Ruby Mountain – over goden, geweien en een veelvraat

Het was een gure dag en het regende pijpenstelen. Langs de kant van de weg, vlak buiten het dorp, liep een man zonder regenjas of paraplu. Op zijn lange, grijze haren droeg hij een baseballpet die was versierd met zwart-wit-rood borduursel in de inheemse Tlingit-stijl. Hij was niet aan het liften, maar we stopten toch, want hij zag eruit alsof hij op weg was naar Five Mile. Dat is de Tlingit-nederzetting (‘The Reservation’) vijf mijl buiten het dorp – veel te ver om te lopen met dit slechte weer. Ja, hij wilde graag meerijden.

art

Het werd een bijzondere rit. De man vertelde allerlei verhalen. Over Five Mile, waar we van harte welkom waren, ook op het heilige strand. En over de omgeving. Waren wij al eens naar het eind van de Ruby Valley geweest? Nee? Daar heb je drie slapende vulkanen. Zo moet het einde van de wereld eruitzien. En als het daar regent en de zon door de wolken breekt, dan is het alsof de goden tegen je praten. Het is de mooiste plek op aarde.

Bij zijn huis aangekomen haalde de man een enorme zalm uit zijn vriezer, die hij ons cadeau deed. Weigeren had geen zin. En, zei hij, niet vergeten: snel eens naar Ruby Mountain gaan en dan doorrijden zover je kunt!

Dat lieten wij ons geen twee keer zeggen. Meteen de volgende dag gingen we op weg. Het is een uur rijden in de vallei van de Pine Creek, langs Surprise Lake en dan linksaf langs de Ruby Creek.

DSC00608Pine Creek

DSC00619Ruby Creek

DSC00660Ruby Mountain

De vallei doet zijn naam eer aan: de beekbedding, de onverharde weg, de berghellingen: alles is er diep robijnrood.

Dit is het domein van de miners: benedenstrooms, waar de kreek in Surprise Lake uitmondt, wordt op industriële schaal goud gewonnen – een opengereten wonde in het landschap. Aan de andere kant van Ruby Mountain is lange tijd een zilvermijn geweest, die nu is verlaten. Het hogere gedeelte van de Ruby Valley is wat dat betreft nu rustig, maar er lopen wel allerlei onverharde wegen die in de jaren ’60 en ’70 zijn aangelegd door prospecters op zoek naar molybdeen. Naar verluidt zit er daar ruim 100 miljoen ton molybdeen in de grond, maar de winning is nooit van de grond gekomen: niet rendabel. De claim van destijds geldt nog wel; hetzelfde bedrijf is nu in de naburige Boulder Creek actief – en die ligt dan ook grotendeels overhoop. Hopelijk laten ze Ruby Creek voorlopig nog even met rust.

DSC00615

Hoe verder en hoger je komt, hoe slechter de weg wordt. In 2016 waren we al eens in deze vallei geweest, maar toen waren we omgekeerd bij een slagboom. Oh, gewoon de slagboom openmaken en verder rijden, was het nuchtere advies van onze lifter. De slagboom zit al sinds de jaren ’70 niet op slot en er kraait geen haan naar. Verder dus! Holderdebolder, tot je nauwelijks meer van een weg kunt spreken.

DSC00631

De lucht was grijs en er viel natte sneeuw. Recht voor ons zagen we een oude vulkaan opdoemen. En precies daarboven… scheurde opeens het wolkendek open en kwam de zon tevoorschijn. De natte sneeuw schitterde in het zonlicht. Wat een timing. Onze lifter had niets teveel gezegd… het was onaards mooi. De foto hieronder dekt nog niet één procent van de werkelijke pracht van dat moment.

DSC00632

Op de achterbank werd inmiddels zo luidruchtig geklierd, dat er maar één ding op zat: opsplitsen. Auto parkeren, de oudste met ma mee naar links, de jongste met pa mee naar rechts. Jelle, normaal gesproken met geen tien paarden mee te krijgen op een wandeling, had hoog op de helling een sneeuwveld gezien, en daar wilde hij naartoe. Prima! Een pad was er niet, dus dat werd klauteren.

Het sneeuwveld bleek een piepkleine hangende mini-gletsjer te zijn: onmiskenbaar meerjarig ijs, in een loodrechte, gelaagde muur met een sneeuwkapje erbovenop. We klommen erlangs tot we erboven uitkwamen, in een zadel dat schitterend uitzicht bood naar het Atlinmeer en zelfs naar de ijskap in Alaska.

P1260385
P1260393

En daar, precies op dat punt, vond Jelle een schitterend rendiergewei. Niet klein, verrot en afgekloven, maar groot, vers en puntgaaf. Ik heb nog niet vaak zo’n mooie gezien – en evenmin zo’n mooi voorbeeld van ‘een gat in de lucht springen’.

Daarna gingen we natuurlijk nog even onderaan het gletsjertje kijken…
P1260402

P1260403

P1260412
P1260411

Ondertussen aan de andere kant van de vallei:

DSC00638
DSC00644

DSC00654

~~~~

Inmiddels zijn we twee maanden verder en in de bergen ligt al een dik pak sneeuw. Hoe zou het nu zijn in de betoverende vallei? Hoog tijd om er weer eens te gaan kijken. Op de heenweg, langs de Surprise Lake Road, waren we net aan het klagen dat we hier nooit wildlife zagen toen we opeens een grote grizzly langs de weg zagen. Meneer (of mevrouw?) ging er schielijk vandoor, maar de prenten in de modder konden we nog even prachtig bekijken.

En ja hoor, de robijnrode vallei was nog even mooi – misschien zelfs nog mooier, met de besneeuwde hellingen.

DSC02727

We besloten niet helemaal door te rijden naar het eind van de weg, maar halverwege te parkeren om de flank van Ruby Mountain te beklimmen. Wie weet zelfs de top…?

Dat laatste bleek wat te ambitieus, omdat we steeds werden opgehouden door… wildlife!

DSC_4576Sneeuwhoenders in winterkleed

DSC_4510
DSC_4518Kariboes, vijf in totaal – hier drie vrouwtjes en een mannetje

En, als klap op de vuurpijl – wie ‘m herkent mag het zeggen:

DSC_4586

Een veelvraat! Die stond bij ons bovenaan het wensenlijstje – om óóit in ons leven eens te mogen zien, welteverstaan. Een veelvraat is zo’n beest dat niet alleen heel zeldzaam is, maar ook nog eens enorm schuw én enorm slim. Hij laat zich doorgaans nooit aan mensen zien. Ook hier had hij ons gemakkelijk kunnen ontgaan, ware het niet dat Teun valkenogen heeft als het op zulke dingen aankomt. Hij speurt voortdurend – bewust en onbewust – alle hellingen af, altijd op zoek naar iets afwijkends. In dit geval was dit een bewegend stipje op een besneeuwde graat, precies onder de top van Ruby Mountain!

DSC_4591

Heel ver weg, vandaar de wat vage uitvergroting, maar onmiskenbaar. Hij liep naar rechts over de graat, beloerde ons nog even vanaf het hoogste punt, en volgde toen de graat aan de andere kant naar beneden. Zie het stipje hieronder op de top, in silhouet tegen de lucht…

DSC_4601

Wij wilden proberen hem te ‘onderscheppen’ daar rechts onderaan die graat, maar de vogel was natuurlijk allang gevlogen. Die was waarschijnlijk binnen twee minuten afgedaald, over een stuk waar wijzelf een uur over gedaan zouden hebben… Het enige wat we nog aantroffen waren zijn kakelverse sporen.

DSC02738

Die volgden we een tijdje bergop – voor het uitzicht, maar ook gewoon, vanwege het gevoel in de voetsporen van een veelvraat te lopen. Op de plek waar hij nog geen tien minuten tevoren moet zijn geweest, in zijn vuistje lachend, met een omtrekkende beweging om ons heen. Daarna volgden we zijn sporen naar beneden. Met een hele grote boog – tot aan het begin van de graat. De cirkel was rond, we konden weg. Met een diepe zucht van genot. Want dit was toch wel weer een goddelijke dag, daar bij Ruby Mountain.

~~~~

DSC02745Jelles spoor naast dat van de veelvraat.
De bergbeklimmer zelf staat op de graat.

DSC02746Let op de wildpaadjes op de achtergrond!

DSC02749Rechtsvoor de print van de wolverine…

DSC02755
DSC02753

DSC02762

DSC02768
DSC02776Terugblik naar de top

DSC02777 Wildpaadjes in een stervormig patroon: ze leiden naar een mineraalhoudende rots
die de wilde schapen en kariboes als liksteen gebruiken.

DSC02781Wolfsklauw naast de blaadjes van arctische dophei

 

 

 

 

 

Advertenties

School enzo

Wie ons een halfjaar geleden had gezegd dat wij ooit onze jongens zouden gaan homeschoolen, die hadden wij gierend van het lachen voor gek verklaard. Homeschoolen! Dat is toch iets voor weeïge antroposofen, of voor zwaar-orthodoxe christenen — in elk geval: voor mensen die denken dat hun kinderen niet goed af zijn in het reguliere onderwijs. Die vinden dat kinderen baat hebben bij meer vrijheid, of juist strikter toezicht, of andere regels, of meer individuele aandacht, dan school kan bieden. Wat zielig voor die kinderen!! En voor die ouders ook, zeg… 24 uur per dag je kinderen om je heen, je moet er toch niet aan denken.

Om een lang verhaal kort te maken: wij zijn aan het homeschoolen. Niet omdat er hier in de wildernis geen school is, want die is er wel (met 30 leerlingen). Maar omdat bleek dat wij bijna $40.000 dollar zouden  moeten betalen om de jongens hier een jaar te laten meedraaien. Daarvoor kunnen wijzelf tien jaar aan de universiteit van Vancouver studeren!

IMG_6141

Eerst even iets anders: de leerplichtambtenaar in Nederland. Die had ons de vorige keer (2016) toestemming gegeven om een halfjaar weg te gaan, omdat de kinderen hier in Atlin naar de ‘preschool’ zouden gaan. De preschool was qua niveau een soort crèche, en ook nog eens voor halve dagen. Het was geen enkel probleem dat dat geen vergelijk was met onze toch best serieuze groep 1 en 2. Ook geen probleem dat het schooljaar in Canada al op 15 juni was afgelopen, een maand eerder dan in Nederland.

Dat laatste bleek ditmaal wel een struikelblok te zijn. We hadden een keurige ‘letter of acceptance’ van de lagere school in Atlin, maar de leerplichtambtenaar gaf ons geen toestemming. Ja, wel als we op 16 juni zouden terugvliegen naar Nederland en de kinderen daar op 17 juni weer in de schoolbanken zouden zitten. Dat gingen we natuurlijk niet doen – teruggaan als de sneeuw net weg is, en als het noorden net ontluikt en roept: op vakantie!

Preschool in Atlin in 2016

“Maar u begrijpt toch wel dat u dan in gebreke bent?”, vroeg de leerplichtambtenaar. Eh, nee, dat begrepen we niet. Dus besloten we ons voor dit jaar (2018-2019) uit te schrijven uit Nederland. Dan heb je met de leerplicht niets meer te maken.

Bijkomend voordeel was dat we dan twaalf, in plaats van acht maanden konden gaan. Acht maanden is het maximum waarvoor je vrijstelling van leerplicht kunt krijgen, omdat je je officieel uit Nederland dient uit te schrijven als je langer dan acht maanden naar het buitenland gaat. Twaalf maanden dus, hoezee! De volle cyclus van de seizoenen. Beginnen waar we de vorige keer waren gebleven: in augustus, als de bladeren beginnen te verkleuren en de winter zich al aandient. Daarvoor namen we de rompslomp van het uitschrijven (belasting, KvK, hypotheekrenteaftrek, verzekeringen…) maar voor lief.

IMG_5881

Uitgeschreven! De papier-ellende is in werking gezet.

En toen was daar de school in Atlin. Al begin 2018, ruim op tijd, had de school de jongens ingeschreven. Van harte welkom waren we! Van schoolgeld werd met geen woord gerept. Toen wij daar in de visumformulieren een vraag over tegenkwamen, toch maar eens geïnformeerd. School is voor de Canadezen gratis, lazen we op internet, maar voor buitenlanders ook? Nee dus. Daar rolde die $40.000 uit de bus. Tien keer zoveel als elders in het land. Dat is omdat het zo ongelooflijk duur is om in het hoge noorden een school met 30 leerlingen te runnen – en dat bedrag slaan ze kennelijk hoofdelijk om, als ze het schoolgeld berekenen.

Maar, zo bleek na veel mailen en bellen met het hoofd van het schooldistrict, 1000 km verderop: die soep werd niet zo heet gegeten. De jongens zouden informeel mogen meedraaien met bepaalde activiteiten, zoals sport, cultuur en buitenlessen. En misschien ook wel taal en rekenen, in overleg met de lokale directeur en met de leraar – “als jullie zelf maar in de gaten houden dat ze niet gaan achterlopen, zodat de leraar geen extra tijd aan hen hoeft te besteden.” Prima!

IMG_6157

Bij aankomst in Atlin bleek die soep wél heet gegeten te worden – gloeiend heet zelfs. De directeur in Atlin wilde er helemaal niets van weten. Er was niets mogelijk. Ook geen informele regeling, waarbij de jongens soms zouden mogen aanschuiven, en wij een paar flinke duiten in een schoolfonds zouden storten, of Teun als gastdocent science-lessen zou komen geven. Niets van dat alles. De reden? Dat het scheve ogen zou geven bij de lokale bevolking. Daar geloven wij geen klap van. Iedereen die wij spreken, reageert op dit verhaal met ongeloof, afgrijzen en plaatsvervangende schaamte. Wat een gemiste kans, voor alle partijen!

Ik zou er nog veel meer over kunnen vertellen, over dat gesprek met die directeur, en hoe wij inwendig vloekend en zéér teleurgesteld de school verlieten, over de wederzijdse argumenten en de bureaucratie, maar laat maar. Nou, één dingetje dan nog: als een van ons twee een werkvisum had gehad, dan waren de jongens gratis naar school gegaan! Maar zo’n visum krijg je niet als zzp-er. Een baan overigens ook niet, als je al zou willen.

IMG_6195

Homeschoolen dus! Onvoorzien – maar natuurlijk hadden we sowieso het een en ander bij ons. Ook al waren ze hier wel naar school gegaan, dan hadden we nog qua taal- en rekenonderwijs, en nog wat zaken, hier zelf aan de bak gemoeten. Juf Natascha van school had ons voor vertrek bijgepraat over de leerdoelen voor groep 4 en 5 – en had, superaardig, een hele stapel werkbladen gekopieerd, onder meer voor ‘tempolezen’ en rekenen. Plus klokkijken en hoofdletterschrijven voor Bram. We hadden dus een goed gevulde schoolkoffer mee.

Maar het kwam maar niet op gang. We hadden allerlei ambitieuze plannen, maar geen structuur. Allemaal ideeën, maar eigenlijk geen idéé. De jongens wilden sporadisch wel aan de gang, maar vooral met timmeren, koekjes bakken en vingerhaken. Het was dus een hoop hangen en wurgen om ze aan het schrijven, rekenen en zelfs lezen te krijgen… Bovendien hadden we het eigenlijk ook te druk met het genieten van de nazomer. Zo veel mogelijk naar buiten, als een dolle op pad (naar Alaska, naar de omringende dalen, kamperen bij de gletsjer) om de laatste staartjes nazomer mee te pikken, voor de eindeloos lange en donkere winter zich zou aandienen.

Na drie weken modderen, en een almaar slechter wordende gemoedsrust en tanende autoriteit, bedachten we dit:

IMG_6315

En dat bleek de sleutel. Niet eens zozeer de structuur, want de kaartjes verhuizen nogal eens van dag, en de jongens hebben toch echt wel de neiging om alle leuke kaartjes eerst te doen. Maar meer vanwege het concrete, bevredigende principe: kaartjes verplaatsen van ‘te doen’ naar ‘gedaan’. En dan aan het eind van de week zoveel mogelijk kaartjes gedaan hebben – in elk geval meer dan je broer.

Jelle zag er meteen de lol van in, Bram had daar een paar weken voor nodig (op de foto hierboven ontbreekt bij hem nog de helft van de week, bijvoorbeeld 🙂  ) . Na een week goed werken mogen ze een mooie glittersticker uitzoeken… en bij een x-aantal stickers mogen ze, eh, daar moeten we nog even over nadenken. Op berensafari…? Houthakken met een echte bijl? Vissen? Fikkie stoken? Schieten met een echt geweer? Check, allemaal al gedaan.

IMG_6316

Van alles wat, van rekenen en ‘tempolezen’ tot hout bewerken en blokfluit spelen. Veel tekenen en knutselen. Er zijn een paar kaartjes (die met een gekleurde streep eromheen) die elke dag moeten – zoals lezen, dagboek, en even het weer noteren (temperatuur, wolken, wind (golven op het meer?) en hoe ziet de berg aan de overkant van het meer eruit?). De rest is een, twee of drie keer per week.

IMG_6320

Als je de tijden van de losse activiteiten bij elkaar optelt, zou je elke dag binnen een uur à anderhalf klaar kunnen zijn. Haha, dat is dus niet het geval. Het blijft hangen en wurgen. Er wordt veel geklaagd, geprotesteerd, uit het raam gestaard en ‘naar potloden gezocht’. Maar heel langzaam begint er toch wat te gebeuren. Als ze even vergeten dat het een opdracht is, dan komt er verrassend vaak een hoop ijver en enthousiasme naar boven. Ja, zelfs bij onze kleine dromer die nog niet echt het grote plaatje doorheeft.

Zijn grote broer, die redt zich eigenlijk vrij zelfstandig. Die heeft ook echt in de gaten dat zijn klas in Nederland nu zonder hem verder leert, en dat hij daar volgend jaar graag weer bij wil aanhaken.

IMG_6317

Er wordt vrij veel gelezen. In de e-readers… want stapels boeken mee, dat kon nu eenmaal niet. We downloaden van alles en – als we ze eraan herinneren, en ze er echt even voor neerzetten – dan is er opeens verrassend veel leesplezier. Ze pakken nog niet spontaan hun boek, en ik moet mezelf dwingen om dat OK te vinden. Niet iedereen is de kleine nerd die ik vroeger was. Deze jongens zijn vooral voor deze dingen te porren:

IMG_6318
DSC02591
IMG_6646

Jelle heeft, vrij zelfstandig, een timmerwerkbank gemaakt. En Bram… die is bezig met een gefiguurzaagde uil, die je ophangt aan touwtjes en die met zijn vleugels flapt als je aan een touwtje aan zijn buik trekt! Hij googelt zelf hoe dat werkt en hoe een oehoe er precies uitziet…

DSC02588

Dat was even een vrij praktisch verhaal… Een volgende keer geef ik graag een wat meer filosofische bespiegeling. Over ‘levenslessen’, tijd om te ontdekken wat je passies zijn, ‘in de leerstand blijven’, faalgedachten, laissez faire, projectie, sociale isolatie en cabin fever – en: 24/7 je kinderen om je heen, terwijl je zelf ook nog probeert te werken.

Wordt vervolgd…

IMG_6612

IMG_6633
IMG_6642

IMG_6630

 

 

 

 

 

 

 

Baai met ijsbergen

DSC01021

Het was de bedoeling dat ons kamp aan de baai ons basiskamp zou zijn, waarvandaan we zes dagen in de buurt zouden gaan rondkijken. Eén van de dagtochten zou dan naar de gletsjer gaan, met het meer met de ijsbergen. Maar die dagtocht, heen en terug door zwaar terrein, leek ons wel erg lang voor de kleine mannetjes. Bovendien wilden we eigenlijk wel bij die gletsjer overnachten. Je kop uit de tent steken en dan die gletsjer zien. Dus we besloten al snel dat we ons basiskamp na één nacht zouden opbreken en met ons hele hebben en houwen naar de gletsjer zouden gaan.

P1260714

En dat was nogal wat, dat hebben en houwen, want we hadden niet ‘licht gepakt’. We dachten vooraf dat we op één plek zouden blijven, dus we hadden veel eten bij ons, plus suiker en kaneel in glazen potjes, blikken met bonen, en nog meer zware dingen waarvan het normaal niet in je bolle hoofd zou opkomen om die mee te nemen op een trektocht. Bovendien hadden we een enorme extra wollen deken bij ons, omdat we met onze zomerslaapzakken niet zo koudebestendig zijn.

DSC01024

DSC01023

Gelukkig hadden we een superdeluxe bagagekarretje geleend van Philippe, dat vrij terreinbestendig was. Maar al gauw kwamen we terecht in het vlechtende gedeelte van de rivierbedding, waar het vanwege de rolkeien toch wel een uitdaging werd. Om de beurt gingen pa en ma een eind terug of juist vooruit om porties bagage te shuttelen.

DSC01031

De jongens droegen ook een flink zware rugzak, dat moet gezegd worden. Ze hielden zich kranig – maar het landschap was dan ook opwindend. Kliffen die hoog boven ons uit torenden (met hier en daar een berggeit), ruige vergezichten, steile keienhellingen. En prachtige stenen en botten om te verzamelen. Zodat de bagage nog zwaarder werd 🙂

P1260717
DSC01034
P1260718
P1260719

Aan het eind van het dal gingen we rechts de hoek om, een spectaculaire smalle canyon in, om in het gletsjerdal te komen. We waren gewaarschuwd dat we in die canyon kniediep door het water zouden moeten waden, maar het was er kennelijk erg droog geweest, dus we konden zo doorlopen.
P1260720
P1260722
DSC01037
DSC01039

Op de foto hierboven zie je een passage waar je zelfs met kniediep waden niet doorheen zou komen, dus daar leidt het pad aan de linkerkant steil omhoog door een stukje felgroen, sprookjesachtig regenwoud.

P1260727

Aan de andere kant van dat stukje kloof (hieronder een terugblik naar waar we vandaan kwamen) kom je in het kale gletsjerdal.

DSC01048

En daar ontvouwde zich dan voor het eerst die enorme gletsjer aan onze blik. Het was vanaf daar nog een kilometer of twee naar de morene. Een pittig laatste eindje, maar Jelle hielp mee als een beer.

DSC01043

P1260730

En daar waren we dan. Het uitzicht vanaf de morene was nog indrukwekkender dan we hadden durven dromen. We besloten dan ook precies daar de tenten op te zetten; middenop de morene, met formidabel uitzicht naar beide kanten. Snel doorwerken, zodat we meteen een avondwandelingetje konden maken richting de gestrande ijsbergen.

Op de onderste foto is goed te zien dat het waterniveau redelijk recent (8 jaar geleden) nog een meter of tien hoger stond. Toen is het ijsmeer, door het afbreken van de punt van de gletsjer, heel plotseling grotendeels leeggelopen via een zijdal links om de hoek. Op de modderige ex-bodem groeien nu aarzelend de eerste pioniersplanten: voornamelijk Alaskaans wilgenroosje. Verder is het nog steeds, ook na bijna een decennium, een gladde modderkrater. Bijna buitenaards.

Mannetjes in het maanlandschap:
DSC01069
DSC01070

Afdrukken van beer en kariboe:
P1260753
P1260754

De volgende dag wandelden we een paar kilometer langs het gletsjermeer en weer terug. Een beeldimpressie.

DSC01121

En daarna: het mooiste kampvuur van de wereld. Door Teun gemaakt met een vonkenmaker. Success at last!!! Nienke was ook trots, want die had een paar dode sparrenbomen van een berghelling losgerukt, na een halsbrekende klautertoer.

Vlak voordat de zon achter de gletsjer onderging, baadde onze kampplek nog even in een gouden avondzon. Zo’n moment. Dat je denkt: dáárom sjouwen we ons een breuk met al die zooi door dat keienlandschap. Eén zo’n kampeerplek maakt meteen de hele tocht, het hele avontuur in Canada, ja eigenlijk het hele leven, de moeite waard. Zo’n moment.

P1260817

 

Hier, zoals gebruikelijk, nog even wat losse nabranders:

DSC01150

Berggeiten direct boven ons kamp, en chipmunks all around:

DSC01063

Teun filtert water uit de beek:

DSC01168

P1260823

Een dode mystery mammal. Bij thuiskomst opgezocht: een bushy-tailed woodrat. Nog nooit eerder gezien! De schedel is natuurlijk meegenomen… :-/

DSC01032

Als je niets anders hoort dan het knisperen van het kampvuur en het rommelen van afkalvende ijsbergen:

DSC01170

 

 

 

Kamperen in totale leegte

Begin september, voordat de herfst in alle glorie zijn intrede deed, maakten we een kampeertocht zoals je die niet veel maakt in je leven. Zo’n kampeertocht waarbij je iedere ochtend wakker wordt en denkt: dít is waarvoor kamperen is bedoeld. Niet voor rijtjescampings met caravans en vieze douchehokjes. Niet voor de kookgeuren en geluidsoverlast van de buren. Maar om ergens middenin een natuurgebied helemaal alleen te zijn. Om ergens te kunnen komen waar je anders simpelweg niet kunt komen. Op plekken die zo afgelegen zijn, dat je ze alleen kunt bereiken door een paar dagen te lopen of te kanoën. Zoals deze plek, ons hoofddoel tijdens deze kampeertocht:

P1260817

En dáár dan wakker worden, je kop uit de tent steken, en helemaal alleen zijn in een overweldigend landschap. Je wassen met ijskoud water uit de beek, koffie drinken met klonterige poedermelk, plakkerige havermout eten, het nét iets te koud hebben omdat de zon nog achter de berg is, nét niet helemaal genoeg ontbijten omdat de rantsoenen beperkt zijn, maar toch volmaakt gelukkig zijn. Ontbijten met fenomenaal uitzicht. Wilde dieren begluren vanaf de tent. De kinderen loslaten in de ideale speeltuin. Dat is het punt van kamperen. Voor ons dan. (Maar laten we niet snobberig doen – we bewaren ook veel goede herinneringen aan Europese campings hoor, in of op weg naar mooie gebieden, of met vrienden of familie. Maar graag delen we hier ons idyllische ideaalplaatje. De harde matjes en koude nachten verzwijgen we even voor het gemak.) 

Het plaatje hierboven is zo ongeveer de eenzaamste kampeerplek waar we ooit gestaan hebben. Zelfs tijdens onze trektochten in Alaska was er altijd wel een weg of een wilderness lodge binnen een straal van, zeg, twintig kilometer. Hier was helemaal niets. We hadden ons namelijk door onze vriend Philippe met een motorboot laten afzetten aan het zuidelijkste puntje van het Atlinmeer. Dat is 65 km ten zuiden van Atlin, precies halverwege de rechte lijn naar Juneau, dat aan de kust van Alaska ligt. Op die plek zijn Atlin en Juneau de dichtstbijzijnde plaatsen. Wegen zijn er nergens.
Kaartje

Ons doel was de Llewellyn Glacier, een uitloper van het gigantische Juneau Icefield, dat grotendeels in Alaska ligt. De Llewellyn Glacier is vanuit Atlin te zien en lokt als een magneet, vooral vanaf de bergtoppen. Die uitloper schijnt een van de mooiste plekjes te zijn van het Atlin Provincial Park. Daarvan kregen we onderweg overigens ook wat adembenemend mooie stukken te zien. Philippe liet ons de scenic route zien, achter Theresa Island langs, onder Cathedral Mountain door, en vervolgens door de schilderachtige Second Narrows weer terug naar het zuidelijke deel van het Atlinmeer. Een tocht van twee uur over spiegelglad water.

Philippe zette ons vervolgens af in een prachtige ondiepe baai, op de plek waar een droge rivierbedding in het grote meer uitkomt. Tot acht jaar geleden liep hier een grote vlechtende gletsjerrivier, maar die neemt nu een andere loop, sinds er in 2010 een enorme brok van de gletsjertong is afgebroken. Daarbij is het Llewellynmeer grotendeels leeggelopen en zijn er honderden ijsbergen gestrand. Het waterniveau is nu een meter of tien lager dan toen – en de meeroever is nu een bizar maanlandschap. Maar daarover later meer.

Allereerst die droge rivierbedding waar we aan land gingen – wat een paradijselijk plekje.

P1260634
P1260635

Philippe had ons een minikajak meegegeven – een gouden greep! Jelle was helemaal verkocht. En omdat de baai zo ondiep was, mocht hij van ons zijn eigen gang gaan, na een klein proeftochtje samen met Nienke in één bootje. Dat laatste leek instabieler dan Jelle maar alleen laten gaan… Links zie je Teun en Bram bij onze prachtige kampplek aan het water.

P1260636
P1260638

Het was zulk lekker weer, het ondiepe water zo warm en de modder zo aanlokkelijk dat de zaken al snel uit de hand liepen…  En dat terwijl het water even verderop maar drie graden is…

P1260646  P1260660

Meteen die eerste middag maakten we in die brede riviermonding een prachtige wandeling. Overal de pluizen van uitgebloeide achtster, extra fraai met de laagstaande zon.

DSC00996 DSC00997

In een verre hoek van de delta baanden we ons een weg door dicht struikgewas en stonden we opeens aan een bevermeertje. Daar troffen we de indrukwekkendste beverkanalen die we ooit gezien hadden: kanalen die de bevers graven om de bomen die ze landinwaarts omknagen, makkelijker naar het water te kunnen vervoeren. Zulke kanalen hadden we al weleens eerder gezien, maar nog nooit twee meter breed en honderd meter lang.

Teun en Jelle lopen terug naar onze kampplek aan het water, met hout voor het kampvuur op de schouders:

P1260682

Dromer Bram loopt achteraan, zijn blonde koppie een perfecte camouflage in een vlakte vol stralende pluisjes:
P1260685

Al gauw hadden we een knapperend vuurtje – geen overbodige luxe, want beide jongens hadden natuurlijk natte schoenen. De een was in een beverkanaal gestapt, de ander was wat onhandig aan land gegaan met de kajak (en had overigens ook de kajak laten wegwaaien in de wind – moeders kon erachteraan, wadend tot de borstkas in water van drie graden – maar dat had heel makkelijk veel erger kunnen wezen, als we het wegdrijvende bootje een minuut later hadden opgemerkt).
P1260705

Best lastig, om schoenen te drogen bij een vuurtje zonder ze in de fik te laten vliegen. Tussendoor was er voor Jelle nog even tijd voor een snelle peddel – nog even genieten van het late avondlicht en het uitzonderlijk gladde meer. Is dit nou dat levensgevaarlijke meer waar iedereen ons altijd voor waarschuwt…?

P1260693

P1260689

Teun kookt pasta met zalm en broccoli, een klassieker van thuis die in de openlucht toch altijd net iets lekkerder smaakt:

P1260707

P1260711

In Europa slapen de jongens gewoonlijk samen in de kleine tent, en wij samen in de grote. Maar hier in berenland vinden we dat toch niet zo veilig. Voor het geval het op het moment supreme wat uitmaakt: we slapen kruislings –  in elke tent een kind en een ouder, de pepperspray in de aanslag bij het hoofdkussen. Best gezellig. En ook bij het in paniek ’s nachts moeten plassen is het handiger dat er een ouder bij ligt die even snel de ritssluiting kan vinden.

P1260712

De rest van deze trip – het kamperen bij de gletsjer met uitzicht op het ijsbergenmeer – houden jullie nog even tegoed…  Het moet niet te gek worden, in één blogpost… Hier nog wat nabranders:

Bram met wolvenpoep, die we hier om de paar honderd meter vinden:

P1260666

Moeders met brandhout:

DSC01015

Stilleven met afwas:

DSC_2602

Beren en zalmen in Alaska

We waren nog geen maand in Atlin, of we waren alweer op reis. Niet omdat er in Atlin niet genoeg te doen is. Maar eind augustus was de laatste kans om nog iets mee te pikken van de jaarlijkse zalmtrek: de salmon run. Dat wilden we natuurlijk niet missen. In de omgeving van Atlin komen helaas geen zalmen voor – kennelijk zijn er toch teveel barrières tussen ons meer en de Yukon. Vroeger schijnen ze hier wel gezeten te hebben. Gelukkig zitten we hier vlakbij het hart van waar de salmon run het meest spectaculair is: Alaska.

kaartje 2

De rit naar Skagway, aan de kust in Alaska, duurt ongeveer 3,5 uur en is wonderschoon. Met name van het grensgebied, rond de beroemde White Pass, kunnen we maar geen genoeg krijgen. Maar ook onderweg is er genoeg te zien. Wildlife bijna gegarandeerd. Zo ook deze keer.

01_DSC_1793_to skagway

Dit prachtige zwarte beertje zagen we op ongeveer een uur rijden van Atlin. Tien minuten daarna zagen we de eerste eland. Tien minuten dáárna de eerste lynx. Beide waren net iets te snel voor de camera – maar onmiskenbaar en geweldig mooi. Wat een land.

Ook op andere vlakken biedt zo’n rit overal vermaak. Zoals deze sticker op de deur van het café van Jake’s Corner (dat de lekkerste cinnamon roles verkoopt die je je maar kunt voorstellen):

01b_IMG_3192_to skag

04_DSC00263_to skag

Aan het prachtige Tagish Lake (zie boven) waren we getuige van de laatste stuiptrekkingen van een enorme bosbrand, die al wekenlang woedt. Hier in het noorden van BC is dat een zeldzaamheid, maar in het zuiden staan er bossen al maandenlang in brand. De hele provincie heeft dit jaar te maken met extreme hitte en droogte, net als Noordwest-Europa.

02_DSC00264_to skag

03_DSC_1821_to skagway

De White Pass was weer als vanouds prachtig. De pas is overigens niet vernoemd naar de witte sneeuw, maar naar meneer White, een ingenieur die een belangrijke rol speelde bij de aanleg van de beroemde spoorlijn over de pas, de White Pass & Yukon Railroad. Dit huzarenstukje, waar tienduizenden mannen aan werkten, werd in no-time aangelegd tussen 1898 en 1900. Nu hoefden al die arme sloebers niet meer met hun honderden kilo’s bagage te voet over de pas te trekken, op weg naar de goudvelden van de Klondike en de Yukon. Vandaag de dag boemelt er nog een mooi treintje overheen, deels over houten bruggen, langs gapende afgronden. (De moeite waard! Zie ook blogpost mei 2016: Uitstapje naar Alaska.)

05_DSC00270_to skag

In Skagway kampeerden we twee dagen in een zijdal, Dyea, met een rivier die in een prachtige delta in het fjord uitkomt. (Klik op de fotootjes om ze groter te zien.)

 

 


15_P1260302_skag
16_DSC00300_skag

En in Skagway kun je vooral ook heel lekker vis eten. We aten in een restaurantje dat zo verstopt is in de oude haven dat alleen locals het kunnen vinden. En wij. Ook de zeearenden pikken in de haven graag een visje mee. We zagen de arend in het plaatje hieronder in een spectaculaire schroevendraaier afdalen, middenin de haven, en met een zalm in zijn klauwen ervandoor gaan.

We maakten een prachtige wandeling boven Skagway. In een beekje zagen we deze enorme zalm die langzaam stroomopwaarts zwom, op weg naar de paaigronden. Dit is zo’n exemplaar dat al half uit elkaar aan het vallen is. Alleen nog even paaien, en dan sterven. Als hij niet voor die tijd al wordt opgegeten door een beer of arend.

Veel prachtigs tijdens deze wandeling: rechtsboven een rups van een walstropijlstaartvlinder (hier een exoot), rechtsonder een rups van een rusty tussock moth. Kijk in de grote versie eens naar die wonderlijke borsteltjes aan zijn antennes! Middenonder een western columbine, nog op het nippertje in bloei. Verder veel Alaskaans wilgenroosje (uitgebloeid maar met prachtig rood verkleurende bladeren), framboos, kleine wilde roosjes, vossenbessen. Een pracht van rood en groen.

Maar omdat we hier geen echte salmon run troffen, en ook geen beren, besloten we met de ferry een stadje verderop te gaan kijken, in Haines. Haines is kleiner en minder toeristisch dan Skagway, en via de weg alleen te bereiken vanuit het hoge noorden. Met de ferry ben je er in een uur vanuit Skagway – een prachtige tocht door de fjord.

31_DSC_1873_skagway

Boven: kraaien op zoek naar mosselen in de vloedlijn. Onder: mannetje harlekijneend. Bij de haven van Skagway.

32_DSC_1892_skagway

In Haines kampeerden we in het hart van berenland: Chilkoot State Park. De camping ligt aan een meer, dat via een beek is verbonden met de zee. In die beek vissen beren en vissers zij aan zij. Tenminste, volgens de foldertjes. Toen wij hier twee jaar geleden waren, was het vrij rustig en zagen we in de verte één grizzlybeer. Deze keer hoopten we op meer geluk. Voor de speurders onder ons: wat is hieronder gebeurd…?

DSC_1954_haines

Deze keer was het prachtig raak! Een moeder grizzly met haar drie jongen was aan het vissen bij een fishing weir, een soort hek in het water dat de passerende zalmen door een smalle goot dwingt. Op sommige plekken gebruikt men zo’n weir (spreek uit: ‘wier’) om zalm te  vangen – hier om ze te tellen, voor wetenschappelijk onderzoek. Maar de weir werkt ook als een magneet op beren. Aan de bovenstroomse kant van de weir zakken uitgeputte zalmen tegen het hek aan om even uit te rusten, en laten zich dan relatief gemakkelijk vangen door hongerige beren.

Moeder nam haar jongen ook mee de weg op. Hier ontvouwde zich een wonderlijk tafereel: dertig toeristen die keurig afstand hielden, met een groepje beren dat zich daar helemaal niets van aantrok en doodgemoedereerd op de mensen af liep – enkel geïnteresseerd in sappige scheuten en bessen langs de weg. De moederbeer kwam uiteindelijk binnen vijf meter afstand langs, terwijl wij achteruit deinsden. Ieder normaal mens denkt: véél eerder wegwezen. Het blijven per slot van rekening wilde dieren, die respect en ruimte verdienen en die onberekenbaar kunnen zijn. Maar op deze plek, waar beren en mensen inderdaad naast elkaar vissen, zijn de beren volstrekt niet geïnteresseerd in de mensen. In ons groepje stond ook een ranger, die het een en ander uitlegde en nauwlettend het gedrag van de moederbeer in de gaten hield. Geen enkel probleem, deze afstand, vond hij.

Later die middag zagen we dezelfde moederbeer nog even in de baai aan zee, waar ze op haar rug ging liggen om haar jongen te voeden. Heel bijzonder om te zien – en ook wat relaxter, vanaf een wat normalere afstand. Plus nog een fraaie jonge bonusbeer vlakbij de camping.

DSC_2209_haines

Zeearend, blauwe gaai en een Tlingit-totempaal langs een ceremonieel stukje van de Chilkoot River.

De tocht met de ferry terug naar Skagway viel in het water, want die ferry had – zoals wel vaker in deze ruige streken – zes uur vertraging. Dat zou betekenen dat we niet voor middernacht bij de grensovergang zouden zijn, en dan mag je er niet meer langs. Lastig, aangezien Nienke deze avond per se terug moest zijn in Atlin om drukproeven van een tijdschrift te controleren – ja, het kan verkeren; het lijkt hier dan wel één grote vakantie, maar het werk gaat ook gewoon door… Daarom besloten we de ferry te annuleren, en terug te rijden naar Atlin – een enorme maar schitterende omweg, via Haines Junction en Whitehorse.

kaartje 3
DSC00442_haines
DSC00443_haines

DSC00445_haines

DSC00447_haines

IMG_6097_skag

Even gestopt voor een hamburger in het schilderachtige Haines Junction, met op de achtergrond de bergen van Kluane National Park.

IMG_6102_haines

Spannend rijden als de schemering inzet: steekt er geen beer of eland de weg over? Teun reed geconcentreerd en koelbloedig….

DSC00460_haines

… en spotte deze elk (Noord-Amerikaans edelhert), die braaf aan de bosrand bleven staan.

DSC00455_haines

Onderweg ook nog een lynx, een eland en een stekelvarken langs de weg! Om middernacht waren we thuis. Precies op tijd om de drukproeven te controleren 🙂

Het eerste wat de jongens de volgende ochtend wilden doen: de oude roestige beverklem uitproberen, die we in Alaska uit een rivier hadden geplukt. Wat een akelig stuk gereedschap… Zelfs als je hem met een stok laat dichtklappen, doet het zeer aan je handen, zo groot is de klap. Alleen papa mag de klem spannen. Mama waagt zich er niet aan. Die neemt liever nog een kopje koffie.

P1260308_skag

 

Terug in Atlin!

We zijn hier alweer zes weken! Maar achter de computer zitten lukt maar niet. Het is buiten veel te mooi. En er zijn veel te veel leuke mensen die ons uitnodigen voor barbecues, vistripjes en klusprojecten… Kortom, we zijn koortsachtig bezig de laatste vleugjes nazomer mee te pikken voordat de winter inzet. En dat is al bijna… Op 31 augustus viel de eerste sneeuw op Atlin Mountain, aan de overkant van het meer. En vannacht hadden we de eerste vorst. Het water in het bakje op de veranda was bevroren. Hadden we met de auto weg gewild, dan hadden we moeten krabben.

Zo begon het: op 2 augustus vlogen wij over de ijskap van Groenland, via Vancouver naar Whitehorse in Yukon.

P1260183_vliegreis

Vanaf daar is het nog twee uur rijden naar het zuiden, over een doodlopende weg, naar ons dorpje Atlin, net over de grens van Brits Columbia. In Atlin (300 inwoners) woonden wij in 2016 al zes maanden. Zo ongelooflijk mooi en indrukwekkend… dat een halfjaar niet genoeg was. Ditmaal zijn we hier een jaar!

kaartje

Hoe dat zo gekomen is, hoe de twijfels en blinde hartstocht en koppigheid en wensdromen elkaar in ons hoofd hebben afgewisseld, dat vertellen wij nog weleens… Maar first things first: we zijn er weer! Ditmaal niet in de afgelegen vallei in de piepkleine cabin van Kate & Kate, de dames die ons ooit naar Atlin lokten. Maar wel in een smaakvol, maf, Pippi-Langkous-achtig houten huis aan het meer, zo’n vijf kilometer buiten het dorp. Dit is de voorkant van het huis, gezien vanaf de kant van het meer.

0795_huis

Je parkeert aan de achterkant. En die auto… Haha! Die auto hebben wij gekocht. Een Chevy Blazer Fourwheeldrive, via de plaatselijke online Marktplaats. Ja, je kunt maar beter goed voorzien zijn.

Het huis heeft geweldig uitzicht op het meer en de berg aan de overkant. Hoewel er hier en daar wel wat bomen voor staan… Maar die zijn ook fijn, want ze zitten vol met allerlei vrolijke meesjes, vliegenvangertjes, boomklevers, zangertjes, junco’s en ook eekhoorns. Die zijn allemaal verbazend tam en komen massaal op ons voederhuisje af. Want het voederseizoen is begonnen!

Het huis heeft een open vide, waar wij zelf slapen. De jongens slapen op een uitschuifbank in de woonkamer.

En het stookseizoen is begonnen!

IMG_6064_home

En dat betekent: hout hakken. We kunnen hier ons hart ophalen. Er ligt nu een paar kuub, maar dat is bij lange na niet genoeg voor de winter. De hele houtschuur moet vol… dus we zullen nog een keer of wat het bos in moeten om een paar hele bomen te halen. Do as the locals do… Gelukkig hebben we buren met wie we dat samen kunnen gaan doen.

IMG_6170_home
IMG_6169_home

Vanaf ons huis loop je zo de berg op… Monarch Mountain, ca. 1400 meter hoog (het meer ligt op 700 meter). Klik op de collage om de foto’s groter te zien…

 

En aan het einde van onze weg, de Warm Bay Road, liggen de warme bronnen waar je het hele jaar door in kunt zwemmen. Nou ja, warm… lauw is een betere omschrijving. Deze keer lieten de volwassenen dat genoegen dus even aan zich voorbijgaan. Die laafden zich liever aan het bizarre ecosysteem, dat goed gedijt bij het warme zwavelrijke water.

Halverwege de Warm Bay Road ligt Palmer Lake, een betoverend meer met een paar kleine sub-meertjes die door bevers zijn gemaakt. Daar kun je geweldig kanoën. Met dank aan onze vrienden Cathie en Jack, van wie wij deze mooie kano mochten lenen…

 

Hier nog wat kleine losse impressies van Life around Atlin:

Como Lake en, rechtsonder, cultureel erfgoed aan The Big Lake.

 

Pine Creek Falls, en goldpanning in Spruce Creek:

Frambozen plukken bij onze buurman Steve, om jam te maken en in te vriezen:

Onze outhouse! Raven op Monarch Mountain, pannenkoeken eten, en houtbewerken:

Herfst bij het meer! En fietsen naar het dorp. De terugweg is een hele opgave:

En nog meer huisvlijt:

 

 

IMG_6154_home

 

Road trip met een kano – deel 2

Wat losse eindjes had u nog van ons tegoed, ruim een jaar nadat we zijn teruggekeerd uit Atlin. Bijvoorbeeld de tweede helft van onze roadtrip met een kano! We hadden al wel verteld van het bezoek aan het goudzoekersstadje Whitehorse, het wildwatervaren op de Takini River en de waanzinnige vierdaagse kanotocht in de Alsek Valley van Kluane National Park, een van de ruigste landschappen die we ooit gezien hebben. Hier nog even het kaartje van de driehoek die we maakten:

Haines Jct

We waren gebleven bij ons eerste doel na de Alsek Valley: Kathleen Lake, een prachtig blauw meer ingesloten tussen hoge pieken, nog steeds in Kluane National Park. Daar wilden we een nacht doorbrengen! Een eindje varen over het meer en dan een wild plekje zoeken om te overnachten. Maar dat liep even wat anders. Op Kathleen Lake waaide een bulderende wind en de golven waren meer dan een meter hoog… Hieronder op de foto’s ziet het er nog niet zo ruig uit… We legden dus ook nog vol goede moed de kano in het water en begonnen in te pakken… totdat we ons realiseerden dat het echt gekkenwerk zou zijn, met een volgeladen kano, ijskoud gletsjerwater en twee kinderen die niet kunnen zwemmen.

P1210771

DSC_2775

Daarom pakten we alles maar weer in en reden een klein eindje verder, alwaar we de kano in het water lieten in de Kathleen River en een stukje meevoeren naar Little Kathleen Lake, aan de andere kant van de weg. Dat was niet zo spectaculair als het grote zustermeer, maar wel heel lieflijk en beschut.

De tenten stonden er wat krap tussen de bomen, bovenop het struikgewas, maar een beter plekje was  zo snel niet te vinden. Inmiddels was het al knap laat geworden… Prachtige zonsondergang aan het meer.

P1210781

De volgende ochtend was het nog even aanpoten om stroomopwaarts weer terug te komen naar de auto. Dat werd ploeteren op sandalen!

P1210796

Maar de beloning mocht er wezen, want vlakbij de auto spotte Teun opeens…. een heel grote kat aan de overkant van de beek, op nog geen tien meter afstand! Doodkalm zat hij ons aan te kijken. Zo kalm zelfs, dat Teun hem – dapper wadend met statief en telelens – tot op een meter of vijf kon benaderen. Nienke, Bram en Jelle zaten intussen ademloos in de kano. Zoek de lynx in onderstaande foto…

P1210798

Rillingen langs je ruggengraat als je dit in de ogen mag kijken:

DSC_2857-bewerkt2

Niet veel later reden we in de auto verder naar het zuiden, langs de weg van Haines Junction (Canada) naar Haines (Alaska) – volgens velen de mooiste weg op aarde. Of dat helemaal zo is durven we niet te zeggen – het was ook wat bewolkt, dus we hebben het landschap niet in volle glorie kunnen bewonderen. Maar indrukwekkend was het zeer zeker… (klik op de foto’s om ze groter te zien).

Haines in Alaska is een wonderlijk toeristenstadje aan een fjord. Je kunt er over de weg alleen vanuit het noorden komen, dus vanuit Kluane, de richting waarvandaan wij ook kwamen. Of je vaart erheen vanuit Skagway, een uurtje varen. Het is dus een vrij geïsoleerd stadje. We besloten de drukte van Haines (en het festival dat er net werd gehouden) achter ons te laten en te gaan kamperen op het Chilkat-schiereiland, net ten zuiden van Haines. Je had daar prachtig uitzicht op ruige bergen en gletsjers, maar de camping lag teleurstellend weggestopt in het dichte bos. De volgende ochtend maakte veel goed, want: de zee was spiegelglad dus wij besloten er een tochtje op te kanoën!

Haines

Die avond reden we door naar het andere plaatselijke State Park: Chilkoot, net ten noorden van Haines. Hier is de beroemde Chilkoot River, die Chilkoot Lake verbindt met de fjord, en waar rond deze tijd van het jaar veel beren zouden moeten vissen… We zouden dan nog net een stukje van de zalmentrek moeten kunnen meemaken.

We kampeerden in Chilkoot State Park weer in een dicht bos, maar ditmaal wel dichtbij het water. Dat leverde dit prachtige tochtje op, helemaal in ons eentje op het meer:

En waar wijst Teun naar, daar in die foto rechtsonder? Jawel, naar paaiende zalmen! We troffen een paar kleine, ondiepe inhammen in het dichte regenwoud, waar kleine beekjes in het meer kwamen. Dat is blijkbaar precies het habitat waar hitsige zalmen het liefst bij elkaar komen. Het leverde een heftig spektakel op, met enorme zalmen die luidruchtig heen en weer schoten onder de boot door, heen en weer, over elkaar heen, onder luid gespetter. Wat een ervaring – ook voor de jongens!

DSC_3036

In die inhammen vonden we op de oevers ook allemaal grote berenhopen en prachtige arendveren… Aan land gaan was daar wat riskant, omdat je maar nooit weet wie er nog meer naar de zalmen komt kijken… Maar Teun heeft het er toch een paar keer op gewaagd, vooral omdat Bram die veren té mooi vond om te laten liggen. Inmiddels liggen ze in Vogelenzang in zijn vitrinekast, keurig de grens over gesmokkeld bij Skagway en op de vliegvelden…

Niet alleen de inhammen met zalmen, maar ook de rest van het meer was sprookjesachtig mooi. Niemand anders te zien… alleen een eenzame bever.

En, of je het gelooft of niet, een zeehond, op jacht naar zalm! Die is dus de hele Chilkoot River opgezwommen en vertoeft hier doodgemoedereerd in zoet water.

DSC_3129

Die avond ging Teun nog op berensafari langs de Chilkoot River, maar zonder succes. De dag daarop lukte het beter! Nog steeds niet de enorme aantallen die vissers daar soms schijnen te zien (en waar ze helaas soms mee in conflict komen…) maar toch zeer indrukwekkend: een moeder grizzly met twee grote jongen.

DSC_3156

DSC_3151

DSC_3162

En ook de grindvlakte van de delta van de Chilkoot River was erg mooi… overal grote berenpoten, overal arendveren en overal zeehonden die op zalm aan het jagen waren.

De ferry van Haines terug naar Skagway was deze keer heel ‘gewoontjes’ – geeneens orka’s of springende bultruggen, zoals de vorige keer! Maar toch altijd prachtig om door die smalle, spectaculaire fjord te varen met káns op zeezoogdieren. Daar kan toch weinig tegenop.

Als kleine bonus van deze prachtige twaalfdaagse rondreis maakten we te voet (kano bleef voor de verandering even op de auto) nog een tweedaagse tocht in de bergen, precies op de grens tussen Alaska en Yukon. Daar ligt, halverwege de White Pass, een prachtige waterval, International Falls, waarvan wij al eerder hadden gezien dat we daar dolgraag een keertje wilden kamperen. Wel nog even spannend, met de kleine mannetjes met rugzakken op de rug, maar zij deden het boven verwachting goed! Wat wil je ook, in zo’n spannend landschap… Hier gingen we steil naar beneden, door het dal en dan langs die rivier weer omhoog. De waterval ligt net over het zadel heen, buiten beeld.

P1210914

Prachtige bloemenweitjes met alpenflora. Inmiddels was er een kille mist komen opzetten, dus met mutsen, dassen en wanten aan kookten we ons potje aan de rivier.

De volgende ochtend was het nog steeds mistig, maar de zon brak er na een paar uur op spectaculaire wijze doorheen. En dat leverde me een landschap op! We liepen nog een eind omhoog richting de eigenlijke Falls, zonder tent, en daarna via de kampeerplaats weer terug naar de auto.

DSC_3223

Van daaraf in twee uurtjes weer richting Atlin gereden. De laatste vakantie afgesloten. Of… misschien nog een paar dagen kanoën op het grote Atlinmeer…?

P1210968

 

Losse eindjes en nieuwe plannen

Het is bijna niet te geloven, maar we zijn al weer ruim een jaar terug uit Atlin. Het leven in Vogelenzang is vorig jaar augustus meteen weer met ons aan de haal gegaan alsof we nooit weggeweest waren. Dat kwam natuurlijk vooral door de razende sneltrein van school, vriendjes, zwemles en werk. Maar gelukkig valt er in Nederland ook gewoon heel veel te genieten. Zwemmen in zee, naar het theater, naar de duinen en het landgoed, en natuurlijk lieve familie en vrienden. Het is zeker geen straf om terug te zijn.

Intussen denken we wel elke dag met veel weemoed aan dat ándere leven, aan die andere lifestyle, aan die andere natuur, daar aan de andere kant van de oceaan. Alsof een deel van ons hart daar nog een beetje ligt, hoe fijn het hier thuis ook weer is.

Daarom hebben we afgelopen zomervakantie in Zweden een beetje Canadaatje gespeeld. Een week met kano wild gekampeerd in Glaskogen-natuurreservaat. En een week in een huisje dat niet onderdeed voor de blokhut van Kate en Kate. Aan een privémeer met eigen bootje. En een beer op het terrein, getuige de uitwerpselen! Een heerlijke idyllische vakantie.

 

Maar u raadt het al, daar blijft het niet bij. We zijn druk bezig met onze plannen voor onze volgende Atlin-retreat. Wie ons een beetje kent, zal dat niet verbazen. Aan veel mensen hebben we het ook al verteld – eigenlijk meteen vorig jaar al. We zijn er de mensen niet naar om echt te emigreren, onder andere vanwege familie, vrienden en Nederlandstalig werk. Maar we willen wel graag zo veel mogelijk van twee walletjes eten. Daarom gaan we ons avontuur nog eens herhalen. En dan voor een heel in plaats van een half jaar.

De plannen waren eerst nog vaag maar zijn nu concreter: het wordt het schooljaar 2018-2019! De eerste horde is genomen: de school in Atlin heeft een ‘letter of acceptance’ geschreven voor de jongens. Daarmee kunnen we hun studievisum gaan regelen. Ja, zij moeten deze keer een officieel visum hebben. Voor de preschool hoefde dat in 2016 nog niet. Zelf gaan Teun en ik opnieuw op een toeristenvisum. Mijn werk als freelance journalist met Nederlandse opdrachtgevers valt onder een uitzonderingsregel: daarmee hoef je geen werkvisum te hebben, sterker nog, je krijgt het niet eens. Het is nog even spannend of het moeilijk is om onder die omstandigheden voor de jongens een studievisum te krijgen. En dat toeristenvisum is maar 6 maanden geldig en dat moeten we dus halverwege verlengen.

In de tussentijd… is ons blog van Atlin 2016 nog niet helemaal af! Er missen nog een paar verhalen – de tweede helft van onze roadtrip met kano, inclusief kampeertocht in de bergen op de grens tussen Alaska en Yukon, en nog een losse blog over het leven in Atlin. Als die af zijn, dan kunnen we dit blog in zijn geheel laten printen als fotoalbum… en verder gaan met de plannen voor het volgende avontuur!

De cameraval

Voor ons vertrek naar Canada zaten we ons al te verheugen. Wat zou er te zien zijn als je een cameraval ophangt bij je huis in de wildernis? Welke dieren blijken er dan ineens rond het huis te spoken bij nacht en ontij, terwijl je zelf niets vermoedend op één oor ligt?

DSC_0852-bewerktDe cameraval

De verwachting was vooraf dat veel van het gedierte zich moeilijk zou laten zien. We hadden toen niet kunnen vermoeden dat je voor het meeste wild helemaal geen cameraval nodig hebt. Maar, voor dat je als lezer teleurgesteld je ogen van het scherm laat dwalen, wil ik toch even de aandacht vragen voor de foto’s die de val uiteindelijk opleverde. Ik moet wel opmerken dat het niet meeviel om dieren voor de camera te krijgen. Rond de blokhut was het blijkbaar ook ‘s nachts doodstil. Daar konden de met pindakaas besmeerde takjes in het vizier van de camera ook niets aan veranderen. Alleen de honden van de buren waren zo vriendelijk om af en toe voorbij te hobbelen. Verder slechts lege beelden. Was het dier te snel? Een bewegende tak? We zullen het nooit weten.

DSC_0691-bewerkt

Sporen van spelende lynxen

Nadat de blokhut en omgeving na ettelijke pogingen geen glimp van iets wilds had opgeleverd, nam ik drastische maatregelen. Ik vond een besneeuwd veldje waar overduidelijk meer dan een lynx was langsgekomen. Er was zelfs gestoeid, getuigen de poot en vachtafdrukken in de sneeuw. Paaltje met zalmolie geplaatst, camera dagen laten staan. Niets.

V.l.n.r. boven naar onder: hond betrapt, camera betrapt en boys up to no good…

Hoewel je als reiziger te allen tijde elk product dat naar eten riekt ver uit je buurt lijkt te moeten houden, in verband met nieuwsgierige beren, lijkt dat voor cameravallen niet op te gaan. Leek, liever gezegd. Want toen we uiteindelijk naar ons tweede huis bij Lake Atlin verhuisde, begon de camera val succes te boeken.

IMAG0040 (10)-bewerktWazige vlek blijkt berenneus…

Het duurde even voor we  deze wazige hadden ontcijferd, maar wie goed kijkt, ziet de neus en het oog van een zwarte beer, die de lens van de camera komt knuffelen. De voormalige composthoop  bleek in het vroege voorjaar een magneet voor wilde dieren.

Zwarte beer en vos (grijze variant van de rode vos) op bezoek bij de composthoop

Toen ik ’s ochtends vroeg een keer naar het toilet stommelde, zag ik ineens een witstaarthert in de tuin liggen. Lekker herkauwend op z’n dooie akkertje. Ook toen stond de camera in de tuin:

IMAG0060

Uiteraard probeerden we steeds nieuwe plekken, en nieuwe tactieken: met lokaas, op wildpaadjes, bij plekken met duidelijke sporen van wild.  Uiteindelijk bleek het neergelegde gratenskelet van een zalm aantrekkelijk voor een reeks uiteenlopende dieren.

Voor goede ogen, v.l.n.r. boven naar onder: chipmunk, rode eekhoorn en muis

Met als klapstuk…

 

De lynx!

 

Over bevers, beren en andere beesten

Je hoeft hier niet ver weg  voor je eersteklas natuurmomenten. Soms heb ik het gevoel dat ik in een van de spectaculaire BBC-documentaires ben beland. Heel af en toe schakel ik de filmfunctie van mijn camera in om dat gevoel te versterken. Het heeft wel wat, dat filmen. (Helaas kan ik de filmpjes niet zo op het blog zetten, dus die houden jullie te goed).

DSC_0456
Bever met een missie

Laatst bijvoorbeeld, toen ik na vele pogingen om de bevers bij een naburig plasje vast te leggen, ineens een doorbraak beleefde. Tot dan toe gingen de knagers vaak precies aan de andere kant van het plasje zitten als ik net dacht hun favoriete plek te hebben gevonden. Maar deze keer had ik gezien dat ze druk met hun dam bezig waren en ik besloot het nog maar weer eens te proberen. Dit keer kwam er al na twee minuten een bever aan gezwommen, die zich niets aantrok van de in blauwe jas gehulde gedaante aan de kant. Sterker nog, het dier ging vlak naast mij de kant op en ik kon precies zien welke kruiden de bever naar binnen werkte. Paardenstaart bijvoorbeeld. En frambozenblaadjes en wilg. Ik kreeg er zelf bijna trek in.

 

DSC_0462
Bever etend op 2 meter van mij vandaan

Intussen heb ik al heel wat van dit beverpaar kunnen zien en vastleggen. De dam aan de westzijde van de plas had versterking nodig. Avond aan avond waren de bevers bezig om modder van de bodem te scheppen om die vervolgens tussen kin en poten geklemd de kant op te duwen. Als zich een aardige hoop had gevormd, werd deze zorgvuldig met de voorpoten aangeduwd. Af en toe werd er een tak of een kleine boomstam in de modderbrij geduwd om het geheel tot een stevig bouwwerk te maken. Het gat dat aanvankelijk in de dam zat werd zo vakkundig gedicht. De beverdammen zijn in het algemeen zo stevig dat je er rustig op kunt lopen (waarmee ik het zeker niet wil aanmoedigen!).

 

Het bouwen van een dam; vlnr: modder wordt zwemmend tussen voorpoten en kin getransporteerd, op de gewenste plek gestort, aangeduwd en uiteindelijk met de voorpoten aangestampt.

Een andere interessante waarneming was de bouw van een nieuwe burcht. Bevers leggen rond de burcht takkenhopen in het water als wintervoorraad. Het is de bast van de takken die als voedsel dient. Wanneer het water bevriest, kunnen ze makkelijk vanuit de burcht onder het ijs door zwemmen om even een takje te halen. Een soort natuurlijke koelkast dus. Wat mij opviel was dat één van de takkenhopen voor de burcht na de winter nog steeds in omvang toenam. Zodanig, dat het op een serieuze burcht begon te lijken.

DSC_1656
Vlnr: oude voedselvoorraad, nieuwe burcht, met gras overgroeide oude burcht .

Nu zwemmen de bevers regelmatig met verse twijgen en duiken onder bij de grote takkenhoop. Dat duidt er ten eerste op dat de takkenhoop een onderwateringang heeft, zoals dat hoort bij een serieuze burcht. Ten tweede betekent het brengen van verse takken naar de burcht dat er hoogstwaarschijnlijk jongen aanwezig zijn die de bast van de kleine takjes als voedsel krijgen. Goed opletten dus of er binnenkort jonge bevers bij de burcht ronddobberen.

DSC_1700-bewerkt

 

 

Dagelijkse  bezigheden van de bevers: takjes knagen, bast van stammen eten (hmmm), grondig vacht poetsen en stammetjes in de dam duwen

De bevers zijn niet de enigen met kroost. Over fladderen jonge vogels rond. Ons balkon dient als voederplaats voor jonge junco’s en grey jays. De robins (grote lijsters met rode borst) zijn gestopt met zingen en vliegen nu rond met allerlei insecten in hun bek. Tot aan libellenlarven toe, die ze handig van de oever van het bevermeertje plukken.

DSC_1424-bewerkt

American robin (soort lijster) met libellenlarve

De wegkanten zijn in de vroege zomer ideaal voor grazende gezinnen omdat ze vol staan met verse planten en struiken. Zo zagen we weken geleden ineens een grizzlyberenmoeder met haar drie jongen langs de weg scharrelen. Ze deden zich te goed aan de bloemen van locoweed, een familielid van de sperzieboon, maar dan anders. Bekend om zijn effect op vee: ‘loco’ betekent gek en dat is wat vee wordt van het eten van het plantje. Beren blijkbaar niet, al is het gescharrel met je kleuters langs de weg niet erg verantwoord te noemen.

Over onverantwoord gescharrel gesproken…

DSC_0473

Deze wilde hondachtige maakte het helemaal bont. Nienke zag vanuit een ooghoek een wolf in de berm liggen. Niet dood maar springlevend. Terwijl wij in blinde paniek de auto probeerden te keren, in de veronderstelling dat het dier er als een haas vandoor zou gaan, bleek hij doodgemoedereerd op weg naar ons toe! De wolf drentelde wat rond de auto en ging vervolgens midden op de weg lopen waarbij het aanstormende verkeer (dat hier gelukkig zeer beperkt is) moest uitwijken. Wij stonden ondertussen ook nog eens op de verkeerde weghelft, half in de greppel met afgeslagen motor, terwijl ondergetekende onder deze penibele omstandigheden probeerde de National-Geographic-plaat-van-het-jaar te maken. Gelukkig zijn automobilisten hier over het algemeen vrij beheerst. Glimlachend informeerde een geduldige tegenligger of de plaatjes een beetje gelukt waren.

Intussen was de wolf alweer in de berm aan het rondscharrelen en enkele minuten later verdween het dier in het bos, nog een keer omkijkend. We waren allemaal behoorlijk ondersteboven van deze waarneming.

DSC_0538-bewerkt.jpg

Van mensen in het dorp hadden we al gehoord over een wolf langs de weg, maar dat was alweer weken terug. Natuurlijk is het vreemd dat zo’n wild dier dit gedrag vertoont. Waarschijnlijk is hij in het verleden gevoerd. Hoe het ook zij, het is en blijft een prachtig wild dier en het is heel bijzonder om een wolf zo diep in de ogen te kijken. Wat een blik. Oordeel zelf.

DSC_0497-bewerkt1

En hoe zit het met de elanden? Het is een feit dat er zeer veel geschikt landschap is rondom Atlin en het is opvallend is dat we tot nu toe relatief weinig elanden hebben gezien. Zeker geen stieren met enorme geweien, zoals je altijd op de plaatjes ziet. De Tlingit zeggen dat er vroeger veel meer elanden waren dan nu. Helaas zijn er nog geen getallen bekend en dus blijft de overheid ongelimiteerd vergunningen verstrekken aan jagers om elanden te schieten. En je raadt het al: juist de elanden met grote geweien worden het eerst geschoten.

DSC_9212-bewerkt

Gelukkig vingen we een glimp op van dit kalf en zijn moeder, veilig grazend in de verte in een van de vele moerasjes. Laten we hopen dat het een meisje is…