschreven! De papier-ellende is in werking gezet.

En toen was daar de school in Atlin. Al begin 2018, ruim op tijd, had de school de jongens ingeschreven. Van harte welkom waren we! Van schoolgeld werd met geen woord gerept. Toen wij daar in de visumformulieren een vraag over tegenkwamen, toch maar eens geïnformeerd. School is voor de Canadezen gratis, lazen we op internet, maar voor buitenlanders ook? Nee dus. Daar rolde die $40.000 uit de bus. Tien keer zoveel als elders in het land. Dat is omdat het zo ongelooflijk duur is om in het hoge noorden een school met 30 leerlingen te runnen – en dat bedrag slaan ze kennelijk hoofdelijk om, als ze het schoolgeld berekenen.

Maar, zo bleek na veel mailen en bellen met het hoofd van het schooldistrict, 1000 km verderop: die soep werd niet zo heet gegeten. De jongens zouden informeel mogen meedraaien met bepaalde activiteiten, zoals sport, cultuur en buitenlessen. En misschien ook wel taal en rekenen, in overleg met de lokale directeur en met de leraar – “als jullie zelf maar in de gaten houden dat ze niet gaan achterlopen, zodat de leraar geen extra tijd aan hen hoeft te besteden.” Prima!

IMG_6157

Bij aankomst in Atlin bleek die soep wél heet gegeten te worden – gloeiend heet zelfs. De directeur in Atlin wilde er helemaal niets van weten. Er was niets mogelijk. Ook geen informele regeling, waarbij de jongens soms zouden mogen aanschuiven, en wij een paar flinke duiten in een schoolfonds zouden storten, of Teun als gastdocent science-lessen zou komen geven. Niets van dat alles. De reden? Dat het scheve ogen zou geven bij de lokale bevolking. Daar geloven wij geen klap van. Iedereen die wij spreken, reageert op dit verhaal met ongeloof, afgrijzen en plaatsvervangende schaamte. Wat een gemiste kans, voor alle partijen!

Ik zou er nog veel meer over kunnen vertellen, over dat gesprek met die directeur, en hoe wij inwendig vloekend en zéér teleurgesteld de school verlieten, over de wederzijdse argumenten en de bureaucratie, maar laat maar. Nou, één dingetje dan nog: als een van ons twee een werkvisum had gehad, dan waren de jongens gratis naar school gegaan! Maar zo’n visum krijg je niet als zzp-er. Een baan overigens ook niet, als je al zou willen.

IMG_6195

Homeschoolen dus! Onvoorzien – maar natuurlijk hadden we sowieso het een en ander bij ons. Ook al waren ze hier wel naar school gegaan, dan hadden we nog qua taal- en rekenonderwijs, en nog wat zaken, hier zelf aan de bak gemoeten. Juf Natascha van school had ons voor vertrek bijgepraat over de leerdoelen voor groep 4 en 5 – en had, superaardig, een hele stapel werkbladen gekopieerd, onder meer voor ‘tempolezen’ en rekenen. Plus klokkijken en hoofdletterschrijven voor Bram. We hadden dus een goed gevulde schoolkoffer mee.

Maar het kwam maar niet op gang. We hadden allerlei ambitieuze plannen, maar geen structuur. Allemaal ideeën, maar eigenlijk geen idéé. De jongens wilden sporadisch wel aan de gang, maar vooral met timmeren, koekjes bakken en vingerhaken. Het was dus een hoop hangen en wurgen om ze aan het schrijven, rekenen en zelfs lezen te krijgen… Bovendien hadden we het eigenlijk ook te druk met het genieten van de nazomer. Zo veel mogelijk naar buiten, als een dolle op pad (naar Alaska, naar de omringende dalen, kamperen bij de gletsjer) om de laatste staartjes nazomer mee te pikken, voor de eindeloos lange en donkere winter zich zou aandienen.

Na drie weken modderen, en een almaar slechter wordende gemoedsrust en tanende autoriteit, bedachten we dit:

IMG_6315

En dat bleek de sleutel. Niet eens zozeer de structuur, want de kaartjes verhuizen nogal eens van dag, en de jongens hebben toch echt wel de neiging om alle leuke kaartjes eerst te doen. Maar meer vanwege het concrete, bevredigende principe: kaartjes verplaatsen van ‘te doen’ naar ‘gedaan’. En dan aan het eind van de week zoveel mogelijk kaartjes gedaan hebben – in elk geval meer dan je broer.

Jelle zag er meteen de lol van in, Bram had daar een paar weken voor nodig (op de foto hierboven ontbreekt bij hem nog de helft van de week, bijvoorbeeld 🙂  ) . Na een week goed werken mogen ze een mooie glittersticker uitzoeken… en bij een x-aantal stickers mogen ze, eh, daar moeten we nog even over nadenken. Op berensafari…? Houthakken met een echte bijl? Vissen? Fikkie stoken? Schieten met een echt geweer? Check, allemaal al gedaan.

IMG_6316

Van alles wat, van rekenen en ‘tempolezen’ tot hout bewerken en blokfluit spelen. Veel tekenen en knutselen. Er zijn een paar kaartjes (die met een gekleurde streep eromheen) die elke dag moeten – zoals lezen, dagboek, en even het weer noteren (temperatuur, wolken, wind (golven op het meer?) en hoe ziet de berg aan de overkant van het meer eruit?). De rest is een, twee of drie keer per week.

IMG_6320

Als je de tijden van de losse activiteiten bij elkaar optelt, zou je elke dag binnen een uur à anderhalf klaar kunnen zijn. Haha, dat is dus niet het geval. Het blijft hangen en wurgen. Er wordt veel geklaagd, geprotesteerd, uit het raam gestaard en ‘naar potloden gezocht’. Maar heel langzaam begint er toch wat te gebeuren. Als ze even vergeten dat het een opdracht is, dan komt er verrassend vaak een hoop ijver en enthousiasme naar boven. Ja, zelfs bij onze kleine dromer die nog niet echt het grote plaatje doorheeft.

Zijn grote broer, die redt zich eigenlijk vrij zelfstandig. Die heeft ook echt in de gaten dat zijn klas in Nederland nu zonder hem verder leert, en dat hij daar volgend jaar graag weer bij wil aanhaken.

IMG_6317

Er wordt vrij veel gelezen. In de e-readers… want stapels boeken mee, dat kon nu eenmaal niet. We downloaden van alles en – als we ze eraan herinneren, en ze er echt even voor neerzetten – dan is er opeens verrassend veel leesplezier. Ze pakken nog niet spontaan hun boek, en ik moet mezelf dwingen om dat OK te vinden. Niet iedereen is de kleine nerd die ik vroeger was. Deze jongens zijn vooral voor deze dingen te porren:

IMG_6318
DSC02591
IMG_6646

Jelle heeft, vrij zelfstandig, een timmerwerkbank gemaakt. En Bram… die is bezig met een gefiguurzaagde uil, die je ophangt aan touwtjes en die met zijn vleugels flapt als je aan een touwtje aan zijn buik trekt! Hij googelt zelf hoe dat werkt en hoe een oehoe er precies uitziet…

DSC02588

Dat was even een vrij praktisch verhaal… Een volgende keer geef ik graag een wat meer filosofische bespiegeling. Over ‘levenslessen’, tijd om te ontdekken wat je passies zijn, ‘in de leerstand blijven’, faalgedachten, laissez faire, projectie, sociale isolatie en cabin fever – en: 24/7 je kinderen om je heen, terwijl je zelf ook nog probeert te werken.

Wordt vervolgd…

IMG_6612

IMG_6633
IMG_6642

IMG_6630

 

 

 

 

 

 

 

Baai met ijsbergen

DSC01021

Het was de bedoeling dat ons kamp aan de baai ons basiskamp zou zijn, waarvandaan we zes dagen in de buurt zouden gaan rondkijken. Eén van de dagtochten zou dan naar de gletsjer gaan, met het meer met de ijsbergen. Maar die dagtocht, heen en terug door zwaar terrein, leek ons wel erg lang voor de kleine mannetjes. Bovendien wilden we eigenlijk wel bij die gletsjer overnachten. Je kop uit de tent steken en dan die gletsjer zien. Dus we besloten al snel dat we ons basiskamp na één nacht zouden opbreken en met ons hele hebben en houwen naar de gletsjer zouden gaan.

P1260714

En dat was nogal wat, dat hebben en houwen, want we hadden niet ‘licht gepakt’. We dachten vooraf dat we op één plek zouden blijven, dus we hadden veel eten bij ons, plus suiker en kaneel in glazen potjes, blikken met bonen, en nog meer zware dingen waarvan het normaal niet in je bolle hoofd zou opkomen om die mee te nemen op een trektocht. Bovendien hadden we een enorme extra wollen deken bij ons, omdat we met onze zomerslaapzakken niet zo koudebestendig zijn.

DSC01024

DSC01023

Gelukkig hadden we een superdeluxe bagagekarretje geleend van Philippe, dat vrij terreinbestendig was. Maar al gauw kwamen we terecht in het vlechtende gedeelte van de rivierbedding, waar het vanwege de rolkeien toch wel een uitdaging werd. Om de beurt gingen pa en ma een eind terug of juist vooruit om porties bagage te shuttelen.

DSC01031

De jongens droegen ook een flink zware rugzak, dat moet gezegd worden. Ze hielden zich kranig – maar het landschap was dan ook opwindend. Kliffen die hoog boven ons uit torenden (met hier en daar een berggeit), ruige vergezichten, steile keienhellingen. En prachtige stenen en botten om te verzamelen. Zodat de bagage nog zwaarder werd 🙂

P1260717
DSC01034
P1260718
P1260719

Aan het eind van het dal gingen we rechts de hoek om, een spectaculaire smalle canyon in, om in het gletsjerdal te komen. We waren gewaarschuwd dat we in die canyon kniediep door het water zouden moeten waden, maar het was er kennelijk erg droog geweest, dus we konden zo doorlopen.
P1260720
P1260722
DSC01037
DSC01039

Op de foto hierboven zie je een passage waar je zelfs met kniediep waden niet doorheen zou komen, dus daar leidt het pad aan de linkerkant steil omhoog door een stukje felgroen, sprookjesachtig regenwoud.

P1260727

Aan de andere kant van dat stukje kloof (hieronder een terugblik naar waar we vandaan kwamen) kom je in het kale gletsjerdal.

DSC01048

En daar ontvouwde zich dan voor het eerst die enorme gletsjer aan onze blik. Het was vanaf daar nog een kilometer of twee naar de morene. Een pittig laatste eindje, maar Jelle hielp mee als een beer.

DSC01043

P1260730

En daar waren we dan. Het uitzicht vanaf de morene was nog indrukwekkender dan we hadden durven dromen. We besloten dan ook precies daar de tenten op te zetten; middenop de morene, met formidabel uitzicht naar beide kanten. Snel doorwerken, zodat we meteen een avondwandelingetje konden maken richting de gestrande ijsbergen.

Op de onderste foto is goed te zien dat het waterniveau redelijk recent (8 jaar geleden) nog een meter of tien hoger stond. Toen is het ijsmeer, door het afbreken van de punt van de gletsjer, heel plotseling grotendeels leeggelopen via een zijdal links om de hoek. Op de modderige ex-bodem groeien nu aarzelend de eerste pioniersplanten: voornamelijk Alaskaans wilgenroosje. Verder is het nog steeds, ook na bijna een decennium, een gladde modderkrater. Bijna buitenaards.

Mannetjes in het maanlandschap:
DSC01069
DSC01070

Afdrukken van beer en kariboe:
P1260753
P1260754

De volgende dag wandelden we een paar kilometer langs het gletsjermeer en weer terug. Een beeldimpressie.

DSC01121

En daarna: het mooiste kampvuur van de wereld. Door Teun gemaakt met een vonkenmaker. Success at last!!! Nienke was ook trots, want die had een paar dode sparrenbomen van een berghelling losgerukt, na een halsbrekende klautertoer.

Vlak voordat de zon achter de gletsjer onderging, baadde onze kampplek nog even in een gouden avondzon. Zo’n moment. Dat je denkt: dáárom sjouwen we ons een breuk met al die zooi door dat keienlandschap. Eén zo’n kampeerplek maakt meteen de hele tocht, het hele avontuur in Canada, ja eigenlijk het hele leven, de moeite waard. Zo’n moment.

P1260817

 

Hier, zoals gebruikelijk, nog even wat losse nabranders:

DSC01150

Berggeiten direct boven ons kamp, en chipmunks all around:

DSC01063

Teun filtert water uit de beek:

DSC01168

P1260823

Een dode mystery mammal. Bij thuiskomst opgezocht: een bushy-tailed woodrat. Nog nooit eerder gezien! De schedel is natuurlijk meegenomen… :-/

DSC01032

Als je niets anders hoort dan het knisperen van het kampvuur en het rommelen van afkalvende ijsbergen:

DSC01170

 

 

 

Kamperen in totale leegte

Begin september, voordat de herfst in alle glorie zijn intrede deed, maakten we een kampeertocht zoals je die niet veel maakt in je leven. Zo’n kampeertocht waarbij je iedere ochtend wakker wordt en denkt: dít is waarvoor kamperen is bedoeld. Niet voor rijtjescampings met caravans en vieze douchehokjes. Niet voor de kookgeuren en geluidsoverlast van de buren. Maar om ergens middenin een natuurgebied helemaal alleen te zijn. Om ergens te kunnen komen waar je anders simpelweg niet kunt komen. Op plekken die zo afgelegen zijn, dat je ze alleen kunt bereiken door een paar dagen te lopen of te kanoën. Zoals deze plek, ons hoofddoel tijdens deze kampeertocht:

P1260817

En dáár dan wakker worden, je kop uit de tent steken, en helemaal alleen zijn in een overweldigend landschap. Je wassen met ijskoud water uit de beek, koffie drinken met klonterige poedermelk, plakkerige havermout eten, het nét iets te koud hebben omdat de zon nog achter de berg is, nét niet helemaal genoeg ontbijten omdat de rantsoenen beperkt zijn, maar toch volmaakt gelukkig zijn. Ontbijten met fenomenaal uitzicht. Wilde dieren begluren vanaf de tent. De kinderen loslaten in de ideale speeltuin. Dat is het punt van kamperen. Voor ons dan. (Maar laten we niet snobberig doen – we bewaren ook veel goede herinneringen aan Europese campings hoor, in of op weg naar mooie gebieden, of met vrienden of familie. Maar graag delen we hier ons idyllische ideaalplaatje. De harde matjes en koude nachten verzwijgen we even voor het gemak.) 

Het plaatje hierboven is zo ongeveer de eenzaamste kampeerplek waar we ooit gestaan hebben. Zelfs tijdens onze trektochten in Alaska was er altijd wel een weg of een wilderness lodge binnen een straal van, zeg, twintig kilometer. Hier was helemaal niets. We hadden ons namelijk door onze vriend Philippe met een motorboot laten afzetten aan het zuidelijkste puntje van het Atlinmeer. Dat is 65 km ten zuiden van Atlin, precies halverwege de rechte lijn naar Juneau, dat aan de kust van Alaska ligt. Op die plek zijn Atlin en Juneau de dichtstbijzijnde plaatsen. Wegen zijn er nergens.
Kaartje

Ons doel was de Llewellyn Glacier, een uitloper van het gigantische Juneau Icefield, dat grotendeels in Alaska ligt. De Llewellyn Glacier is vanuit Atlin te zien en lokt als een magneet, vooral vanaf de bergtoppen. Die uitloper schijnt een van de mooiste plekjes te zijn van het Atlin Provincial Park. Daarvan kregen we onderweg overigens ook wat adembenemend mooie stukken te zien. Philippe liet ons de scenic route zien, achter Theresa Island langs, onder Cathedral Mountain door, en vervolgens door de schilderachtige Second Narrows weer terug naar het zuidelijke deel van het Atlinmeer. Een tocht van twee uur over spiegelglad water.

Philippe zette ons vervolgens af in een prachtige ondiepe baai, op de plek waar een droge rivierbedding in het grote meer uitkomt. Tot acht jaar geleden liep hier een grote vlechtende gletsjerrivier, maar die neemt nu een andere loop, sinds er in 2010 een enorme brok van de gletsjertong is afgebroken. Daarbij is het Llewellynmeer grotendeels leeggelopen en zijn er honderden ijsbergen gestrand. Het waterniveau is nu een meter of tien lager dan toen – en de meeroever is nu een bizar maanlandschap. Maar daarover later meer.

Allereerst die droge rivierbedding waar we aan land gingen – wat een paradijselijk plekje.

P1260634
P1260635

Philippe had ons een minikajak meegegeven – een gouden greep! Jelle was helemaal verkocht. En omdat de baai zo ondiep was, mocht hij van ons zijn eigen gang gaan, na een klein proeftochtje samen met Nienke in één bootje. Dat laatste leek instabieler dan Jelle maar alleen laten gaan… Links zie je Teun en Bram bij onze prachtige kampplek aan het water.

P1260636
P1260638

Het was zulk lekker weer, het ondiepe water zo warm en de modder zo aanlokkelijk dat de zaken al snel uit de hand liepen…  En dat terwijl het water even verderop maar drie graden is…

P1260646  P1260660

Meteen die eerste middag maakten we in die brede riviermonding een prachtige wandeling. Overal de pluizen van uitgebloeide achtster, extra fraai met de laagstaande zon.

DSC00996 DSC00997

In een verre hoek van de delta baanden we ons een weg door dicht struikgewas en stonden we opeens aan een bevermeertje. Daar troffen we de indrukwekkendste beverkanalen die we ooit gezien hadden: kanalen die de bevers graven om de bomen die ze landinwaarts omknagen, makkelijker naar het water te kunnen vervoeren. Zulke kanalen hadden we al weleens eerder gezien, maar nog nooit twee meter breed en honderd meter lang.

Teun en Jelle lopen terug naar onze kampplek aan het water, met hout voor het kampvuur op de schouders:

P1260682

Dromer Bram loopt achteraan, zijn blonde koppie een perfecte camouflage in een vlakte vol stralende pluisjes:
P1260685

Al gauw hadden we een knapperend vuurtje – geen overbodige luxe, want beide jongens hadden natuurlijk natte schoenen. De een was in een beverkanaal gestapt, de ander was wat onhandig aan land gegaan met de kajak (en had overigens ook de kajak laten wegwaaien in de wind – moeders kon erachteraan, wadend tot de borstkas in water van drie graden – maar dat had heel makkelijk veel erger kunnen wezen, als we het wegdrijvende bootje een minuut later hadden opgemerkt).
P1260705

Best lastig, om schoenen te drogen bij een vuurtje zonder ze in de fik te laten vliegen. Tussendoor was er voor Jelle nog even tijd voor een snelle peddel – nog even genieten van het late avondlicht en het uitzonderlijk gladde meer. Is dit nou dat levensgevaarlijke meer waar iedereen ons altijd voor waarschuwt…?

P1260693

P1260689

Teun kookt pasta met zalm en broccoli, een klassieker van thuis die in de openlucht toch altijd net iets lekkerder smaakt:

P1260707

P1260711

In Europa slapen de jongens gewoonlijk samen in de kleine tent, en wij samen in de grote. Maar hier in berenland vinden we dat toch niet zo veilig. Voor het geval het op het moment supreme wat uitmaakt: we slapen kruislings –  in elke tent een kind en een ouder, de pepperspray in de aanslag bij het hoofdkussen. Best gezellig. En ook bij het in paniek ’s nachts moeten plassen is het handiger dat er een ouder bij ligt die even snel de ritssluiting kan vinden.

P1260712

De rest van deze trip – het kamperen bij de gletsjer met uitzicht op het ijsbergenmeer – houden jullie nog even tegoed…  Het moet niet te gek worden, in één blogpost… Hier nog wat nabranders:

Bram met wolvenpoep, die we hier om de paar honderd meter vinden:

P1260666

Moeders met brandhout:

DSC01015

Stilleven met afwas:

DSC_2602